Andere artikelen over Rosj Hasjana

Home

Chassidisch inzicht in Rosj Hasjana

Door Tsvi Freeman

Jodendom is mysterieus. Het komt als een cadeautje verpakt uit de hemel met linten, strikken en knopen, en als je de verpakking opent, komt er weer een nieuw mysterie, een als maar wijder worden van het onbekende en steeds meer knopen die moeten worden ontrafeld, meer linten die gevolgd moeten worden langs een eindeloos pad. En bij iedere ontrafeling komt een nieuwe ontdekking en met iedere ontdekking een diepere wijsheid.

Rosj Hasjana is één van die grote mysteries. Hoe komt het dat het begin van het jaar blijkt te vallen op de eerste dag van de zevende maand? Waarom blazen we op een ramshoorn en waarom geven wij dat zo’n belangrijke rol? Wat is het kosmische drama van deze dag en welke rol spelen wij daarin?

Het meest raadselachtig is de terughoudendheid van Tora zelf hierover. Er wordt alleen cryptisch over gesproken, als het iets bespreekt wat wij verondersteld worden te weten, zonder dat het ons verteld wordt.

„Het zal een dag van geschal voor je zijn1,” wordt ons verteld. Geschal van wat? Dat wordt ons niet verteld. Koning David schreef in zijn Psalmen: „Laat de sjofar klinken bij de nieuwe maan, bij de verhulling van het feest.2”  En dat is de enige Bijbelse bron die we hebben voor onze traditie, dat wij niet onze mond moeten laten schallen, niet een trompet, maar niets anders dan een ramshoorn.

Maar een ander vers vertelt ons: „Het zal een dag van herinnering door bazuingeschal zijn3.”  En hieruit begrijpen we dat we niets moeten laten schallen maar dat we moeten herinneren: onze traditie geeft antwoord op de vraag wat G-d van ons verwacht:  „Reciteer verzen over koningschap voor Mij waarin je Mij tot je Koning aanstelt. Reciteer verzen van herdenking voor Mij, opdat je geheugen voor mij opdoemt. En hoe? Met een sjofar.” O, wat een raadselachtige traditie.

Hoe weten we dit alles? En hoe weten we dat dit het begin van het jaar is – iets wat nergens in één van de vijf boeken van Mozes genoemd wordt.

Een kort antwoord is: omdat we het altijd al wisten. We wisten het, omdat toen Mosjé de Tora kreeg, dit alles voor hem duidelijk was gemaakt en hij heeft deze informatie doorgegeven, ook al heeft hij het niet opgeschreven. En zelfs nog voor we het van Mosjé geleerd hadden, wisten we al over Rosj Hasjana. Avraham kreeg de oude traditie overgeleverd van Sjem, de zoon van Noach. Noach op zijn beurt had het gehoord van Metoesjalach, die het had gekregen van Enoch. En Enoch wist zeker van Rosj Hasjana, want hij had zijn wijsheid direct van Adam gekregen, die op die dag geschapen was.

Rosj Hasjana is dus niet zo maar een Joodse feestdag. Rosj Hasjana is de geboortedag van de mensheid.

   

Het ene mysterie wordt afgesloten en het andere gaat open.. Kijk door het hele boek van de gebeden voor de Hoge Feestdagen en je vindt niets vermeld over de geboorte van Adam. Wat je wel vindt is: „Vandaag is de geboortedag van de wereld.” Je vindt een enigmatische uitspraak verschillende malen herhaald: „Deze dag is het begin van Uw werken, een herinnering aan de eerste dag.”

Dit suggereert een interessante gedachte, die moderne wetenschappers inderdaad kunnen omarmen: misschien is de kosmos pas geboren toen Adam zijn ogen opende om de dingen waar te nemen en ze een naam te geven. Vertellen ten slotte de kwamtumfysici en kosmologen ons vandaag niet dat er geen gebeurtenissen geweest kunnen zijn, geen universum, zonder dat het wordt waargenomen? Het universum begint dus met de schepping van het bewustzijn van de eerste mens: „En Hij blies levensadem in zijn neusgaten en Adam werd een levend wezen.”

