Index Sjawoe'ot

Home

SJAWOE’OT

De kleren van Tora

Door Tzvi Freeman

Je vroeg:

Tora, zeg je, is G-ddelijke wijsheid. Als dat zo is, waarom staat hij dan vol over dierenhoeven, visschubben, stotende ossen en overspelige mensen?

Laten we eens kijken naar het begin-niveau: Mosjé neemt het volk mee naar de voet van een berg in de Sinai-woestijn en daar horen ze G-d. Wat heeft G-d hen in Zijn eerste en enige toesrpaak tot een volledige mensenmassa te zeggen? „Maak geen afgodsbeelden, wees eerbiedig tegen je vader en moeder, steel niet, moord niet, bega geen overspel.” Is dat de hele wijsheid van de Schepper van heel het universum?

Zeker, de Sinai-woestijn is een geweldige plaats voor een G-ddelijke, mystieke ervaring – waarom dat dan te verspillen aan dingen die iedereen al weet? Het Boek van de Formatie, de Zohar en Rabbi Luria’s Levensboom – dat zouden fijne presentaties zijn van G-ds officiële openbaring aan de mensheid. Maar de Tien Geboden?

Wij antwoordden:

Inderdaad, dat is precies wat er gebeurde.

Laten we zeggen dat een presentator van de TV daar was om opnamen te maken en dat hij een deelnemer die de scene zojuist verlaten had, interviewde. Wat zou die te zeggen hebben? „Hij vertelde ons dat we onze moeders en vaders moeten eerbiedigen, dat we niet mogen stelen of moorden en dat we geen overspel mogen plegen”?

Ik betwijfel het. Meer zoiets als: „Ik ben te verbouwereerd om nu al te kunnen spreken. Ik heb veertig dagen nodig om dit te verwerken. Misschien wel veertig jaar. De hemelen, allemaal, kwamen neer op aarde de hele kosmos werd voor ons geopend en we zagen de realiteit van de dingen. Stof waar de mystici mee worstelen en over in raadselen praten, die niemand begrijpt, ervoeren wij met onze eigen ogen en oren als fysieke dingen. De ware essentie van G-d Zelf kwam naar beneden op aarde. Onze zielen konden de extase eenvoudig niet verdragen, maar op een of andere manier werden we in leven gehouden om er getuige van te zijn. Wat Hij zei? Kijk, het ging niet om wat Hij zei – het was hoe Hij het zei.”

Iemand heeft eens gezegd dat de gebeurtenis op Sinai meer een ervaring was dan dat het inhoud had. Ervaring is echter tijdelijk, en ongeacht hoe uitzonderlijk die ook kan zijn, hij verdampt snel in een wereld die gevuld is met alledaagse dingen. Op de lange duur heeft Sinai ons meer achter gelaten met de verpakking dan met de ervaring die daarin gevat is. In iedere generatie wordt aan ons overgelaten om de touwtjes en de verpakking los te maken en het licht binnenin opnieuw te ontdekken.

Dus wat is Tora?

Tora is geen boek.

Tora is geen verhaal. Het verhaal komt om ons een manier van leven te leren.

Er is geen manier van leven. De manier van leven is alleen een pad naar hogere wijsheid.

Er is geen hogere wijsheid. Tora wordt overal in gevonden.

Tijd voor een beetje Zohar

Dit is hoe Rabbi Sjim’on bar Jochai het uitdrukt in de Zohar:

Wee de sterveling die zegt dat Tora ons verhaaltjes en aardse dingen komt vertellen. Als dat waar was, dan zouden we zelfs nog vandaag een Tora kunnen samenstellen van wereldse zaken – en een die veel beter is! Wanneer je verhalen wil, dan hebben de koningen van de volken betere verhalen. Die zouden we kunnen volgen en we zouden een zelfde soort Tora kunnen produceren.

Echter, alles waarover Tora spreekt, is bovennatuurlijke en uiterst geheim.

