Index

Inzicht in de Haggada

door: aish.com

1. DE SEDERSCHOTEL -- VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
door Rabbi Shraga Simmons

KARPAS
Karpas is een groente, zoals selderij,  peterselie, of gekookte aardappelen. Pesach is het voorjaarsfeest, wanneer wij de geboorte van ons volk vieren. Deze groenten zijn het symbool van de wedergeboorte en verjonging.

MARROR & CHAZERET

Dit zijn de bitterkruiden, die het lot van de Hebreeuwse slaven symboliseert, wier leven verbitterd werd door de harde arbeid. Veel mensen gebruiken mierikwortel als marror en andijvie als chazeret.

CHAROSET
Charoset doet ons herinneren aan de harde arbeid van de Joden toen zijn bakstenen van cement moesten maken. Charoset is een mengsel van amandelen, dadels, appels, wijn en  kaneel.

ZERO'AH
In de tijd van de Tempel in Jeruzalem werd het Korban Pesach (Paaslam) op de vooravond van Pesach naar de Tempel gebracht, waar het na te zijn geslacht en geroosterd, als laatste onderdeel van de Sedermaaltijd werd gegeten. Om dit offer te gedenken gebruiken wij een geroosterd beentje met wat vlees eraan.

BEITSA
Behalve het Pesach-offer werd er nog een tweede offer gebracht in de tijd van de Tempel, het „Chagiga,” dat als hoofdmaaltijd werd gegeten. In plaats dat wij een tweede stuk vlees eten, gebrui­ken wij vandaag de dag een geroosterd ei – hetgeen een tradioneel symbool van rouw is – om ons aan de Verwoesting van de Tempel te doen herinnneren. De Talmoed wijst erop dat ieder jaar de eerste dag van Pesach op de zelfde dag van de week valt als Tisja B’Av, de dag dat wij rouwen om de Verwoesting van de Tempel.

2. DE HONGERIGE EN ARME
Door Rabbi Tom Meyer

Ieder die honger heeft, laat hem komen en eten. Ieder die arm is, kom en vier het Pesachfeest mee. -

Het is moeilijk te geloven dat als je dit voorleest op de Sederavond, er een hongerige thuisloze stumper voor je deur rondhangt. Wat is hiervan dan de bedoeling? De boodschap is dat wij geen relatie met G-d kunnen hebben, wanneer wij ons niet bekommeren om andere mensen – zowel om hun fysieke als hun psychische noden. Jodendom verwerpt absoluut in zichzelf gekeerde spiritualiteit.

De Haggada zegt: „Ieder die honger heeft, …. Ieder die arm is…” Het eerste deel doelt op de fysie­ke hongerigen, – als je honger hebt, eet dan mee. Het tweede deel verwijst naar de psychisch armen – als je alleen of gedeprimeerd bent, kom dan bij ons feestvieren.

Het doel van de Seder is dat wij dichter bij G-d komen. Nabijheid in de fysieke wereld wordt gemeten in afstand. Nabijheid in de geestelijke wereld wordt gemeten in gelijkheid. Wij komen dichter bij G-d door meer op Hem te lijken. Daar G-d voor alle schepselen voedsel verzorgt, en aandacht besteedt aan al hun noden, nodigen wij aan het begin van de Haggada de hongerigen en armen uit. Daarmee definiëren wij onszelf als gevers, of er nu wel of geen arme mensen naar bin­nenstormen, om onze uitnodiging te accepteren. Maar vergeet niet om volgend jaar gasten uit te nodigen vóór Pesach.

3 DE VIER VRAGEN
door Rabbi Shraga Simmons

Het stellen van vragen is het centrum van de Seder. Het jongste kind stelt de Vier Vragen; we wassen onze handen voordat we de karpas eten, omdat het een ongewone activiteit is, die vragen oproept; de Vier Zonen worden geïdentifieerd door de soort vragen die zij stellen.

Waarom zijn vragen zo belangrijk?

De Maharal van Praag (16e eeuw mysticus) legt uit dat de mensen in het algemeen tevreden zijn met hun levensvisie. Dus zijn zij zelfingenomen wanneer het gaat om de acceptatie van nieuwe ideeën en de groei daardoor. Een vraag betekent dat men toegeeft iets te missen. Dat schept een innelijk vacuüm dat gevuld moet worden.

Aan de Seder stellen wij vragen, om onszelf open te stellen voor de diepte van de ervaring van de Uittocht.

Heb je een goede vraag? Stel hem aan de Seder!

