Rosj Hasjana index

Rosj Hasjana

door Eliyahu Kitov

In het Nederlands vertaald door Zwi Goldberg

DE MAAND TISJRIE

De Hebreeuwse maanden zijn bekend onder de namen die zij verkregen hebben tijdens de Babylonische bal-lingschap (Tisjrie, Chesjwan, Kislev, etc.). Maar ook andere betekenisvolle namen worden in de Bijbel gevonden.

De Tora noemt de maand Tisjrie hachodesj hasjvi’ie de (zevende maand), in overeenkomst met de nummerieke volgorde van de maanden, te beginnen met Nisan.

In de Joodse Traditie heeft zeven een speciale betekenis en symbolisme.

‘Alle zevenden zijn geliefd daarboven…’ zeiden onze Geleerden. Chanoch, de zeven generatie na Adam, was uniek significant; over hem wordt gezegd: ‘En Chanoch wandelde met G-d…’ (Bereisjiet 5:22). Over Mosjé, de zevende van de Vaders van Israël, wordt gezegd: ‘En Mosjé steeg omhoog naar G-d…’ (Sjemot 19:3). Zo vinden wij ook: ‘En G-d zegende de zevende dag’ (Bereisjiet 2:3), ‘Zes jaar zul je je land bezaaien en de oogst daarvan binnenhalen, maar het zevende jaar zul je het land laten rusten en braak laten liggen.’ (Sjemot 23:10-11). Zeven cycli van zeven jaar worden bekroond met een Joweel-jaar (jubel jaar) – ‘En je zult het vijftigste jaar heiligen…’ (Wajjikra 25:10). Tisjrie, de zevende van de maanden is eveneens uniek met al zijn belangrijke dagen.

Geen andere maand is begunstigd met zoveel mitswot (Tora-geboden) als Tisjrie. Geen andere maand heeft zoveel feesten en gebruiken. In het land Israël is Tisjrie ook het oogstseizoen, wanneer het volk getuige kan zijn van de materiële overvloed waarmee G-d hen gezegend heeft. Op deze kwaliteiten wordt, volgens onze Geleerden, gezinspeeld door de overeenkomsten in de klank van sjèva (zeven) en sova (verzadiging).

In de Profetische geschriften wordt deze maand ook wel Jerach ha’etaniem (de maand van de Machtige) ge-noemd – ‘En alle mannen van Israël verzamelden zich op het feest bij Koning Sjlomo, in de maand van Etaniem, hetgeen de zevende maand is’ (I Koningen 8:2). Onze Geleerden zeggen dat de maand zo genoemd werd wegens de Aartsvaderen (Awraham, Jitschak en Ja’akov), die de Machtigen van de wereld waren, en die in de maand Tisjrie geboren waren.

DE EERSTE TISJRIE

Hoewel Tisjrie de zevende maand genoemd wordt, wordt hij tegenwoordig aangeduid als de eerste maand van het kalenderjaar. De eerste dag ervan is ook het begin van het nieuwe jaar, ‘Rosj Hasjana,’ voor de telling van de wetten voor de Sjabbat-jaren en Joweel-jaren, voor de telling van de nieuwe boomvruchten, en voor de oogst van het graan en groente.

Voor de Sjabbat- en Joweel-jaren: vanaf het begin van Tisjrie in een Sjabbat-jaar (een sjemita-jaar, het zevende jaar in een cyclus) is ploegen en zaaien in het Land Israël door Tora verboden. Hetzelfde geldt voor een Joweel-jaar.

Voor jonge boomvruchten geldt dat alle vruchten die geplukt worden in de eerste drie jaar na het planten van de boom ‘orla’ genoemd worden en verboden zijn om te eten of om er op welke andere manier ook gebruik van te maken. De vruchten van het vierde jaar worden ‘neta revai’ genoemd (lett.: de plant van het vierde) en moeten in de stad Jeroesjalajim (Jeruzalem) gegeten worden. Wanneer een boom vijfenveertig dagen voor de eerste Tisjrie geplant werd, begint zijn tweede orla-jaar op de eerste Tisjrie.