Fascinerend, maar niet bepaald bevredigend. Want in feite vertelt het Boek Genesis dat Adam op de zesde dag van de schepping geschapen werd. Het was al een wereld daarvóór. Toegegeven, een totaal andere wereld dan die wij kennen, een waarin materiaal, energie, tijd en ruimte ontstonden een vorm aannamen, waarin gebeurtenissen elkaar in een snel tempo afwisselden en zich ontwikkelden van eenvoudig tot complex en een korte spanne tijds. Maar het was niettemin een wereld. Waarom dan, is de klassieke vraag, gedenken we Rosj Hasjana op de geboortedag van Adam en niet zes dagen eerder, op de geboortedag van de wereld?

En het klassieke antwoord is: omdat we geen verjaardag vieren; „vandaag is de geboortedag van de wereld,” betekent vandaag, nu. Vandaag is de wereld opnieuw geboren. Deze dag is „het begin van Uw werken,” herinnerend aan die allereerste keer dat de wereld gemaakt werd. Alleen, de eerste keer dat de wereld geboren werd, was het een gratis gift. Sedertdien hangt het van ons af, de Adam – de mens. En valt Rosj Hasjana samen met onze geboortedag. Wij zijn opnieuw geboren en met ons het hele kosmos.

   

De hele kosmos ligt als het ware aan een beademingsapparaat. Als het oplichtende fosfor, dat letters en tekens vormt op het scherm, als het levensechte holografische beeld – wanneer de stekker uit het stopcontact getrokken wordt, verdwijnt alles zonder een spoor na te laten. Wanneer G-d de stekker uit Zijn schepping trekt  (G-d verhoede), zou er zelfs geen ruimte meer zijn. Zelfs de tijd zou worden opgeheven – de wereld zou nooit hebben bestaan, zijn geschiedenis zou zijn uitgewist. Niets zou er overblijven. Zelfs geen herinnering.

Er bestaan geen deeltje in het universum dat zichzelf in stand houdt. Ieder moment pulseert het universum en alles wat daar in is, met een vitale energie die het zijn bestaan geeft. Onze planeet aarde klopt op het ritme van zijn eigen klok – een cyclus van momenten en dagen, van maanden en jaren. Ieder moment ontstaat het leven dat op dat moment nodig is, wordt het geabsorbeerd en keert het terug naar zijn oorsprong. Iedere dag, de energie voor die dag, iedere maand de energie voor die maand. Dat is de naam voor ‘maand’ in het Hebreeuws: chodesj – hetgeen ‘vernieuwing’ betekent.

Maar de meest belangrijke vernieuwing van het leven is die welke plaats vindt op Rosj Hasjana. Want dat is het moment waarop al het leven van het afgelopen jaar terugkeert naar zijn essentiële oorsprong en een nieuw leven, zoals er nooit eerder was, ontstaat uit de leegte, om het bestaat voor een heel jaar te in stand te houden.

De kwaliteit van deze nieuwe kracht-golf zal alles bepalen; zoals de poëet van het Machzor schrijft: „Wie zal sterven en wie zal leven.” Sommige jaren zijn jaren van overvloed, andere brengen de zegeningen op een meer subtiele manier, meer verhuld. Sommige jaren zijn jaren van vreugde, andere van uitdaging.

Gedurende de 48 uur van Rosj Hasjana komt dit allemaal in de wereld. Dat is de reden waarom ieder moment van die 48 uren meetelt. Dat is de reden waarom wij het „Rosj Hasjana” – het „hoofd van het jaar” noemen, en niet alleen maar „Nieuwjaarsdag” of „het begin van het jaar”:  net zoals het hoofd binnenin een neuro-schakelaar heeft voor ieder deel van het lichaam, zo is het hoofd van het jaar een geconcentreerde „voorver­toning” van het hele komende jaar. Want daar komt het allemaal binnen.

Ieder moment van Rosj Hasjana kan het belangrijkste moment van heel je komende jaar bevatten.

Rosj Hasjana, zou men kunnen zeggen, is het geboortekanaal van het nieuwe jaar.

   

Merkwaardig, niet waar, dat een sjofar met zijn nauw mondstuk en zijn wijde opening lijkt op een geboorte­kanaal? In feite vermeldt de Bijbel een grote vrouw met een naam die dezelfde etymologie heeft: Sjifra. Zij was de vroedvrouw van de oude Hebreeërs, die uit Egypte wegtrokken. Haar naam betekent „die iets prachtigs maakt,” en dat is precies wat zij deed: zij zorgde ervoor dat de baby’s gezond en levensvatbaar geboren werden, dan wond ze hen in doeken en masseerde hen, om hun kracht en schoonheid te bevorderen.

