Index

BEDIKAT CHAMEETS

Waarom doen wij dat onderzoek, als vader eigenlijk weet dat er geen chameets meer in huis is?

1e. Er is een gebod:  door dat letterlijk te nemen, duizenden jaren lang, kunnen wij dat blijven volhouden. Wanneer onze geleerden het niet op deze speciale manier hadden voorgeschreven,  zou het gebod op den duur verwateren, niemand zou meer weten hoe het moest, wat er precies moest, en ten slotte zelfs niet meer dat het moest. En dan verdwijnt het gebod. Vroeger volstond men met te verklaren dat alle chameets in huis als stof was, de beracha die we na het chameets zoeken zeggen. Het werd vaak onoprecht gezegd en zo besloten de geleerden tot meer letterlijke of fysieke ontruiming. Bovendien bestaat het risico dat wanneer het chameets in huis blijft, men zich vergist en er toch van eet.

2e. Er is ook een diepere betekenis: Onze wijzen leerden dat we niet alleen de verboden chameets moeten zoeken, maar ook de slechte gedachten binnenin ons, zoals drift, jaloezie en afgunst, hypocrysie en leugenachtigheid. En ook die moeten wij vernietigen, zoals er staat geschreven in Misjlei Spreuken van Salomo 20:27: ' [Een lamp van G-d is de ziel van de mens, die alle innerlijke kamers van het lichaam onderzoekt]. Dat wil zeggen dat de ziel, of het geweten, werkt als een lamp van G-d waarmee wij ons zelf, als wij oprecht willen zijn tegenover onszelf, kunnen onderzoeken en bekritiseren.

Rav Jerucham van Mir merkte op dat het de vroege commentatoren was opgevallen dat Tora zo streng is met chameets of gist, zowel voor wat betreft het verbod als voorwat betreft de straf. Het mag niet alleen niet gegeten worden, maar het mag helemaal niet in iemands bezit gezien worden: . En wie dit verbod expres overtreedt wordt uitgeroeid met de straf van [kareet uitroeiing].

Gist, zo zegt de Talmoed in Berachot 17a,  symboliseert de slechte neigingen in een mens ( ). Net zoals gist het deeg doet rijzen, ondanks zichzelf, zonder reden, zo ook doet de slechte neiging zijn werk. Het overtuigt niet iemand door middel van verstandelijke argumenten om iets verkeerds te doen, maar door middel van zijn kracht. Wanneer, zo zegt de Talmoed in Nedariem 32, de slechte neiging vat heeft op iemand, dan besteedt hij geen aandacht meer aan de argumenten van de goede neiging ( ). Men kan zich er niet tegen verzetten dan alleen door het van begin af aan met wortel en tak uit te roeien, en te zorgen dat het ook niet meer zijn lelijke kop kan opsteken, net als het chameets.

De Ari zl. zei na de beracha van de béoer chameets:

Zoals ik het chameets uit mijn huis en uit mijn bezit verwijder, verwijder zo ook U, Hasjem de onreine geest van de aarde en onze slechte neigingen uit ons binnenste.

De inspanning verbonden aan de voorbereiding van Pesach, is te vergelijken met de slavenarbeid in Egypte. Zo is de Seder jaarlijks een echte verlossing. Alleen door inspanning komt men aan de top van de vrijheidsberg. Zonder voorbereiding zou de Pesach en Seder veel minder een hoogtepunt zijn. Zonder slavernij geen vreugde van verlossing. Wie om het touw heenloopt vindt minder voldoening dan wie er na een lange training overheen kan springen. Toch zijn ze beiden op de zelfde plaats aangekomen! Maar slechts wie er overheen sprong krijgt de beloning.

Wanneer wij ons allen oprecht aan een zelfonderzoek onderwerpen en ons schoonmaken van alle chameets binnenin ons, dan is dat tevens een voorbereiding voor de komst van de mesjiach. Moge hij deze Pesach zijn beker komen leegdrinken.

De gewoonte om 10 stukjes brood of i.d. te leggen: De beracha die voor het zoeken gezegd wordt, zegt niets over het zoeken, maar over het gebod om chameets te ontruimen. Omdat het beracha gezegd pleegt te worden voordat men de mitswa uitvoert en het eigenlijke ontruimen al heeft plaatsgevonden, legt men deze tien stukjes  chameets neer, om zo daarmee de mitswa van het ontruimen uit te voeren.

Wie geen stukjes chameets heeft neergelegd, voldoet toch aan de mitswa en zegt toch de beracha en heeft die dan niet voor niets gezegd.

Hilchot Bedikat chameets verkort

  1. Men moet gelijk na nacht beginnen.

  2. Men mag vanaf een half uur voor nacht generlei arbeid meer verrichten.

  3. Men zoekt met een ongevlochten waskaars (die niet druipt) in de kelder, op de zolder, in vaatwerk, in zakken van kleren

  4. Men praat niet tussen de beracha en het begin van het zoeken.

  5. Men onderbreekt het zoeken niet.

  6. Men zegt de beracha vooral met zijn hart.