4. DE VIER ZONEN
door Sara Yoheved Rigler

De Wijze Zoon vraagt: „Wat zijn dat voor choekiem?” In de Tora zijn  „choekiem wetten die ogenschijnlijk geen rationele reden hebben. Wij voeren die choekiem uit, omdat G-d dat van ons vraagt, net zoals je de hele stad afzoekt naar rode rozen, alleen omdat je geliefde daarom vraagt.

De Seder is een dienst van liefde en verbondenheid. Het verbindt ons met G-d, met de andere men­sen aan tafel, en met het hele Joodse Volk. De Wijze Zoon raakt niet verloren in intellectuele spits­vondigheden. Hij vraagt: „Wat moet ik doen om deze liefde en verbondenheid te verkrijgen?”

De Slechte Zoon spot: „Wat heeft al dat Pesach-gedoe voor jou te betekenen?” Het tegenoverge­stelde van liefde en verbondenheid is  verwerping en afstand. De Slechte Zoon sluit zichzelf buiten het Joodse Volk. Hij distantieert zichzelf door G-d, de Tora en de verheven procedure van de Seder zelf te bespotten en belache­lijk te maken.

De Haggada vertelt ons dat we hem moeten antwoorden door „zijn tanden te breken.” Tanden bre­ken grote stukken voedsel in kleinere, verteerbare brokjes. De neiging van de Slechte Zoon om dat­gene wat groot en buiten zijn bereik ligt, om verteerd te worden, te bagatelliseren, moet ingetoomd worden.

De derde zoon is de Simpele Zoon. Hij vraagt: „Wat is dit?” „Simpel” betekent hier niet „stom”. De simpele zoon zoekt naar G-d op een eenvoudige rechtstreekse manier. Volgens Chasidische interpretatie wordt met „Wat” G-d bedoeld. In wat voor situatie hij zichzelf ook bevindt, zal de Simpele Zoon steeds naar G-ds aanwezigheid zoeken.

De vierde zoon is de Zoon die niet weet wat hij vragen moet. Zijn apathie verhindert hem vragen te stellen, waardoor iedere mogelijkheid tot leren en groei gesaboteerd wordt. In werkelijkheid heeft ieder mens vragen. Zoek je innerlijke vraag op de Sederavond en stel hem!

5. DE SLAVERNIJ VAN HET DOELLOZE
door Rabbi Ahron Lopiansky

En zij onderdrukten ons. Zoals er geschreven staat: „Zij plaatsten  opzichters over hen, om hun last te verzwaren. En zij bouwden voorraadsteden voor Farao, Pitom en Ramses genaamd.” (Exodus 1:11)

De Tora definiëert de verlossing uit Egypte als onze redding door G-d uit de Slavernij. Maar de Egyptische ballingschap werd gekenmerkt door vele andere soorten van lijden: martelingen, kinder­moord, gedwongen scheidingen van echtgenoten , etc. In de allereerste van de Tien Geboden, pre­senteert G-d Zijn visitekaartje: „Ik ben de Eeuwige je G-d, die jou uit het land Egypte, uit het sla­venhuis gehaald heeft” (Exodus 20:2). Waarom die nadruk op slavernij, in plaats van op de andere kwellingen?  Het Hebreeuws heeft twee woorden om „werk” te omschrijven: avoda en melacha. Maimonides legt uit dat melacha een afgewerkt product tot uitkomst heeft. Avoda beschrijft arbeid zonder een reëel doel en zonder dat er iets bereikt is. Het woord voor slaaf is eved, dat is afgeleid van dit woord avoda.

De Talmoed leert dat de voorraadsteden die de Joden moesten bouwen, op moerasland gelegen waren. Zodra een laag gebouwd was, zonk dat weg in het moeras. De grootste kwelling van hun arbeid was dat die nutteloos was. Toen G-d ons van doelloos werk redde, opende Hij onze ogen voor de verschrikkingen van een leven dat geen hoger doel had. Daarom voerde G-d op Sinaï Zijn geboden voor ons in, met de om­schrijving: „Ik ben de G-d die jullie weggehaald heeft uit de be­proe­ving van een leven zonder doel of betekenis. Nu zal Ik jullie tonen waar het leven voor dient: door dichter tot Mij te naderen, door jezelf te rectificeren door middel van het opvolgen van de Geboden.”