Voor de oogst van graan en groente geldt de eerste Tisjrie als Rosj Hasjana,  voor wat betreft de troemot en ma’aserot (heffingen en tienden voor de kohaniem [priesters] en Levieten). De Tora vereist dat de oogst van ieder jaar vertiend wordt en men moet troemot en ma’aserot van graan en groente afscheiden voor de eerste Tisjrie.

DAG VAN VERHULLING

Rosj Hasjana – de eerste dag van Tisjrie, wordt ook wel jom hakèsè genoemd, door sommigen vertaald met ‘dag van verhulling’: ‘Blaas op de sjofar [ramshoorn] bij nieuwe maan, op de vastgestelde [door sommigen vertaald met ‘verhulde’] tijd voor ons feest (Tehilliem 81:4).

Alles wat er op die dag gebeurt is gekenmerkt door verhulling. Alle overige feestdagen  vallen op dagen dat de maan vol of bijna vol is, d.w.z. in het midden van de maand. Rosj Hasjana echter valt op de eerste dag van de nieuwe maan, wanneer die niet zichtbaar, maar verhuld is. Het Volk Israël wordt symbolisch vergele­ken met de maan en straalt op zijn Sjabbatot en feestdagen. Op Rosj Hasjana echter trekt het zich als het ware terug en verbergt het zijn grootheid uit ontzag voor de Dag van het Oordeel. De Almachtige eveneeens legt een dekmantel over de zonden van Zijn volk, in overeenkomst met Zijn vergevings­gezindheid.

Het speciale karakter van de erste dag van Tisjrie als de Dag van het Oordeel, is op gelijke wijze verhuld en wordt niet expliciet in Tora zo genoemd, opdat men het hele jaar attent blijft op zijn fouten en de tesjoewa (berouw, inkeer) niet uitstelt tot Rosj Hasjana.

DE DAG VAN DE SCHEPPING

De eerste Tisjrie was, volgens Rabbi Eliëzer de dag waarop G-d Adam geschapen heeft, waarmee de Schepping van de wereld voltooid werd.

Volgens R. Eliëzer werden de Aartsvaderen – die een nieuwe wereld inluidden na de zondige vorige generaties – eveneens geboren in Tisjrie.

Op Rosj Hasjana werden Sara, Rachel en Channa G-ddelijk bedacht. Zij waren kinderloos en G-d herinnerde zich hen op die dag en schonk hen kinderen.

Op Rosj Hasjana werd Joseef uit de gevangenis bevrijd, waarin hij twaalf jaar had gezeten en daarna begon zijn licht te schijnen.

Op Rosj Hasjana eindigde de slavernij van onze voorvaderen in Egypte en begon hun verlossing.

De allereerste Rosj Hasjana van de wereld, toen Adam werd geschapen, was reeds gekenmerkt met de waarden van de Rechtspraak en Vergevingsgezindheid. Op diezelfde dag, zeiden onze Geleerden, overtrad Adam het gebod dat G-d hem gegeven had (om niet van de Boom van Kennis te eten), werd hij berecht en door G-d vergeven. Waarop G-d tegen hem zei: Je zult een teken zijn voor je kinderen: zoals jij vandaag voor mij terecht stond en daar, vergeven van je zonden, uitkomt, zo zullen je kinderen berecht worden door Mij op deze dag en daaruit komen met vergiffenis.

DAGEN WAAROP ROSJ HASJANA NIET KAN VALLEN

De eerste dag van Rosj Hasjana kan alleen op de tweede, derde of vijfde dag van de week vallen [maandag, dinsdag, donderdag] of op een Sjabbat, maar nimmer op de eerste, vierde of zesde dag van de week [zondag, woensdag, vrijdag]. Deze regeling is een takanat chachamiem [een verordening van de Geleerden] en zal verderop besproken worden.

In het Hebreeuws wordt dit fenomeen uitgedrukt door de eerste dag van Tisjrie aan te duiden met de uitdrukking Lo A’D’Oe’ Rosj [waarbij A, D en Oe (Wav, ook uitgesproken als OE, de 1e, 4e en resp. 6e letters van het He-breeuws alfabet zijn].

