Index

Sjawoeot in het kort

Door: Rabbijn Shraga Simmons

Een van de heiligste dagen van het jaar is tevens een van de minst bekende. Waar gaat Sjawoeot over?

Het is ironisch dat over Sjawoeot zo weinig bekend is. Want in feite herdenkt Sjawoeot een van de meest belangrijke gebeurtenissen in de Joodse geschiedenis – Matan Tora – het geven van Tora op de Berg Sinai.

Sjawoeot is de uitkomst van de zeven weken lange Omer-telling, die begon op de tweede dag Pesach. De naam „Sjawoeot” betekent „weken”, als herinnering aan de zeven weken die het Joodse volk na de Uittocht uit Egypte afwachtte tot de onvergetelijke gebeurtenis op Sinai. (Daar Sjawoeot 50 dagen na Pesach komt, werd het in het Latijn Pentacosta genoemd, hetgeen in het Nederlands verbasterd werd tot Pinksteren).

Ruim 3.300 jaar geleden, om precies te zijn in het Joodse jaar 2448 (dat is 1312 VGJ) nadat het Joodse Volk Egypte verlaten had, kwam het de woestijn Sinai binnen. Dit hele volk – 3 miljoen mannen, vrouwen en kinderen – ervoer zelf en rechtstreeks de G-ddelijke openbaring:

Toen sprak Hasjem tot jullie vanuit het midden van een vuur; jullie hoorden het geluid van woorden, maar een gestalte zagen jullie niet, alleen maar een stem. Hij vertelde jullie van Zijn verbond, dat Hij jullie gebood na te komen, de Tien Geboden, en Hij schreef die op twee stenen tabletten. (Dewariem 4:12-13)

De gift van Tora was een gebeurtenis van ontzagwekkende omvang, dat een onuitwistbare indruk nagelaten heeft op het Joodse volk, doordat zovelen (3 miljoen mensen) er getuigen van waren en de herinnering daaraan door vertelden aan hun kinderen, die het allemaal weer door vertelden aan hun kinderen, wat hun groot ouders, hun overgrootouders, hun voorouders zelf meegemaakt en aanschouwd hadden. Die ervaring heeft het unieke karakter, vertrouwen en bestemming van het Joodse Volk gevormd. En in de 3.300 jaar sedert die gebeurtenis zijn Tora-idealen – monotheïsme, rechtvaardigheid en rechtspraak, verant­woorde­lijkheid en liefde voor de medemens – de morele basis geworden voor de Westerse beschaving.

Hoe wordt Sjawoeot gevierd?

Misschien dat de reden voor de relatieve onbekendheid met Sjawoeot gelegen is in het feit dat deze feestdag geen duidelijke „symbolen”  heeft, zoals de Sjofar voor Rosj Hasjana  [Joods Nieuwjaar], de Soeka voor het Soekot-feest [Loofhuttenfeest], de Chanoekia [de acht-armige kandelaar] voor Chanoeka of de matsot voor Pesach.

Op Sjawoeot zijn er geen symbolen die onze aandacht afleiden van het centrale punt waarop het Joodse leven geconcentreerd is: de Tora en het leren van Tora. Dus hoe vieren wij Sjawoeot? Het is een algemene gewoonte om de hele nacht van Sjawoeot op te blijven en Tora te leren. En daar Tora de manier is die leidt tot zelf-perfectie, tot verbetering van de eigen levensstijl, wordt het leren op Sjawoeot-nacht Tikkoen leil Sjawoeot genoemd, hetgeen betekent: een daad van zelf-reparatie op de nacht van Sjawoeot.

Tijdens de synagoge dienst op de ochtend van Sjawoeot, die in sommige sjoels reeds in alle vroegte, direct na zonsopkomst gehouden wordt, lezen wij het Bijbelboek Ruth. Ruth was een niet-Joodse vrouw met een grote liefde voor G-d en Tora en dat leidde haar ertoe om zich tot het Jodendom te bekeren. De Tora suggereert dat de zielen van alle toekomstige bekeerlingen tot het Jodendom op Sinai aanwezig waren, zoals er staat geschreven (Dewariem 29:13): „Ik sluit [dit verbond] zowel met diegenen die hier vandaag aanwezig zijn voor de Eeuwige jullie G-d, als met hen die hier vandaag niet aanwezig zijn.”

Ruth had nog een andere band met Sjawoeot: zij was de betovergrootmoeder van Koning David, die op Sjawoeot geboren werd en op Sjawoeot overleed.

Op Sjawoeot is het de gewoonte om de sjoel te versieren met bloemen en planten. De reden hiervoor is, dat de Berg Sinai, die in de barre woestijn stond, op de dag dat Tora gegeven werd, in volle bloei stond. De Bijbel associeert Sjawoeot ook met de oogst van tarwe en vruchten en noemt het brengen van de eerste vruchten van het veld aan de Tempel een uitdrukking van dank (zie Sjemot 23:16, 34:22, Bamidbar 28:26).

Melkkost

Er bestaat een universele traditie om op Sjawoeot melkkost te eten. Er worden vele verschillende redenen hiervoor gegeven door de commentatoren. Enkele daarvan willen wij hier noemen:

1.       Het Bijbelboek Sjier Hasjiriem [Hooglied] (4:11) noemt de zoete voedende waarde van Tora door te zeggen: „Het druipt van je lippen, als honing en melk onder je tong.”