6. WONDEREN VANDAAG
door Rabbi Shraga Simmons

En G-d voerde ons uit Egypte met een machtige hand en een uitgestrekte arm en met grote verschrikkingen en met tekens en wonderen. (Deut. 26:8)

Mensen vragen wel eens: „Waarom zijn er vandaag geen wonderen meer? Als ik de wonderen en tekens van Egypte zou zien, zou ik wel geloven.” De Talmoed vertelt het verhaal van een vader die zijn zoon op zijn schouders zet, om hem dag en nacht rond te dragen, waarheen hij ook gaat. Als het etenstijd is, heft vader zijn hand op en voedt zijn zoon. Rustig en voortdurend zorgt de vader voor alles wat de zoon nodig heeft. Op een dag, wanneer zij een andere reiziger passeren, roept de jongen uit: „Hé, heb jij mijn vader soms gezien?” Wij zijn allen geneigd om G-ds voorzieningen als iets vanzelfsprekends te accepteren. In werkelijkheid gebeu­ren er vollop wonderen in ons leven. Het enige verschil tussen de wonderen van de Exodus en de wonderen van ons immuun-systeem is de frequentie. Een eenmalig wonder roept ontzag op. Een voort­durende herhaling van een wonder, of een dat constant aanwezig is, wekt alleen een geeuw op. Het is triest, maar hoe meer G-ds wonderen er zijn en hoe meer permanent zij gebeuren, des te meer zijn wij geneigd ze te negeren. In de woor­den van Oscar Wilde: „De Niagara waterval is leuk. Maar het zou pas werkelijk opwindend zijn als we zagen hoe het achteruit stroomde.”

Appriciëren wij werkelijk ten volle het wonder van bomen die koolzuur inademen, zodat wij zuur­stof kunnen ademen? Herkennen wij het wonder van de eencellige zygote dat een menselijke wezen wordt, met hersenen, knieën, oogleden en tastorganen? Pesach leert ons G-d lief te hebben vanwege het wonder van de Niagara­waterval die vooruit stroom.

7. ASSIMILATIE TOEN EN NU
door Rabbi Stephen Baars

In iedere generatie is men verplicht zich in te denken of men zelf uit Egypte is getrokken.

De Talmoed vermeldt dat in werkelijheid slechts 20% van het Joodse Volk Egypte verliet. De ove­rige 80% identificeerde zich niet voldoende met de rol en het doel van het Joodse volk. Zó waren zij geassimileerd en ondergedompeld in de Egyptische samenleving. Dus zij bleven achter. De Hagga­da concentreert zich op het feit dat onze voorouders tot een groep mensen behoorden die de moed en visie hadden om te vertrekken. Het is altijd moeilijk om veranderingen aan te gaan. Wij hebben dan vaak het gevoel dat wij niet de energie, het uithoudingsvermogen en het doorzet­tings­vermogen hebben om vergaande beslissingen te nemen. De Haggada herinnert er ons aan dat wij een deel van die groep zijn, die Egypte verliet. Het zit in ons bloed.

8. DE KUNST VAN HET PROEVEN
door Rabbi Shimon Apisdorf

Na de Afikomen hoort men de rest van die nacht niets meer te eten, men mag alleen nog water of thee drin­ken en de twee resterende bekers wijn.

Zou Disneyland de moeite van de reis waard zijn, als je daar zonder video of fototoestel naar toe gegaan zou zijn? In onze dwang om iedere ervaring vast te leggen in een of andere vorm van tape of film, offeren wij in feite een heleboel op. Terwijl wij onze positie achter de camera innemen, om de „grote momenten” op te nemen, verwijderen wij onszelf dan niet uit het plaatje? Worden we dan geen afstandelijke waarnemers, in plaats van actieve deelnemers?

De wet van de Afikoman – wanneer het eenmaal voorbij is, is het voorbij – is een hint voor de ver­loren kunst van het genieten, een techniek die ons in staat stelt volledig op te gaan in een ervaring.

Het betekent dat wij onszelf fijn afstemmen om welbewust en overwogen iedere dag en ieder mo­ment te beleven; om het leven te vieren en de totaliteit van iedere stap die wij doen, op te zuigen.

Bij het einde van de Seder vraagt de Joodse wet om niets anders meer te proeven na de Afikoman. Dit is een avond om te genieten: van ideeën, gevoelens en beelden. Ouders onderwijzen, kinderen leren, en gezamelijk groeien wij allemaal. Sta toe, dat het een deel van jou wordt. Proef deze avond van verbondenheid en vrijheid. Alleen dan kun je vertrekken. Niet met souvenirs, niet met foto’s, maar met een ander persoon. Een andere Jood. En dat zul je nimmer vergeten.

(Met toestemming van de eigenaars uit het Engels vertaald. Het oorspronkelijke artikel is te vinden op:

http://www.aish.com/holidays/passover/articles/Insights_into_the_Haggadah.asp