ROSJ HASJANA – TWEE DAGEN

Rosj Hasjana wordt twee dagen gevierd, op de eerste en tweede dag van Tisjrie, hoewel de Tora één dag voor-schrijft: En in de zevende maand, op de eerste dag van de maand zullen jullie een dag van heiligheid uitroepen; geen enkele arbeid zal er op die dag verricht worden, een dag van bazuingeschal zal het voor jullie wezen’ (Bamidbar 29:1).

De instelling van twee dagen Rosj Hasjana is afkomstig van de Eerste Profeten, de Neviïem Risjoniem – die door de volgende redenen gemotiveerd werden:

Het Hoger Gerechtshof in Jeroesjalajim, het Sanhedrin, heiligde de nieuwe maand op getuigenis van twee ge-tuigen die de nieuwe maan gezien hadden, de molad halvana. In het geval van Rosj Hasjana, dat op de allereerste dag van de maand valt, werd het noodzakelijk dat men de feestdag in acht nam vanaf de voorafgaande avond, dat wil zeggen de avond volgend op de 29ste Eloel (de voorafgaande maand). Daar reizigers van buiten Jeroesjalajim die kwamen getuigen, pas de volgende ochtend in de stad konden arriveren, zou de nieuwe maan en die dag alleen retroactief als feestdag geheiligd kunnen worden. Wanneer zulke getuigen kwamen, werd diezelfde dag ‘heilig’ ver-klaard en de volgende dag was niet heilig, maar chol’ – een werkdag. Wanneer er die dag geen getuigen kwamen, werd automatisch de volgende dag geheiligd, want een maan-maand kan nimmer meer dan dertig dagen tellen. Het was dan bekend dat de vorige dag niet-heilig was. Om te voorkomen dat de mensen de heiligheid van de eerste dag lichtzinnig zouden opnemen, wegens zijn twijfelachtig karakter, hebben de Profeten voorgeschre-ven dat Rosj Hasjana altijd twee dagen gevierd zou worden. Als gevolg gelden alle voorschriften, zoals het werkver-bod, het blazen op de sjofar, de speciale gebeden zowel als alle speciale Jom-Tov voorschriften, voor beide dagen.

Deze twee dagen van Rosj Hasjana worden joma arichta [één lange dag] genoemd, om aan te geven dat de heiligheid van beide dagen geen twijfelachtige heiligheid is, maar een definitieve. Echter met betrekking tot de voorbereiding van voedsel worden zij als twee aparte dagen beschouwd en het is verboden om op de eerste dag Rosj Hasjana voedsel te bereiden voor de tweede dag.

De Rambam (Maimonides) schrijft:

De meerderheid van de inwoners van het Land Israël was gewoon om de Jom Tov [feestdag] van Rosj Hasjana gedurende twee dagen te vieren op grond van twijfel (toen Rosj Chodesj – de eerste dag van een nieuwe maand – nog werd vastgesteld door visuele waarneming), omdat zij niet wisten welke dag het Beit Din [het Gerechtshof] als Rosj Chodesj had vastgesteld, omdat er op de feestdag geen boodschappers werden uitgezonden.

Voorts werd zelfs in Jeroesjalajim zelf, de zetel van het Beit Din Rosj Hasjana vaak twee dagen gevierd. De hele dertigste dag [van de voorafgaande maand Eloel], werd als heilig beschouwd, in afwachting van de getuigen. Wan-neer er geen getuigen kwamen gedurende deze gehele dertiste dag was automatisch de volgende dag de eerste Tisjrie en dus Rosj Hasjana. En daar zij gewend waren Rosh Hasjana twee dagen te vieren toen de nieuwe maand nog werd vastgesteld door visuele observatie, schreef men voor dat zelfs de bewoners van het Land Israël altijd twee dagen Rosj Hasjana zouden vieren, zelfs tegenwoordig, nu de nieuwe maand wordt vastgesteld door middel van berekening. Wij leren dus, dat de tweede dag Jom Tov van Rosj Hasjana vandaag de dag midivrei sofriem is [een instelling van de Geleerden]” (Hilchot Kiddoesj Hachodesj, hoofdstuk 5).

