Andere Poereim-artikelen

Home

 Door Rabbijn Natan Scherman

Poeriem en Jom Kippoer hebben beide een speciale eigenschap, die zal blijven bestaan, zelfs na de uiteindelijke verlossing, wanneer de natuur van het universum zal veranderen. In de toekomst, legt de Maharal uit, zal de uitvoering van de geboden een andere vorm aannemen dan die van vandaag. De Tora is eeuwig, maar in een nieuwe wereld met een verhoogd niveau van spiritualiteit, in een bestaan dat ver uitgaat boven onze ervaringswereld en zelfs boven onze verbeelding, zullen bepaalde elementen van de geboden, zoals wij die kennen, worden veranderd.

Maar Poeriem en Jom Kippoer niet. Zij zullen hetzelfde blijven als ze nu zijn.

Voorts, in de bekende uitspraak van de Zohar, zinspeelt de Hebreeuwse naam voor Jom Kippoer – Jom KipPOERIEM – op de overeenkomst tussen deze twee ongenschijnlijk zo verschil­lende feestdagen. Jom KipPOERIEM betekent letterlijk: „Een dag als Poeriem.” Het lijkt onge­rijmd dat een dag van uitbundige vreugde en een dag van plechtige introspectie meer op elkaar lijken dan dat de andere feestdagen op elkaar lijken. Wat hebben Poeriem en Jom Kippoer met elkaar gemeen?

De wereld van de toekomst zal een wereld vol leven zijn. Er zal een wederopstanding van de doden zijn en de wereld zal terugkeren naar het verheven niveau van Adam en Eva, naar het niveau dat het Joodse volk bereikte toen zij de stem van G-d hoorden en de Tien Geboden op de Berg Sinai in ontvangst namen. Gedurende die tijden was er geen dood en geen slechte neiging, zoals we die vandaag kennen. Waarheid was zo voor de hand liggend, dat valsheid geen aantrekkingskracht had, en de mensen realiseerden zich dat de verleiding om te zondigen niets meer was dan valsheid, vermomd als een attractief idee.

Maar Adam en Israël veroorloofden zichzelf tot zonde te worden gedreven, en zo kwam de dood in de wereld en het werd de taak van Israël en de mensheid om zich te ontdoen van de waanideeën die er de oorzaak van waren dat zij de waarheid ontkenden en zij gevallen waren van engelachtige hoogten tot een kwetsbare en pijnlijke sterfelijkheid.

Het primaire kenmerk van de Komende Wereld is daarom leven. G-d is het ultieme leven en wanneer de mens naar dit uiteindelijke doel toeleeft, zal hij verenigd worden met de Bron van al het Leven. In een dergelijk bestaan zal alles wat met de mens geassocieerd is, van een hogere orde zijn. Maar Poeriem en Jom Kippoer zullen niet veranderen – omdat zijzelf manifes­taties zijn van leven. Laat ons eens zien waarom.


In de tijd van Mordechai en Ester werd verordend dat alle Joodse mannen, vrouwen en kinde­ren op één enkele dag in de maand Adar vermoord zouden worden. Haman, de Amalekiet, stond op het punt om het doel van zijn voorvader Esav en diens kwaadwillige nakomelingen te realiseren. En zijn bereidwillige medeplichtige, Koning Achasjverosj, stelde al de krachten van de leidende wereldmacht van die tijd aan Haman tot dat doel ter beschikking. De situatie van het Joodse volk leek hopeloos. Zij waren nog maar recent in ballingschap gezonden en leefden ver­spreid. Zij hadden geen bondgenoot in de wereld. Hoon en minachting was overal hun lot. Zij waren zo goed als dood; de maanden tot Hamans deadline waren eerder een marteling dan een verlichting.

Ook Jom Kippoer lijkt een dag van onvermijdelijke dood – volgens de regels van de logica. Met welk recht kan een zondaar hopen om aan G-ds rechtspraak te ontsnappen? En welk menselijk wezen zondigt niet? Zou iemand van ons een kind laten spelen met een voorwerp dat hij gebruikt om onze ruiten in te slaan? Zou G-d ons toestaan om door te gaan te „spelen” met een ziel, waarmee wij Hem beledigen, in plaats van hem te dienen?

Berouw en inkeer bestond al voordat de wereld bestond, omdat G-d wist dat de mens niet zou kunnen bestaan, tenzij hij de mogelijkheid had om zichzelf te verlossen. Dus dat is geen begrip dat we als rationeel kunnen beschouwen. En inderdaad, volgens de Geleerden vroeg G‑d, voor­dat Hij tesjoeva [inkeer] schiep, Wijsheid en Profetie wat er zou moeten gebeuren met zondaars. Zij gaven vrij logische antwoorden. Wijsheid meende dat zondaars gestraft zouden moeten worden met hun eigen kwaad – zonder enige hoop op vergiffenis. En Profetie meende dat de zondige zielen het verdienden te sterven (Jeruzalemse Talmoed, Makkot 2:6). Dus de zondaar zou geen rede tot hoop behoren te hebben op Jom Kippoer. Maar G-d besloot anders.

Israël overleefde Hamans bedreiging met hernieuwde kracht en het overleefde iedere Jom Kippoer dankzij G‑ds acceptatie van haar berouw en inkeer. In plaats van dood is er leven. Dit bete­kent dat beide feesten, Jom Kippoer en Poeriem boven de menselijke „zekerheid” uitstij­gen. Ze zijn verenigd in de ultieme Hemelse Bron van leven, welke niet onderhevig is aan de wetten van logica of de natuur. In de Komende Wereld zal al wat betaat tot dat niveau oprijzen. Maar Poeriem en Jom Kippoer zijn reeds manifestaties van leven, dus zij zullen nimmer veranderen.