Index feestdagen

Index Toe BeSjewat

HET JOODSE JAAR GEZIEN DOOR ZIJN MAANDEN

De Maan-seizoenen

De Maand van Sjewat / Adar  5764
24 januari - 21 februari 2004

De Winter

De leeftijd van de mens

Wanneer wij de seizoenen van het jaar zouden vergelijken met de leeftijden van de mens, welke leeftijd zou de winter dan voorstellen?

„Ouderdom” zult u waarschijnlijk zeggen. De winter veronderstelt de kille en snel achter­uitgaande jaren van de ouderdom, met uiteindelijk de dood. De win­terse sneeuw bedekt de wereld met een wit en ouder­ wordend hoofd. In iedere taal symboliseert de win­ter de ouderdom. In iedere taal, dat wil zeggen, be­halve in één. In het Hebreeuws kan het woord voor winter, choref, ook de betekenis hebben van het ver­borgen ontluiken van jeugd naar rijpheid. Zoals er staat geschreven in het boek van Ijov (29:4): „zoals het was in de dagen van mijn winter.” Het woord winter betekent hier slapende levenskracht. Hoe kan het dat winter het uitbarsten van nieuw leven kan symboliseren? Hoe kunnen wij een wereldvisie be­grij­pen waar winter niet noodzakelijk verbonden is met de dood – maar met het bloei­ende leven?

Op de 15de van de Hebreeuwse maand Sjewat, dat dit jaar valt op 7 februari, begint een nieuw jaar. Er zal van deze gebeurtenis weinig of geen aandacht besteed worden op de Televisie. Er zal geen vuur­werk worden afgeschoten, niemand zal wachten tot midder­nacht, om vervolgens stomdronken over straat te kunnen gaan. 7 februari zal de rustigste Nieuw Jaars viering van de wereld zijn. En toch, Toe B’sjwat – het Nieuwjaar van de Bomen is een van de meest betekenisvolle dagen op de kalender.

Ik hoor u al zeggen: „Waarvoor hebben bomen een Nieuw Jaar nodig?”

Inderdaad, waarom hebben bomen een nieuw jaar nodig en waarom is dat op 15 Sjewat?

Hier komt de zon

Laten we met de laatste vraag beginnen. Toe B’Sje­wat valt midden in de winter. Buiten lijkt alles be­vroren en levenloos. Maar verborgen voor het oog gebeurt er iets diep binnen in het binnenste van de boom. Onder de bevroren bast, diep in de kern be­gint het sap om­hoog te rijzen. Alles ziet er uit zoals het er gisteren uit zag, alles lijkt onveranderd – maar onweerlegbaar begint er nieuw leven uit te botten. Het kan dan nog wel niet het einde zijn van de win­ter, maar het is reeds het begin van het eind.

Je kunt op twee manieren naar de winter kijken: Je kan het zien als het Einde. Je kan het zien als een doodse kilte. Maar je kunt het ook zien als de stille geboortedag van nieuw leven. Je kunt terugkijken en de winter beschouwen als het einde. Of je kijkt voor­uit en je ziet de winter als het begin.

Hetzelfde geldt voor het leven zelf. Je kunt na de „winter-jaren” van het leven kijken als het einde. Of je ziet diezelfde jaren als een voorbode voor een nieuw leven, dat op het punt staat te geboren worden op een ander niveau.

De Tora vergelijkt de Mens met een boom in het veld: Want de Mens is de boom van het veld [Dewa­riem 20:19]. Net zolas de boom een onzichtbare groeikracht heeft die omhoog rijst in het midden van winter en dood, zo ook heeft de mens een onzicht­bare levenskracht, die in hem geplant is – een eeu­wig bestaan dat tot leven komt wanneer wij deze winter-wereld van lijden en pijn verlaten.

Wanneer wij Toe B’Sjewat vieren, vieren wij niet alleen maar het Nieuw Jaar van de Bomen. In zekere zin vieren wij onze eigen wedergeboorte. Wij her­in­neren onszelf eraan dat dit slechts een winter-wereld is.

Avond en Ochtend

De winter brengt ons de kortste dagen van het jaar. Het lijkt dan of de nachten de dagen overheersen. De winter is een paradigma (een vervoeging) van deze wereld. In deze wereld schijnt de duisternis te overheersen. Het is gemakkelijk om te denken dat dit een korte wandeling in de duisternis is, tussen twee grotere duisternissen in. Maar voor de Jood is deze wereld van duister niet meer dan een prelude tot een groot Licht. De Jood ziet deze winter-wereld als de voorbode van de Lente, niet de scherprechter van de zomer.

Heel in het begin van de Schepping, herhaalt Tora de volgende woorden vele malen: „En het was avond en het was ochtend”. De avond gaat aan de ochtend vooraf. De nacht gaat aan de dag vooraf. Waarom begint de dag met de avond? Wanneer jij de wereld zou schep­pen, zou het dan niet logischer zijn om met de ochtend te beginnen, met het licht? Want als het eerste ding dat G-d schiep het licht was, moe­ten wij dan de dag niet laten beginnen met de ochtend en pas daarna de avond?

Meteen bij het begin van de Schepping is een aan­wijzing. Een aanwijizing dat dit een avond-wereld is. Een wereld van winter en duisternis. En het is pas na deze avond-wereld dat wij ten slotte de ochtend-wereld van het leven op een eeuwig niveau mogen binnen­gaan.

Dat is de geheime boodschap van Toe B’Sjewat, de dag waarop wij vieren dat er nieuw leven omhoog rijst in de boom. Toe B’Sjewat is een Nieuwjaarsdag die verkondigt dat „Het was avond,” maar dat het spoedig ochtend zal zijn.


Winter Wereld

Van de bleke vergezichten
Van de witte sneeuw
Van de prijs van ijs en regen
Van de wereld’s samenzwering
Wintersportverering
Buiten controle -
Bij dat alles weet ik
er is een haard
in het hart van de duitsternis.


Maan-seizoenen is een vertaling (met toestemming) van SEASONS OF THE MOON geschreven door Rabbi Yaakov Asher Sinclair en vetaald door Zwi Goldberg.