Archief artikelen 3 weken en 9 Av

Home

Waarom wij rouwen

Door Naftali Silberberg

De vastendag van Tisja Beav, de droevigste dag in de Joodse kalen­der, is de dag die de verwoesting zag van beide Tempels, zowel als vele andere tragische gebeurtenissen in de lange geschie­denis van de met tranen doordrenkte galoet (ballingschap) van ons volk. We lezen Jeremiahoe's Boek Klaagliederen en een uitge­breide collectie van treurdichten die levendig al deze trage­dies beschrijven, en gedurende die dag volgen we verscheidene rouw­gewoonten.

Tisja beAv is onze nationale rouwdag, waarop we even stil houden om terug te denken aan al de pogroms, kruistochten, inquisities en holocausts, die ons volk de afgelopen 2.000 jaar hebben achter­volgd. Maar het wordt specicifiek herdacht op de datum waarop de beide Tempels werden verwoest en de Tempels vormen het voor­naamste brandpunt van de rouw op deze dag. Het is duidelijk dat ons lijden ten nauwste verbonden is met de afwezigheid van de Tempel.

Wat is het verband? En vanwaar die obsessie met een antiek bouwwerk in Jeruzalem? Geeft de afwezigheid van een Tempel bij iemand van ons het gevoel van een gapend gat in zijn leven?


De Talmoed verklaart (in traktaat Berachot 3a): Wanneer de Joden hun gebeden- en leerhuizen binnengaan en verkondigen: „Moge Zijn grote naam gezegend zijn,” dan knikt de Heilige, gezegend is Hij, en zegt: „Hoe gelukkig is de koning die zo in zijn huis geprezen wordt. Wat is er nog voor een vader, die zijn zoon in ballingschap heeft gestuurd? En wee de kinderen die verbannen zijn van hun vaders tafel!”

Deze korte verklaring drukt de hele essentie van galoet (ballingschap) uit.

Ouder-kindrelaties delen vele van de eigenschappen die alle relaties kenmerken – hoewel misschien intensiever: respect, genegenheid, zorg, enz. Maar er is een essentieel verschil. Andere relaties zijn gebaseerd op bovenstaande gevoelens: omdat ik van je houd, zorg ik voor je, daarom zijn we vrienden. In de ouder-kindrelatie is het tegenovergestelde waar; deze gevoelens zijn gebaseerd op de relatie: omdat ik jouw ouder/kind bent, houd ik van je.

Dus de ouder-kindrelatie bezit twee aspecten: zijn essentie en zijn manifestaties. Zijn kern is de essentiële relatie die onveranderlijk is en die zelfs niet onderhevig is aan fluctuaties. Ongeacht wat er gebeurt, een ouder blijft altijd een ouder en iemands kind blijft altijd zijn kind. In een normale en gezonde ouder-kindrelatie drukt deze primaire ziel-relatie zich uit in de vorm van liefde, zorg en wederzijds respect.

G-d is onze vader en wij zijn Zijn kinderen. En tijdens de galoet vormen we een dysfunctionele familie. Wij zijn verbannen uit het huis van onze Vader. Onze relatie is gereduceerd tot het barre minimum. Al de waarneembare sporen van de relatie zijn verdwenen. We voelen noch zien G-ds liefde voor ons, en we voelen ons niet werkelijk Zijn kinderen. We bestuderen Zijn Tora en gehoorzamen aan Zijn geboden en er wordt ons verteld dat als we dat doen, dat we ons dan verbinden met Hem, maar we voelen die band niet.

Dit is zeker niet de manier waarop die relatie zou moeten zijn, en is ook niet altijd zo geweest. Er was eens een tijd dat we werden vertroeteld door de omhelzing van onze Vader. Zijn liefde voor ons manifesteerde zich in vele vormen: wonderen, profeten, overvloedige zegeningen en een land overvloeiend van melk en honing. En als toppunt van de relatie was daar de Heilige Tempel, G-ds woning, waar Hij letterlijk woonde te midden van Zijn volk, waar Zijn aanwezigheid voelbaar was. Driemaal per jaar brachten Joden een bezoek aan G-ds woning en voelden Zijn aanwezigheid, voelden de relatie. Daarna gingen ze dan weer terug naar huis, versterkt door de ervaring, hun harten en zielen vol vuur en lof voor G-d.

Al het lijden dat ons lot is geweest sinds de dag dat de Tempel verwoest werd, is het resultaat van onze ballingschap. Wanneer de koningszoon in het paleis woont, wanneer de liefde van de koning voor de prins openlijk getoond wordt, dat is het kind beschermd tegen de boze plannen van zijn vijanden. Maar wanneer het kind het huis is uit gezet, vallen de vijanden aan.

Daarom rouwen we om de verwoesting van de Tempels.

En we geloven, met perfect geloof dat de dag dichtbij is dat wij zullen terugkeren naar het huis van onze Vader, en gesmoord zullen worden door Zijn liefde.