2.       Het vers in Sjemot 23:19 zet het feest Sjawoeot naast het verbod om vlees en melk samen te eten. Op Sjawoet eten wij daarom een vleesmaal en een melkmaaltijd.

3.       Nadat de Joden de Tora op de Berg Sinai hadden in ontvangst genomen, weren zij onmiddellijk verplicht dieren ritueel te slachten [Sjechita]. Daar zij geen tijd hadden gehad kosjer vlees voor te bereiden, aten zij een melkkost-maaltijd.

4.       Sjawoeot is een verlenging van Pesach, het wordt daarom ook wel Atseret –  slotfeest – genoemd, net als Sjemini Atseret, het Slotfeest na Soekot. Zoals men op op Pesach twee gekookte soorten voedsel eet, ter herinnering aan de twee offers op Pesach in de Tempel, zo eten wij vlees en melk op Sjawoeot, maar daar dat niet samen gegeten mag worden in één maaltijd, eten wij één vlees­maaltijd en één melkmaaltijd. Daar we zo ook van twee verschillende broden eten is dit ook een herinnering aan de twee broden die op Sjawoeot in de Tempel gebracht werden (Rama).

5.       De dag dat Mosjé uit de rivier gehaald werd, was de 6de Sivan en hij wilde alleen gezoogd worden door een Hebreeuwse vrouw. Ter herinnering aan deze verdienste eten wij op Sjawoeot melkkost (Sefer Matamiem).

6.      Het Hebreeuwse woord voor melk çìá – ChaLaV – heeft de nummerike waarde van 8+12+20 = 40, het aantal dagen dat Mosjé Rabbeinoe boven op de Berg Sinai was (Rabbijn Sjimsjon van Ostropol).

In 1967 eindigde de Zesdaagse oorlog vlak voor Sjawoeot. Israël herkreeg weer de Westelijke muur van de vroegere Tempel [de „klaagmuur”] en voor het eerst sinds 20 jaar konden Joden weer hun meest heilige plaats bezoeken. Op Sjawoeot zelf werd de Muur opengesteld voor bezoekers en op die gedenkwaardige dag maakten meer dan 200.000 Joden een voettocht naar de Muur (in Jeruzalem rijden op Sjabbatot en Joodse feestdagen geen auto’s of bussen).

In de daar opvolgende jaren werd deze „pelgrimstocht” een vaste traditie. Vroeg in de ochtend op Sjawoeot, na een hele nacht Tora geleerd te hebben, vullen de straten van Jeruzalem zich met tienduizende Joden die naar de Muur wandelen.

Deze traditie heeft zijn oorsprong in de Bijbel. Sjawoeot is een van de drie Joodse pelgrim-feesten, waarop in de tijd van de Tempel de hele bevolking uit het hele land te voet naar de Jeruzalem kwam om daar Tora te leren en het feest te vieren.

Tora-lezing op Sjawoeot

Op Sjawoeot wordt gelezen uit het boek Sjemot (19:1-20:23), dat de gebeurtenis van Matan Tora  en de Tien Geboden bevat. Als Maftir wordt er gelezen uit Bamidbar (28:26-31) waarin de offers beschreven worden die op deze dag gebracht werden in de tijd van de Tempel. Als Haftara wordt Uit het eerste hoofdstuk van Jechezkel [Ezechiël] gelezen over het visioen van Jechezkel van de Merkava [de wagen].

Voordat uit Tora gelezen wordt, wordt volgens Asjkenazische minhaĝ Akdamoet gelezen. De Sefardiem lezen dit niet.

Akdamoet, een liturgisch gedicht, werd gecomponeerd door Rabbi Meïr, de zoon van Rabbi Jitschak, die chazan was in Worms. Rasji woonde ook in Worms en volgens de traditie zou Rabbi Meïr de leraar van Rasji geweest zijn. De zoon van Rabbi Meïr werd door de Kruisvaarders vermoord bij het pogrom van Worms. Nadien werd Rabbi Meïr gedwongen een debat aan te gaan met leiders van de Christelijke Kerk, die probeerden hem van zijn geloof af te brengen. Dat lukte hun niet en Rabbi Meïr schreef daarna dit gedicht als een loflied op Hasjem. Het gedicht, dat zich scherp afzet tegen de kerkelijke leiders, is geschreven in het Aramees, zodat alleen degenen die Talmoed geleerd hebben het kunnen begrijpen.

Op Sjawoeot  wordt, zoals boven reeds vermeld, het boek Ruth gelezen, om ons te leren dat Tora alleen ver­kre­gen wordt door lijden en moeilijkheden, net zoals Ruth het Jodendom pas verkreeg na veel moeilijk­heden te hebben doorgemaakt. (Sefer HaToda’ah).

Namen van het feest

Het feest van de 6de Sivan heeft vier verschillende namen:

– Het oogstfeest: zoals er greschreven staat: „En het feest van de oogst van de eerstelingen van je werken, dat je gezaaid hebt op het veld (Sjemot 23:16);

– Het Wekenfeest: „En het Wekenfeest zul je vieren met de eerstelingen van het maaien van de tarwe (Sjemot 34:22);

– Het Feest van de Bikoeriem [de eerste vruchten];

– Atseret; dit is een naam door de geleerden eraan gegeven, genoemd in Sifri.