En zo, verklaart Rabbi Sjim’on, zijn de verhalen alleen maar kleren waarin het lichaam van Tora gekleed is. Het lichaam bestaat uit de geboden van Tora, die ons vertellen hoe wij moeten leven. Binnenin dat lichaam is de ziel van Tora, en binnenin de ziel is „de ziel van de ziel.”

Wanneer de engelen naar hier beneden moeten afdalen, kleden zij zich in de kleren van deze wereld. Als zij dat niet zouden doen, zouden zij niet in deze wereld kunnen bestaan en de wereld zou hen niet kunnen verdragen.

Als dit zo is voor de engelen, hoeveel te meer geldt dat dan voor Tora, die deze engelen en alle andere werelden geschapen heeft, en waarvoor alles bestaat. Als Tora, toen die naar beneden kwam, naar deze wereld, zich niet gekleed had in de kleren van deze wereld, dan zou de wereld haar niet hebben kunnen verdragen.

Daarom dit verhaal van Tora in de kleren van Tora. Wie denkt dat deze mantel Tora zelf is en dat er niets anders is, laat zijn geest verdampen en laat hem geen deel hebben aan de Komende Wereld. Dat is de reden waarom David zei: „Open mijn ogen, opdat ik de wonderen van Uw Tora kan aanschouwen!” Hetgeen betekent om datgene te zien dat onder de kleren van Tora ligt.

Laat het me je tonen: Een kledingstuk is voor iedereen zichtbaar. Dwazen zien iemand schitterend gekleed en kijken niet verder. Zij beschouwen de kleding als het lichaam en het lichaam als de ziel.

Zo is het ook met Tora: het heeft een lichaam, dat is samengesteld uit de geboden van Tora. Dat wordt het lichaam van Tora genoemd. Het lichaam is gekleed in kleren, dat zijn de verhalen over deze wereld. De dwazen van de wereld kijken alleen naar de kleren, dat zijn de verhalen van Tora, en zij hebben niet in de gaten dat er nog meer is. Zij kijken niet naar wat er onder de kleren zit. Maar zij die meer weten, kijken niet naar de kleren, maar naar het lichaam onder de kleren. De wijzen, de geleerden, de dienaren van de Allerhoogste Koning, zij die bij de berg Sinai stonden, kijken alleen naar de ziel, hetgeen de essentie van de hele Tora is. In de toekomst is het hun bestemming om de ziel te zien, de ziel van Tora.

Dieper lezen

Het lijkt uit de woorden van Rabbi Sjim’on dat de verhalen en wetten van Tora niets meer zijn dan schillen, die weggegooid dienen te worden, om bij de vrucht binnenin te komen.

Maar dat is onmogelijk. De verhalen zijn dan al niet de hele Tora, maar zij zijn zeker ook Tora. Zoveel te meer als het gaat om de mitswot van de Tora. Net als bij een mens: je lichaam is weliswaar niet je hele zelf, maar het is zeker een aspect van je.

Je kunt dit zien in het citaat dat Rabbi Sjim’on brengt van Davids psalm: „Open mijn ogen, opdat ik de wonderen van Uw Tora aanschouw!” David vraagt Hasjem niet om de bedekking weg te scheuren, zodat hij de wonderen, die zij bedekken, kan zien. Maar hij vraagt of G-d hem ogen wil geven, die kunnen zien – dat wil zeggen, om in de kleding zelf de wonderen die daar binnenin liggen, te zien.

Natuurlijk je kunt een man niet herkennen aan zijn kleding. Iedere gewone misdadiger kan voor de rechter verschijnen in een geraffineerd zaken-kostuum, om de rechtbank te imponeren. Maar een wijs mens kijkt niet naar het kostuum – hij kijkt hoe de man zijn kleren draagt. En daarvan kan hij alles vertellen.

