Index

Mitswa 105 uit Sefer HaChinoech

Het geven van de Halve Sjekel

Ieder lid van de Klal Jisraël vanaf twintig jaar en ouder, of hij arm is of rijk, is verplicht ieder jaar een halve sjekel te geven (hetgeen gelijk staat aan het gewicht van tien ‘Gera’) aan de Kohaniem die in het Beit Hamikdasj dienstdoen, zoals de Tora voor­schrijft in Ki Tissa (30:13) „Dit zullen zij geven, allen die geteld worden.”

De Kohaniem legden al die halve sjekeliem in een kamer in het Beit Hamikdasj. Vervolgens namen zij daar vanaf om de Temidiem [de dagelijkse offers], de Moesafien  en al de andere gemeen­schapsoffers te kopen, samen met de nesachiem [de plengoffers], het zout waarmee de offers gezouten werden, het hout voor de brandstapel waarop zij verbrand wer­den, de Lechem haPaniem [de Toonbroden], de ‘Omer en de Sjetei haLechem [de twee broden voor Sjawoe’ot], de Para Adoema [de Rode Koe] en de Sa’ier haMisjtaleach [de geit die op Jom Kippoer de woestijn in gestuurd werd naar Azazel] samen met de rode wol (die tussen zijn horens gebonden werd).

Een reden voor deze mitswa is, dat G-d het goede met Israël voor heeft en Hij wil hen allen de moge­lijk­heid geven om gelijk deel te nemen aan de korbanot die regelmatig voor hen gekocht werden door het hele jaar heen. Op deze manier heeft iedereen, rijk of arm een gelijk aandeel in deze mitswa en hun col­lectief aan­denken zal voor Hasjem oprijzen (als het ware samen met de rook van de korbanot die zij voor hem ge­bracht hebben).

Chazal hebben gezegd dat op Rosj Chodesj Adar men de mitswa van het geven van de jaarlijkse halve sjekel aankondigt, die ook de allerarmsten moeten geven. Iemand die geen geld had, moest dat van een vriend lenen, of, zo nodig, zijn jas ver­kopen, om de mitswa te kunnen uitvoeren, want er staat geschreven in Tora: „de armste zal niet minder geven.”

De halve sjekel, een zilveren munt met het gewicht van tachtig gerstenkorrels (want dat was het gewicht van een halve sjekel in de tijd van Mosjé Rabbei­noe) moet in een keer betaald worden en niet op afbe­taling. Iedereen is verplicht het te geven – Koha­niem, Leviïem en Jisraëliem, Geriem en bevrijde slaven. Vrouwen, slaven en minderjarigen zijn vrij­gesteld. Maar men mag geen halve-sjekel donaties aannemen van niet-Joden, want die hebben geen aandeel in de korbanot.

De Mitswa geldt alleen als het Beit Hamikdasj staat en dan geldt het ook voor wie buiten Erets Jisraël woont. Wie de halve sjekel niet geeft, overtreedt een gebod en zijn straf zal zwaar zijn, want hij plaatst zich buiten de gemeenschap en hij heeft geen aandeel in hun verzoening.

Tegenwoordig, nu wij door onze vele zonden geen Tempel hebben, is het de gewoonte om over de mitswa in sjoel te lezen op de Sjabbat vóór Rosj Chodesj Adar en men geeft drie munten waarop „half” staat voor tsadaka.