Index

Exodus: Wat is daar zo bijzonder aan?

by: Sarah Rigler

Waarom maakt het Jodendom zoveel lawaai over de Exodus? Natuurlijk, op Pesach verdient het het voet­licht. Maar ieder Sjabbat en Jom Tov, in het midden van de Kiddoesj, wordt de Exodus uit Egypt inge­voerd. Iedere dag als we Sjema’ zeggen, maken we melding van de Exodus. De Joodse geschiedenis heeft toch geen tekort aan historische gebeurtenis­sen. Wat is er zo bijzonder aan de Uittocht?

Het Joodse begrip van G-d rust op twee funderin­gen: 1) G-d schiep de wereld en 2) G-d be­moeit zich met de dagelijkse menselijke aange­legen­heden. Sjabbat is getuige van de eerste premisse; de Exodus is ge­tuige van de tweede.

Hoewel het begrip van G-d als schepper van de we­reld tot aan de vooravond van Darwin algemeen ge­accepteerd werd in de westerse wereld, nadat de Joden dat geïntroduceerd hadden, heeft het tweede begrip altijd een probleem gevormd: als G-d zich zo intens bezighoudt met de menselijke aangelegen­he­den, waarom bestaat er dan zoveel lijden?

Dit raadsel stimuleerde de filosofen tot de ontwik­keling van diverse theorieën, die G-d weliswaar de erkenning gunden als schepper van de wereld, maar die Hem effectief  ontsloegen  van Zijn verantwoor­delijkheid voor de dagelijkse gang van zaken. Zo ontstond de Horlogemaker-theorie: net zoals een hor­logemaker de klok maakt en het machanisme in beweging zet, waarna zijn taak volbracht is, zo ook zou G-d de wetten van de natuur gemaakt hebben, die Hij in beweging gezet heeft, waarna wij Zijn dien­sten niet langer meer nodig hebben, dank U zeer.

Met andere woorden, G-ds natuurwetten werken on­af­hankelijk van Hem, en produceren toevalsef­fec­ten, zoals dodelijk zieke kinderen, waarmee G-d zich niet bemoeit. Volgens deze theorie is G-d niet geïn­teresseerd in het leven van individuen (want als Hij zich er wel om zou bekommeren, dan zou­den we allemaal rijk zijn en gelukkig tegelijk).

Dit begrijp is vijandig aan het Jodendom. Jodendom verkondigt dat niets in de kosmos vanzelf gebeurt – geen electron cirkelt om zijn atoomkern – geen cel deelt zich, geen ster wordt geboren of sterf – zonder

de G-ddelijke wil die het ieder moment animeert. Zoals de beracha die wij zeggen voordat wij een glas water drinken: „Alles bestaat door Uw woord”. Met andere woorden: Als G-d niet wilde dat dit glas zich zou vullen met H2O moleculen, dan … pfft! zou het glas leeg zijn. Het zou gewoon niet bestaan.

Dit is de ware betekenis van de eenheid van G-d waar het Jodendom zo van geobsedeerd is: er be­staan geen andere krachten, van welke aard dan ook, die onafhankelijk zijn van G-d. Punt. G-d heeft de klok niet alleen in elkaar gezet, maar Zijn wil houdt het ook lopend. Zijn energie houdt de atomen en moleculen in beweging en Zijn voorzienigheid be­slist wie wat zal mogen bezitten en voor hoelang.

Daar ligt de betekenis van de Exodus. De Israëlieten waren slaven van het machtigste volk op aarde. Zoals de Midrasj vertelt: geen slaaf was ooit uit Egypte ontsnapt, dat omringt was door machtige forten en afschrikwekkende woestijnen. Volgens de natuur­wetten was er voor de Israëlieten geen mogelijkheid om te ontsnappen naar de vrijheid.

Het hele doel van de Exodus was om aan de Joden en aan de rest van de wereld te laten zien dat G-d de wereld regeert, van het kleinste detail, de luis die de Egyptenaren kwam kwellen, tot de beheersing van de machtige zee die zich splitste voor de Israëlieten. Aldus zegt G-d: ‘Zo zullen jullie weten dat Ik G-d ben’ (Exodus 7:17).

Daarom wordt de Exodus voortdurend her­innerd. De Exodus toont G-ds liefde voor de mensheid en hoe Hij zich bezighoud met haar lot en bestemming voor haar individuele en collectieve ver­lossing.

Daarmee blijft het probleem van het lijden, een onder­werp waar wij al duizende jaren mee worste­len, zo­als het Bijbelboek Job getuigt. Het Joodse antwoord voor dit raadsel wordt aan de Seder­tafel besproken.

Op dit feest van vreugde over onze verlossing, zijn de symbolen van het lijden overvloedig aanwezig: het bitterkruid, het zoute water als symbool voor de vele tranen, de charoset die ons doet herinneren aan het cement voor de bakstenen van de pyramides en voorraadsteden van Par’o en onze rugbrekende sla­venarbeid. Maar de symbolen van het lijden en van de verlossing zijn onlosmakelijk aan elkaar verbon­den. De charoset is zoet. De karpas ­– radijs – die de vrijheid symboliseert, wordt gedoopt in het zoute water van de tranen. Het bitterkruid wordt omwik­keld in de zoete charoset voordat we het eten.

Dit is de verborgen boodschap van de vijf geleerden in de Haggada in Bnei Brak. Rabbi Elazar zegt dat hij nimmer had begre­pen waarom de Seder ’s avonds moet plaatsvinden, totdat een andere geleer­de hem uitlegde dat alleen de totaliteit van dag en nacht – vreugde en lijden – de verlossing kan brengen.

De Uittocht uit Egypte was onze nationale kennis­making met G-d – wie Hij is en hoe Hij handelt, altijd met de allerhoogste liefde, vol zorg voor ons uiteindelijk welzijn. Op een meest verbor­gen wijze kunnen de deelnemers aan de Seder de waarheid proeven dat lijden een onlosmakelijk deel is van het proces van de verlossing – nationaal zowel als individueel.