Archief

WAT GEBEURDE ER OP DE NEGENDE AV?

Op Tisj’a BeAv gebeurden er vijf nationale rampen:

  1.         In de tijd van Mosjé Rabbeinoe (onze leraar Mozes), accepteerden de Joden in de woestijn de schandalige lasterpraat van de 12 spionnen, en het vonnis werd over hen geveld dat hen verbood het Land Israël binnen te gaan (in het jaar 1312 vdGJ – [voor de Gewone Jaartelling]).

  2.         De Eerste Tempel werd verwoest door de Babyloniërs, onder leiding van Neboechadnetsar. 100.000 Joden werden afgeslacht en mijloenen in ballingschap gedeporteerd (586 vdGJ).

  3.         De Tweede Tempel werd verwoest door de Romeinen, onder leiding van Titus. Ongeveer twee miljoen Joden kwamen daarbij om en  nog ongeveer een miljoen werd verbannen (70 ndGJ).

  4.         De Bar Kochba opstand werd neergeslagen door de Romeinse Keizer Hadrianus. De stad Betar – de laatste vesting waar de Joden hadden standgehouden – werd veroverd en verwoest. Meer de 100.000 Joden werden afgeslacht (135 ndGJ).

  5.         Het Tempelplein en zijn omgeving werden omgeploegd door de Romeinse generaal Turnus Rufus. Jeruzalem werd herbouwd als een heidense stad – het kreeg een nieuwe naam: Aelia Capitolina – en de toegang daartoe was de Joden verboden.

Er gebeurden nog vele andere ongelukken en rampen in de Joodse geschiedenis op de Negende Av, waaronder:

  6.         Paus Urbanus II riep op tot de eerste kruistocht. Daarbij werden tienduizende Joden gedood en vele Joodse gemeenschappen vernietigd.

  7.         De Spaanse Inquisitie bereikte zijn hoogtepunt met de verdrijving van de Joden uit Spanje op Tisj’a BeAv 1492.

  8.         De Eerste Wereldoorlog brak uit op Tisj’a BeAv in 1914, toen Rusland aan Duitsland de oorlog verklaarde. De Duitse rancune over deze oorlog was de aanleiding voor de Holocaust.

  9.         Op Tisj’a BeAv begon de deportatie van de Joden uit het Warsja Getto.

ASPECTEN VAN DE ROUW: DE MIDDAG VOOR 9 AV

Gedurende de middag voorafgaand aan Tisj’a BeAv is het de gewoonte om een volledige maaltijd te eten, als voorbereiding voor het vasten.

Aan het eind van de middag eten wij de Seoeda Hamafsèket – de laatste maaltijd – die alleen bestaat uit water, brood en een hard gekookt ei.

Het ei geeft twee symbolen weer: De ronde vorm doet ons herinneren aan de cyclus van het leven. Een ei is tevens het enige voedsel dat harder wordt naarmate men het meer kookt. Dat is een symbool voor het Joodse volk dat de vervolging door de eeuwen heeft weerstaan.

Het voedsel dat men bij de Seoeda Hamafsèket eet, wordt in as gedoopt als teken van rouw. Men eet de maaltijd bij voorkeur alleen, terwijl men op de grond zit, zoals de gewoonte is van rouwbedrijvenden. Alleen, dat wil zeggen met minder dan drie mannen bijelkaar, zodat men geen zimmoen hoeft te bensjen.

Wanneer de middag voor Tisj’a BeAv op Sjabbat valt, is er geen Seoeda Hamafsèket  met ei en as. Met eet dan de normale „derde maaltijd” van Sjabbat, zij het zonder gasten en fanfare.

BEPERKINGEN VOOR TISJ’A BeAV

Vanaf zonsondergang gaan de voorschriften voor Tisj’a BeAv in werking. Ze bestaan uit de volgende uitdrukkingen van rouw:

1. Men eet of drinkt niets tot de volgende avond.

       a.         Zwangere en zogende vrouwen moeten ook vasten.

       b.         Een vrouw binnen 30 dagen na een bevalling hoeft niet te vasten.

       c.         Anderen, die oud, zwak of ziek zijn moeten een rabbijn raadplegen (M.B. 554:11)

       d.         Medicijnen mogen op Tisj’a BeAv worden ingenomen, bijvoorkeur zonder water.

 e.        In geval van ernstig ongemak mag men de mond spoelen met water. Men moet echter goed  oppassen dat men niets inslikt (M.B. 567:11).