G-d, zeggen ze, is in de details. Leonardo da Vinci was een diepe denker, een man die het leven op een hoger plan ervoer. Een eenvoudig schilderij van de dochter van een of andere koopman in de klassieke stijl van zijn tijd vertelt ons niets over zijn ziel en innerlijke gedachten. Maar een kleine verandering in de vorm van de lippen van deze jonge vrouw onthult het wezen van Leonardo tot op de kern.

Zo bevatten ook de verhalen en de wetten van Tora geheimen, die de ziel van Tora niet kan zeggen. De essentie spreekt niet via de ziel, maar via de buitenste kleren.

Dus het verhaal binnenin is…

Waarom komt de Tora gehuld in verhalen en regels? Omdat Tora niet eenvoudig ontstaan is uit G-ds behoefte om Zijn wijsheid te onthullen. Het is niet zo dat Hij erop uit is om een multimedia ervaring te maken, om ons verstomd te doen staan met wonderen en vuurwerk. Dat deed Hij al op Sinai. Maar dat was alleen maar een lokmiddel. Echter, Tora is een uitdrukking van Zijn wens om in de details te worden gevonden. De simpele, alledaagse, wereldse details.

Zoals die al eerder genoemde mystieken je zullen vertellen: Net zoals de universele Ziel van alle dingen dorst om terug te keren in het Oneindige Licht en te worden geabsorbeerd in zijn één-heid en zoals de ziel van iedere zoekende mens bewogen wordt door hetzelfde brandende verlangen, zo ook en nog meer dan dat, verlangt het Oneindige Licht ernaar om te worden gevonden in ieder artefact van onze wereld.

Maar er bestaat geen simpele recht-toe-recht-aan strategie om dit te bewerkstelligen. Alles wat Hij kan doen is Zich in ieder ding te verbergen en een paar hints en aanwijzingen op te gooien, samen met een zoeklicht om Hem daar te ontdekken. Dat is wat Hij doet met Zijn Tora. Maar wij zijn degenen die moeten zoeken en het zoeken moet plaatsvinden waar Hij Zich verbergt, waar Hij gevonden wil worden – dat wil zeggen, op ieder aards vlak.

En daarom spreekt Hij over aardse dingen: over vissen, vogels, en dieren; over schade en hun vergoeding; over menselijke blunders en hun genezing, gekleed in de verhalen van iedereen, sterfelijke levens van gemeten jaren op bepaalde geografische plaatsen. Onze taak is niet die kleren weg te scheuren en de schil weg te gooien, maar om de schoonheid van Tora binnenin het lichaam van zijn aardse lering te vinden, om zijn feitelijke essentie in de kleren van de verhalen die het vertelt, te vinden.

En waarlijk, dat is waar G-d het best is te vinden in Zijn Tora – minder in dat wat gezegd is, en meer in de manier waarop Hij het vertelt, in de nuances en details, daar zijn de diepste de meest onuitspreekbare geheimen te vinden. G-d had geen betere plaats kunnen vinden om Zichzelf te openbaren, dan in de voortdurende strijd en het streven van het menselijke hart, dat gevangen zit in de cellen en weefsels van een aards wezen. Dat is de reden waarom Tora-leren niet voldoende is. We moeten zijn voorschriften in ons dagelijks leven praktiseren, met heel ons hart en fysieke kracht, om die Essentie te ervaren en er eerste hands in te zijn ondergedompeld. Een mitswa doen is G-ddelijke wijsheid beleven. Je kan niet dichter bij komen.

Alles begint met Tora en gaat vandaar uit. Wanneer eenmaal de G-ddelijke wijsheid ontdekt is binnen die wetten en verhalen, dan wordt die ontdekt in alle gebeurtenissen van het aardse leven. Totdat „de aarde bedekt zal zijn met G-ddelijke wijsheid, zoals de wateren de bodem van de oceaan bedekken” en „alle wereldlijke bezigheden alleen bestaan uit het zoeken naar manieren om G-d te kennen.”

Dat we daar zullen zijn gekomen voordat u dit begon te lezen.