Er is dus een verschil tussen de periode toen de nieuwe maand nog door visuele waarneming werd vastgesteld en tegenwoordig. Toen de maand nog door observatie werd vastgesteld, was de eerste dag Rosj Hasjana, wanneer er die dag geen getuigen waren komen opdagen, miderabbanan (de dag werd gevierd op grond van een verordening van de Geleerden) en de tweede dag werd de eerste Tisjrie en was Rosj Hasjana mid’oraita (een Tora-gebod). Tegenwoordig, nu de maanden en dus ook de feestdagen uitsluitend met behulp van berekeningen worden vastge-steld, en de eerste dag van Rosj Hasjana altijd op de eerste dag van Tisjrie valt, is de eerste dag Rosj Hasjana mid’oraita en de tweede dag miderabbanan.

[Een andere reden waarom de Geleerden twee dagen Rosj Hasjana als één lange dag hebben vastgesteld is het volgende: Tora gebiedt ons op Rosj Hasjana op de sjofar te blazen (Bamidbar 29:1): … een dag van bazuingeschal zal het voor jullie wezen’. De Geleerden waren echter bang, dat als de eerste dag van Rosj Hasjana op Sjabbat valt, men in een niet ommuurde stad – waar het door Tora verboden is buitenshuis meer dan vier stappen te lopen terwijl men iets draagt – met de sjofar over straat zou lopen naar de synagoge of om te oefenen, of, als zou blijken dat er een gaatje in zit, om hem te repereren, of iets dergelijks. Daarom verboden zij om op de sjofar te blazen op de eerste dag Rosj Hasjana, wanneer die op Sjabbat zou vallen. Daarmee negeerden de Geleerden een gebod van Tora. Dat recht hebben de Geleerden, om zo een overtreding van een ander gebod van Tora te voorkomen. Om dit probleem toch te omzeilen, werd ingesteld dat de twee dagen Rosj Hasjana één lange dag is, zodat, wanneer op de tweede dag Rosj Hasjana op de sjofar geblazen wordt, er toch op die ene lange dag Rosj Hasjana op de sjofar geblazen wordt, ook wanneer die tweede dag op zondag valt.]

DE DAG VAN DE RECHTSPRAAK

Rosj Hasjana is de dag van de rechtspraak voor alle levende zielen op de wereld. Op deze dag wordt de mens-heid berecht en geoordeeld wat er het komende jaar gebeuren zal. De ogen van Hasjem jullie G-d zijn er [op het Land] steeds opgericht, vanaf het begin van het jaar tot het einde van het jaar’ (Dewariem 11:12). Vanaf Rosj Hasjana (het begin van het jaar) wordt beslist over alle gebeurtenissen van dat jaar, tot het einde ervan,’ zo verklaart traktaat Rosj Hasjana 8a van de Babylonische Talmoed dit vers.

Onze Geleerden hebben ook gesproken over de wijze waarop G-d Zijn volk beoordeelt: Op één en de­zelfde tijd ziet Hij hen allen tezamen en beoordeelt de handelingen van ieder afzonderlijk. ‘Al de inwoners van de wereld passeren voor Hem langs als schapen, benei maron (traktaat Ropsj Hasjana 16). Zij gaan een voor een voorbij, als schapen die terug keren naar hun kooi en die door hun herder nauwkeurig bekeken worden – en toch, dit wordt gedaan in één enkel overzicht.’

‘Rabbi Kroespedai zei in naam van R. Jochanan: Er worden drie boeken geopend op Rosj Hasjana: één voor de booswichten (resja’iem gemoeriem), één voor de rechtvaardigen (tsaddikiem gemoeriem) en één voor de mid-delmatigen (beinoniem).’ De tsaddikiem gemoeriem worden onmiddellijk ingeschreven en bezegeld voor het leven; de resja’iem gemoeriem  worden onmiddellijk ingeschreven en bezegeld voor de dood. De beinoniem worden aangehouden van Rosj Hasjana tot Jom Kippoer (de tiende Tisjrie). Wanneer zij het verdienen (wanneer zij tesjoewa doen – tot inkeer komen), worden zij alsnog ingeschreven voor het leven. Zo niet, dan worden zij inge-schreven voor de dood.’ (Rosj Hasjana 17).

