| Andere artikelen van Rabbijn Lopes Cardozo | |
|
IS HET WERKELIJK MOGELIJK OM JOOD TE WORDEN? Door Rabbijn Nathan Lopes Cardozo Terwijl de Staat Israël en zijn rabbijnse rechtbanken onderweg zijn naar een confrontatie betreffende het probleem van het Jood-worden, is het opmerkelijk dat niet een van de deelnemers, met inbegrip van de orthodoxie, de meest belangrijke vraag heeft overwogen: Is het wel mogelijk om Jood te worden? Dit mag als een rhetorische vraag opgevat worden, daar het antwoord bevestigend is. Maar toch dringt deze vraag door tot de kern van het probleem en zolang daar geen aandacht aan besteed wordt, zijn alle debatten hierover min of meer zinloos. De reden hiervoor ligt zeer voor de hand: Logisch gesproken is het niet mogelijk om Jood te worden. Net zo min als het voor een Jood, wiens vader geen Kohen is, onmogelijk is om een Kohen te worden, zo zou het ook voor een niet-Jood onmogelijk moeten zijn om Jood te worden. Men is òf geboren in een familie van Kohaniem, of men is het niet. Om dezelfde reden zou iemand die niet als Jood geboren is, geen Jood kunnen worden. G-d heeft de aartsvaderen en hun nakomelingen uitgekozen als Zijn uitverkoren volk en het zijn alleen diegenen die kunnen zeggen dat zij Joods zijn. Men is òf een deel van het volk of men is het niet. En toch is het mogelijk om Jood te worden! Hoe? Het is de filosoof Michael Wyschogrod, die in zijn boek The body of Faith [1] een authoratief antwoord geeft op dit probleem: Door middel van een wonder. Een niet-Jood die overgaat tot het Jodendom wordt op wonderlijke wijze een deel van het volk Israël. In tegenstelling tot het Christendom betekent dit niet alleen dat de niet-Jood nu het geloof van het Jodendom deelt, maar dat hij of zij het zaad wordt van de aartsvaderen en aartsmoeders en opdat dit kan gebeuren is een quasi-biologisch wonder nodig. De niet-Jood moet herboren worden als een directe afstammeling van Awraham en Sara. Dit wordt bewerkstelligd door de onderdompeling in een mikwe (ritueel bad), dat duidelijk de baarmoeder symboliseert, waardoor men wordt herboren. Het bewijs voor deze verreikende conclusie is het feit dat volgens Tora een bekeerling mag trouwen met zijn of haar eigen moeder, vader, broer of zuster. Echter, de Rabbijnen hebben dit verboden, uit angst dat er misschien gezegd gaat worden dat de niet-Jood een strengere godsdienst heeft ingewisseld voor een minder strenge, voor wat betreft heiligheid (Jevamot 22a). Maar het feit dat een dergelijk huwelijk door de Rabbijnen verboden is, neemt niet weg dat het van Tora is toegestaan. Dit is radicaal verschillend van de doop naar het Christendom. Na de doop blijft het verbod op incest in stand. De biologische verhouding tussen de ouders en de gedoopte persoon blijft hetzelfde als voorheen. Niet zo in het Jodendom. Wat vereist wordt, is een totale wedergeboorte van iemand, zodat vroegere biologische verwantschappen volledige worden afgesneden. (Dat men verplicht is zijn biologische ouders volledig te blijven respecteren is alleen een kwestie van hakarat hatov, d.w.z. dankbaarheid voor iemands „vroegere” ouders, een uiterst belangrijke component in de Joodse ethische leringen.) Bovendien is het onmogelijk om te beweren dat enkel de onderdompeling in een mikwe voldoende is. Het is van essentiëel belang dat de potentiële bekeerling verlangt om een volledig ander persoon te worden en om een diepgaande spirituele transformatie te ondergaan. Menselijke wezens zijn nu eenmaal niet alleen maar een hoop plasma, ingewikkelde robots, of gereedschapmakende dieren, die hun fundamentele zelf kunnen veranderen door zich alleen maar in een poel met water onder te dompelen. Zij zijn zielen met diepe emoties, die spirituele en morele gevechten ervaren, waarin religieuze geloven een essentiële rol spelen. Daarom moet de overgang tot het Jodendom een verreikende beslissing zijn, die geworteld is in de diepste schuilhoeken van de menselijke ziel. Tewijl dit duidelijk mede de wens inhoud om een deel te worden van het Joodse volk, zou het een grote vergissing zijn wanneer men zou beweren dat eenvoudige onderdompeling in een mikwe deze intense spirituele transformatie bewerkstelligt. Men kan zich honderd maal in een mikwe onderdompelen en nog steeds een niet-Jood blijven, wanneer het niet begeleid wordt door een spirituele transformatie, waarin men een deel wordt van de grote opdracht van het Joodse volk met een diepe betrokkenheid tot Joods leven. Men zou kunnen opmerken dat een dergelijke transformatie en betrokkenheid gewoon te veel is voor vele niet-Joden en dat daarom een eenvoudigere vorm van Jood-worden zou moeten worden toegestaan, omdat de eenheid van het Joodse volk op het spel staat. Echter, dat zou een grote vergissing zijn. Het belang van de Joodse eenheid is, hoewel van uiterst belang, niet het hoogste principe wanneer men proselitisering overweegt. Echter, de beslissende factor zou de integriteit van het Jodendom moeten zijn en zijn opdracht voor de wereld. Het is inderdaad vreemd dat alle betrokken partijen in dit nationale debat dit feit schijnen over het hoofd te zien. Terwijl de orthodoxe establishment de volledige acceptatie van de halacha eist, schijnt het over het hoofd te zien dat deze verplichting slechts een deel is van het bekerings-proces, maar zeker niet de totaliteit ervan. Wat nodig is, is een diepe emotionele betrokkenheid en begrip voor de existentiële betekenis van het Jood-zijn. Het zich volledig houden aan de halacha maakt iemand nog geen Jood. Aan de andere kant moeten diegenen met een meer liberale opvatting zich er volledig van bewust zijn dat bekering tot het Jodendom niet werkelijk kan plaatsvinden door alleen maar in een mikwe te springen, of door alleen maar de wens uit te spreken dat men tot het Joodse volk wenst te behoren. Werkelijke bekering kan alleen komen door een handeling die een wonderlijke quasi-biologische spirituele transformatie bewerkstelligt. Daarom zou iedere Rabbijnse rechtbank zo zeker moeten zijn als menselijk mogelijk is, dat er een reële en serieuze behoefte bestaat aan een dergelijke transformatie van de kant van de bekeerling. Uiteindelijk kan het wonder van de bekering alleen tot stand gebracht worden door G-d Zelf. Alles minder dan dat maakt van het bekeringsproces een farce. Het is om deze reden dat allen die betrokken zijn bij de acceptatie of verwerping van potentiële bekeerlingen goed in gedachten moeten houden dat wonderen soms gebeuren. Maar zij zijn zeldzaam. Het is waar, wonderen vormen een onafscheidelijk deel van de Joodse ervaring en zij moeten geappriciëerd worden voor wat zij zijn, maar zij moeten niet licht worden opgevat.
[1] The body of Faith. God in the People of Israel door Michael Wyschogrod, p. XVI-XX. Jason Aronson Inc., Northvale, 1996.
|
|