Index

 Wetten van feest- en tussendagen

(Hilchot Jom Tov)

  1. Mo’eedOnderbreekt onze dagelijkse activiteiten om te mediteren over de waarheden en de fundamen­ten van het bestaan en om nieuwe krachten op te doen voor de activiteiten van het dagelijks leven.

  2. Verbod van Melachot is van toepassing – d.w.z., het veranderen en verbeteren van materiaal moet stoppen.

  3. Maar wanneer bepaalde activiteiten nodig zijn voor meerdere simcha – vreugde – van de Jom Tov, dan zijn bepaalde activiteiten toegestaan.

  4. Activiteiten die direct natuurlijke vreugde” produceren voor de viering van de Jom Tov zijn toege­staan. Natuurlijke, gewone en algemene voldoening van de zinnen worden gedekt door de uitdrukking consumptie door de ziel”, omdat de voldoening van de zinnen verhoogd en geheiligd moet worden op Jom Tov maar dat moet gedaan worden met het idee voor de Jom Tov. Daarom wordt met Ochel Nefesj (comsumptie voor de ziel) hoofdzakelijk de smaakzintuig bedoeld. Werk om ook geur, gezicht, gehoor etc. te verbeteren is niet toegestaan, want dit is slechts een verfijning of een kunstmatige bevrediging.

  5. Daarom geldt het werkverbod niet voor:

    1. De bereiding van voedsel dat niet de vorige dag bereid kon worden.

    2. De bereiding van voedsel dat, wanneer het op de feestdag zelf wordt klaargemaakt, beter smaakt.

    3. Alle voorbereidingen die resulteren in het gebruik van voedsel voor diezelfde dag alleen.

  6. Geen verbod geldt voor slachten, braden, bakken, roosteren, koken, fijnmaken van kruiden (die anders hun aroma zouden verliezen), overbrengen en regelen van vuur indien nodig voor de bereiding van voedsel.

  7. Verboden activiteiten – de rest van de 39 melachot op Sjabbat: d.w.z. ploegen, zaaien, vangen, bouwen, vervaardigen en repareren van voorwerpen, enz. en de afgeleide werkzaamheden daarvan, het maken van boter en kaas.

  8. Rabbijnse verboden:

    1. Werkzaamheden die op melacha lijken, zoals het slijpen van een mes, het maken van een vuur.

    2. Werkzaamheden die kunnen leiden tot melacha, zoals het voeden van dieren die nog niet gevangen zijn.

  9. Jom Tov Sjeni – de tweede dag Jom Tov in de diaspora. Dezelfde voorschriften als op de eerste dag.
    Ze gelden voor:

    • Buitenlandse toeristen in Israël;

    • Israëli’s die wonen in de diaspora;

    Voor buitenlanders die zes maanden of meer in Israël verblijven en Israëli’s die zes maanden of meer buiten Israël zijn, gelden iedere keer de wetten voor de locale bewoners.

  10. Wetten voor Eroev Tavsjillien voor wanneer Jom Tov op vrijdag valt (of op donderdag en vrijdag):
    Op de vooravond van Jom Tov zet men, voor nacht een gebakken en een gekookt voedsel opzij met een beracha. Men verklaart (geen beracha, dus in de eigen taal) dat men hiermee is toegestaan voor de Sjabbat te koken enz. (niet voor de daaropvolgende werkdagen!). Men eet de Eroev Tavsjilien op Sjabbat.

  11. Halleel: Een serie Psalmen waarin G-d geprezen en gedankt voor zijn wonderen (niet op Rosj Hasjana).

  12. Kiddoesj: Men heiligt de feestdag met woorden over een beker wijn, net als op Sjabbat.

  13. Havdala:  Na Jom Tov geen spijzen, geen kaars, alleen wijn.

Speciale voorschriften voor Rosj Hasjana

  1. Men eet op beide dagen feestmaaltijden.

  2. Men groet elkaar op de eerste avond met:
    Moge u (je) voor een goed jaar worden ingeschreven en bezegeld!
    voor een man: Lesjana tova tikateev wetechateem
    voor een vrouw: Lesjana tova tikatevie we tichatemi

  3. Op beide dagen van Rosj Hasjana, behalve op Sjabbat, wordt op de sjofar geblazen.

    1. De sjofar-blazer zegt voordat hij begint te blazen twee berachot, waarop iedereen amein antwoordt (maar men zegt niet Baroech hoe oewaroech sjemo).

    2. Iedereen staat tijdens het blazen en tijdens de berachot ervoor.

    3. Het is verboden te spreken vanaf het begin van deze berachot tot de laatste sjofar-stoot aan het eind van de herhaling van de Moesaf.