Om twee principiële redenen werd Rosj Hasjana aangewezen als de Dag van de Rechtspraak. Ten eerste was op deze dag de Schepping van de wereld compleet en het was de oorspronkelijke G-ddelijke bedoeling om de wereld te regeren met het attribuut Rechtspraak (midat hadin) [hetgeen wil zeggen dat alles en iedereen strikt volgens de normen van het recht beoordeeld zou worden]. Ten tweede, zoals boven vermeld, was het de dag waarop Adam berecht werd en hij had berouw en werd vergeven.

Op deze twee redenen wordt gezinspeeld in de moesaf-dienst van Rosj Hasjana:

Voor u zijn alle geheimen openbaar, al wat verborgen is vanaf het begin. Er bestaat immers geen ‘vergeten’ voor Uw majestueuze troon en niets is verborgen voor Uw ogen. U herinnert zich alle hande­lingen, en geen enkel schepsel ontgaat U. Alles ligt voor U open en is U bekend, Eeuwige onze G‑d, die aanschouwt en waarneemt tot het eind van alle geslachten. Want U brengt de vastgestelde tijd voor  herinnering, waarop ieder wezen en ziel zal worden opgeroepen, waarop vele daden en talloze schepselen, zonder beperking worden herinnerd. Van begin [van de Schepping] af aan hebt U het bekend gemaakt en vanaf de oudste tijden hebt U het geopenbaard. Dit de dag is waarop Uw werk een aanvang nam, een herinnering aan de eerste dag.” [Machzor Rosj Hasjana van I. Dasberg, blz. 348].

Een herinnering aan de voltooiing van de eerste dag waarop de Schepping voltooid werd, een herinnering aan de eerste Dag van de Rechtspraak.

Onze Geleerden hebben opgemerkt: G-ds wegen verschillen van die van een mens van vlees en bloed. Een mens van vlees en bloed beoordeelt een geliefde vriend op een moment van goodwill, om hem genadig te behandelen; en hij beoordeelt zijn vijand op een moment van boosheid, om strikte rechtspraak over hem te verkrijgen. G-d doet dat anders. Hij beoordeelt de hele wereld – met inbegrip van hen die Zijn wil overtreden – uitsluitend op een tijdstip van goede wil: in de maand Tisjrie. In deze maand vallen vele feestenen de vele mitswot van die maand brengen een nieuwe affiniteit tot stand tussen Hem en Zijn schepselen. Gedurende deze maand van verzoening, verwelkomt G-d de gebeden van de Mens en zijn berouwvolle inkeer en beoordeelt hem met barmhartigheid.

OVERTREDINGEN EN VERDIENSTEN WORDEN EVENWICHTIG UITGEBALANCEERD

‘Ieder mens heeft verdiensten en overtredingen. Wanneer iemands verdiensten zijn overtredingern over­tref­fen is hij een tsaddiek; wanneer iemands overtredingen zijn  verdiensten overtreffen, is hij een rasja [booswicht]; wanneer beide aan elkaar gelijk zijn is hij een beinonie [een middelmatig mens].

‘Hetzelfde geldt voor ieder land. Wanneer de collectieve verdiensten van de inwoners van een land hun gezame-lijke overtredingen overtreffen, dan is het een rechtvaardig land. Wanneer hun overtredingen hun ver­dien­sten over-treffen, is het een onrechtvaardig land. En hetzelfde geldt voor de hele wereld.