De sjofar is de vroedvrouw van het nieuwe jaar. In zijn hartverscheurende geschrei persen we alle gebeden die uit ons hart komen, al onze tranen, ja, onze zielen. Al wat bestaat resoneert met zijn roep, totdat het allereerste begin bereikt wordt, de kosmische baarmoeder. En daar wordt een schakelaar aangeraakt: de G-ddelijke Aan­wezigheid schuift modaliteiten van transcendent naar immanent, van strikte rechtspraak naar barmha­rtigheid. In de taal van de Zohar: „De sjofar hier beneden doet de sjofar boven ontwaken en de Heilige, geze­gend is Hij, staat op van Zijn Troon van de Rechtspraak en gaat zitten op Zijn Troon van de Barm­har­tigheid.”

Nieuw leven komt in de wereld en haalt de eerste adem binnen. Het is ons leven en het ligt in onze eigen handen.

   

Is het niet vreemd dat een schepsel deelneemt aan zijn eigen schepping? Stel je eens voor dat een cartoon kan deelnemen aan het ontwerp van de artiest. Stel je een voor dat een song die wordt uitgezonden, kan onderhandelen met de omroep, over de vraag wanneer het zal worden uitgezonden. Stel je voor dat dat de verzinsels van je eigen gedachten je vertellen waaraan je zult denken.

En denk je nu ons in, de schepselen, die pleiten bij onze Schepper: „Schenk ons leven! Een goed leven! Prettige dingen! Kom naar buiten daar! Raak meer en dieper betrokken bij je wereld!”

Hoe is het mogelijk dat in de binnenste kamer van de Kosmische Hersenen, waar wordt vastgesteld of we zullen zijn of niet zijn, dat wij daar kunnen pleiten en deelnemen in die beslissing? Er moet iets in ons zitten dat buiten de schepping valt, iets eeuwigs. Iets G-ddelijks. Wij noemen dat „de G-ddelijke ziel.”

Daarom kunnen we G-d zowel een koning als een vader noemen.

Een koning is de ultieme top van het koningschap, omdat Hij bepaalt of we zullen blijven bestaan of niet.

Een vader, omdat er iets van Hem in ons zit – en daarmee kunnen we deelnemen aan die beslissing.

En wij zijn het kind. Jouw kind is niet als ieder ander kind. Jouw kind, dat ben jij. En toch is je kind niet jou. Je kind is zijn eigen persoon. Zo ook heeft ieder van ons een innerlijke ziel, en dat is de adem van G-d in ons. Wij zijn het verbindingspunt tussen G-d en Zijn universum. En dus worden wij Zijn kinderen genoemd. En wij noemen Hem onze Vader.

   

In dat geval brengt G-d Zichzelf op Rosj Hasjana voor het gerecht.

Hij kijkt omlaag van boven deze wereld en, zoals ik zeker ben dat je je dat zult realiseren, het ziet er niet altijd even goed uit. Maar G-d is niet alleen maar boven de wereld, Hij is er ook binnenin. Hij is te vinden in iedere atoom van deze wereld. Maar alleen de ziel van de Mens kan in Zijn naam argumenteren. Dus doen we dat. Het klinkt misschien vreemd, maar dit is wat er gebeurt: Hij, zoals Hij daarboven is, brengt Zichzelf, zoals Hij aanwezig is in deze wereld, voor het gerecht.

Wij zijn de advocaten voor de verdediging. Wij erkennen dat al Zijn klachten gefundeerd en waar zijn. Wij pleiten schuldig op alle fronten. Maar we demonstreren oprechte spijt en we verklaren dat we nu op onszelf accepteren om schoon schip te maken van ons gedrag en om van dit komende jaar een veel, veel beter jaar te maken dan dat wat afgelopen is. En vooral nemen we ons voor om alleen maar goed over anderen te spreken en hen onze zegen te geven voor een goed en zoet jaar. Want hoe wij anderen beoordelen, zo zullen wij zelf beoordeeld worden.

De vonk van G-d binnenin ons hier beneden, verbindt ons met het Oneindige Licht van G-d daarboven. De cirkel is compleet en het universum wordt opnieuw opgestart met nieuwe energie voor het hele komende jaar.


 


[1]. Numeri 29:1.

[2]. Psalmen 81:4.

[3] Leviticus 23:24.