2. Andere verboden:

       a.         Iedere vorm van baden of wassen is verboden, behalve voor het verwijderen van specifiek vuil – dat wil zeggen men mag ’s morgens als men opstaat de slaap uit zijn ogen wassen (O.Ch. 554:9, 11) en na dat men naar de w.c. is geweest mag men zijn handen wassen. (Zie O.Ch. 554:10; 613:3; M.B. 554:26).

       b.         Olieën, zalven en parfumeren voor het plezier is verboden (deodorant is toegestaan).

       c.         Huwelijksrelaties zijn verboden.

       d.         Men draagt geen leren schoenen (een leren riem is toegestaan).

       e.         Er wordt geen Tora geleerd want dat geeft vreugde. Men mag alleen een aantal voor Tisj’a BeAv relevante teksten lezen, zoals het Boek Klaagliederen, Job en bepaalde delen uit Talmoed traktaat Moëen Katan, Gittin 56-58, Sanhedrin 104 en de wetten van rouwbedrijvenden. Diepte studie moet men vermijden (M.B. 554:4).

3. Andere rouwgebruiken:

       a.         Men zit niet hoger dan ongeveer 30 cm van de grond. ’s Middags mag men op een stoel zitten (O.Ch. 559:3)

       b.        Men houdt zich niet bezig met zijn bedrijf, tenzij dat tot een ernstig verlies zou lijden (O.Ch. 554:24)

       c.         Men groet elkaar niet en wisselt geen geschenken uit (O.Ch. 554:20)

       d.         Men houdt zich niet bezig met ijdel gepraat of ijdele bezigheid.

       e.         Na afloop van Tisj’a BeAv worden alle activiteiten weer normaal hervat met uitzondering van de volgende, die worden uitgesteld tot de middag van de 10de Av, omdat de Tempel doorbrandde tot de 10de Av:

                    i.  Haarknippen en kleding wassen (wanneer, zoals dit jaar Tisj’a BeAv op donderdag valt, is het toegestaan dat onmiddellijk na Tisj’a BeAv te doen ter ere van Sjabbat).

                   ii.  Baden (wanneer 9 Av op donderdag valt mag men vrijdag ochtend baden).

iii  Vlees eten en wijndrinken.

iv  Muziek en zwemmen.

DE DIENST OP TISJ’A BeAV

1.   Het licht in de synagoge wordt gedimd, kaarsen worden aangestoken, het parochet – het voorhang voor de Ark – wordt verwijderd.

2. Het Boek Eicha (Klaagliederen) wordt gelezen, zowel ’s avonds als overdag.

3. Vervolgens worden kinot – speciale poëtische klaagliederen – over de verwoesting van de Tempel gelezen.

4.   ’s Morgens wordt uit Tora Dewariem [Deuteronomium] 4:25-40 gelezen, hetgeen de profetie bevat over Israëls toekomstige zonden en ballingschap. Het wordt gevolgd door de Haftora uit Jeremiahoe (8:13, 9:1-23) die de verlatenheid van Zion beschrijft.

5. In de middag wordt uit Sjemot 32:11-14 gelezen. Dit wordt gevolgd door de Haftora uit Jesajahoe 55-56.

6. Daar Talliet en Tefillien glorie en decoratie representeren, worden zij ’s ochtends tijdens Sjacharit niet gedragen. Echter men doet ze om tijdens Mincha, wanneer bepaalde rouwverboden verlicht zijn.

7. De Bircat Cohaniem wordt alleen tijdens Mincha gezegd.

8. Er wordt een speciaal gebed voor de troosting van Zion, en tijdens de Mincha dienst wordt Aneinoe gezegd in de Amida.

Samengesteld door Rabbijn Shraga Simmons van Jesjiwa Aish HaTorah.