Index

Een beracha op tijd

Vader hield ervan om met zijn zoontje te spelen, want hij hield heel er veel van hem. Eens bracht hij een mooie en heerlijke appel voor hem mee, maar hij wilde hem niet onmiddellijk geven. Toen de kleine jongen zijn handjes uitstrekt naar de appel, trok vader de appel snel weg. De jongen probeerde het nog eens maar opnieuw werd de appel boven zijn hoofd omhoog getrokken. Dit gebeurde zo een paar keer op speelse wijze, maar de jongen wilde de appel werkelijk graag hebben, maar hij kon hem niet gauw genoeg krijgen.

Nu was dat jongetje een slim klein kereltje. Hij bedacht een manier zodat zijn vader hem onmiddellijk de appel wel moest geven.

Toen de vader de appel opnieuw wegtrok, zei de jongen plotseling de beracha voor de vrucht, want die kende hij wel. Nu had de vader geen andere keus dan de appel direct tegeven want anders zou het een beracha lewattela – een nodeloze beracha – geweest zijn!

Iets dergelijks doen wij op Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, wanneer wij vasten en bidden tot G-d dat Hij onze zonden vergeeft. In onze gebeden  van die dag zeggen wij een beracha waarin wij G-d prijzen als de „Koning die vergeeft en onze zonden kwijtscheldt.”

Nu wil G-d natuurlijk niet dat wij een valse beracha zeggen, dus vergeeft Hij ons, wanneer wij dat echt willen. Maar teneinde die vergiffenis van G-d te krijgen, moeten wij wel echt spijt hebben van wat wij verkeerd gedaan hebben en oprecht beloven (en dat ook echt van plan zijn) dat nooit meer te doen.