‘Wanneer iemands overtredingen zijn verdiensten overtreffen, sterft hij onmiddellijk wegens zijn zonden… Wanneer de ongerechtigheden van een land zijn verdiensten overschrijden, wordt het onmiddellijk verdelgd… Hetzelfde geldt voor de gehele wereld – wanneer de gezamelijke overtredingen van alle wereldbewoners hun ver-diensten te boven gaan, dan wordt het veroordeeld tot onmiddellijke vernietiging… Dit oordeel is echter niet een kwantitatieve, maar een kwalitatief oordeel. Er zijn personen wier individuele verdienstelijke hande­lingen opwegen tegen de talloze overtredingen van anderen… Er er zijn individuele misdaden die opwegen tegen alle verdienstelijke handelingen van andere mensen. Een oordeel wordt gegeven over deze zaak alleen met het onderscheidingsvermo-gen van G-d, Wiens kennis al omvattend is, want Hij alleen weet hoe ver­dien­ste te waarderen tegenover overtreding.

‘Ieder persoon moet zichzelf daarom gedurende het hele jaar beschouwen alsof hij half verdienstelijk, half schul-dig is. Zo ook moet hij de hele wereld beschouwen alsof die half verdienstelijk en half schuldig is. Wanneer hij één overtreding begaat, doet hij de weegschaal voor zichzelf en voor de hele wereld omslaan en veroorzaakt zo zijn eigen vernietiging als wel van die van de hele wereld. Wanneer hij één mitswa doet, doet hij de balans zowel voor zichzelf als voor de hele wereld omslaan  in de verdienstelijke richting en is hij zo de oorzaak van redding en verlos-sing’ (Rambam, Hilchot Tesjoeva, hoofdstk 3).

WAT HOUDT DE DAG VAN DE RECHTSPRAAK IN?

‘Deze les van de Geleerden – dat iedereen op Rosj Hasjana berecht wordt – betekent niet dat men op die dag Gan Eden [het Paradijs] en het leven in de Komende Wereld verdient of veroordeeld wordt om weg te kwijnen in het Gehinom [hel]. Want de mens wordt op Rosj Hasjana uitsluitend beoordeeld over aangele­genheden van deze wereld – of hij waardig bevonden wordt om hier op aarde te leven of dat hij zal sterven. Aldus zeiden onze Geleer-den, gezegend zij hun aandenken, in traktaat Rosj Hasjana: ‘Dit is de dag waarop Uw werken beginnen; het is een herinnering aan de eerste dag; het is een G-ddelijk gebod voor Israël, een rechtsoordeel van de G-d van Ja’akov. En over landen staat hierover geschreven – welk voor het zwaard bestemd is en welk voor vrede, welk bestemd is voor honger en welk land zal verzadigd worden – en schep­selen zullen daarop bezocht worden om voor het leven of dood bedacht te worden.’ Op Rosj Hasjana worden iemands handelingen afgewogen en hij wordt ingeschreven en bezegeld voor zijn verdiensten of schuld in deze wereld. En wanneer iemand vertrekt naar zijn laatste rustplaats, worden zijn handelingen gewogen en zijn deel in de wereld der zielen wordt afgewogen, overeenkomstig naar wat hij verdient’ (Rambam, geci­teerd door Boudraham).

Wanneer iemand het hele jaar gezondigd heeft, hoeft hij niet de hoop te verliezen voor wat de capaciteit van zijn tesjoewa [berouw, inkeer] is; maar laat hem terugkeren op het pad van de rechtvaardigheid voordat hij voor het gerecht staat. Laat hem oprecht geloven dat hij altijd in staat is de weegschaal voor zichzelf en voor de hele wereld te doen doorslaan naar de kant van de verdiensten. Om deze reden oefent het hele Huis Israël in de periode van Rosj Hasjana tot na Jom Kippoer liefdadigheid uit, doet het goede daden en spant het zich in mitswot te doen, dat alles in een grotere mate dan gedurende de rest van het jaar.

‘Iemand wordt uitsluitend berecht in overeenkomst met zijn huidige handelingen’ (traktaat Rosj Hasjana 16). Hoewel zij kunnen zijn ondergedompeld in zonde gedurende het hele jaar, wanneer hij berouw toont en tot inkeer komt op de Dag van de Rechtspraak en hij G-ds wil doet, dan worden zijn handelingen daarnaar geoordeeld (en niet zoals zij de rest van het jaar daarvoor waren).