Bereisjiet

DE ZONDEVAL VAN ADAM EN CHAWA

Nog voordat Adam, de eerste mens, het Paradijs van Eden binnenging en nog voordat de vrouw geschapen was had Hasjem Adam reeds gewaarschuwd: „Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad mag je niet eten. Wanneer je toch van zijn vruchten eet, zul je zeker sterven.” Daarom hield Adam zich aan het gebod van Hasjem en at hij van alle bomen in de tuin, behalve van de vruchten van de Boom van de Kennis.

Nadat de vrouw geschapen was zei Adam tegen haar: „Chawa! Je moet weten dat het ons verboden is te eten van de vruchten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, want dat heeft Hasjem ons verboden.”

De slang nu was een slecht en listig beest en die wilde Adam en Chawa doen struikelen. Hij wilde dat zij wel zouden eten van de Boom van de Kennis. 1Omdat hij wel wist dat Adam niet naar hem zou luisteren, besloot hij de vrouw te verleiden om van die boom te eten, want hij wist wel dat vrouwen makkelijker te verleiden zijn. Daarom wendde de slang zich tot Chawa en begon met haar te praten, opdat zij door zijn gepraat in de war zou raken en zou luisteren naar zijn raad.

Zo vroeg de slang: „Heeft Hasjem jullie verboden om van de vruchten in de tuin te eten?” Maar de vrouw antwoordde hem: „Ha-Kadosj-Baroech-Hoe heeft ons toegestaan om van de vruchten in de tuin te eten, Hij heeft ons alleen verboden om vruchten te eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, ze aanraken is zelfs verboden, op straffe des doods.”

2Nu weten wij dat Hasjem Adam en Chawa niet verboden had om de Boom van de Kennis aan te raken, maar toen Adam het verbod van Hasjem doorgaf aan Chawa, zei hij erbij dat het hun ook verboden was de boom aan te raken, opdat zij zich niet per ongeluk zou vergissen en chas wechalilah toch van de vruchten ervan zou eten.

De slang ging voort om met zijn woorden Chawa te verleiden en hij zei tegen haar: „Als je van de vruchten van deze Boom eet zul je niet sterven, maar dan zal je net als G-d zijn, omdat je dan het verschil zult weten tussen goed en kwaad, daarom wil Hasjem niet dat je van die vruchten eet.” 3En als bewijs voor zijn woorden gaf hij de vrouw een duwtje, zodat ze de Boom aanraakte. Toen Chawa zag dat zij niet dood ging, nadat zij de Boom van de Kennis had aangeraakt, dacht zij bij zichzelf: nu blijkt dat ik niet ben dood gegaan nadat ik de Boom heb aangeraakt, kan ik ook wel van zijn vruchten eten.

Chawa stak haar hand uit nam één van de vruchten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad en beet erin. Nadat zij van de vrucht gegeten had, rende ze naar Adam en liet ook hem eten van de Boom van de Kennis. Toen zij de vrucht ophadden, zagen zij elkaar aan en zagen plotseling dat zij allebei naakt waren, helemaal zonder kleren. Daarom haast­ten zij zich en naaiden zich kleren van vijgenblaadjes.

Plotseling hoorden zij de stem van Hasjem in de Tuin van Eden. Adam en Chawa schrokken enorm en verborgen zich snel. *En hoewel Hasjem heel goed wist waar Adam en Chawa zich verborgen hadden, riep hij Adam, opdat deze niet zou schrikken wanneer Hasjem plotseling tegen hem zou gaan praten. Daarom vroeg Hasjem: „Waar ben je?” Adam antwoordde: „Ik hoorde Uw stem in de tuin en toen heb ik mij verborgen, want ik ben naakt.” Daarop vroeg Hasjem: „Hoe weet jij dat je naakt bent? Heb je soms van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad gegeten?” Adam antwoordde Hem: „Die vrouw heeft mij verleid, daarom heb ik van de Boom van de Kennis gegeten.” Toen vroeg Hasjem aan Chawa: „Wat heb je gedaan?” En Chawa antwoordde: „Die slang heeft mij verleid om van de Boom van de Kennis te eten, en toen heb ik ervan gegeten.”

Toen Hasjem dat hoorde strafte Hij in de eerste plaats de slang, omdat die Chawa verleid had om van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad te eten. Hij zei tegen de slang: „Vervloekt zul je zijn van alle dieren van het veld. Op je buik zul je verder kruipen en stof zul je eten, al je levensdagen.” Dat wil zeggen 3dat de poten van de slang, die eerst rechtop liep, zodanig werden ingekort dat hij alleen nog maar op zijn buik kon voortschuifelen. En heel zijn verdere leven zou de slang alleen maar stof eten. En niet alleen dat, maar er zou altijd haat zijn tussen de slang en de mens.

Daarna gaf Hasjem Chawa straf, omdat zij van de vruchten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad gegeten had en omdat zij haar man verleid had daar ook van te eten en Hij zei tegen haar: „Jouw straf zal zijn dat je in pijn kinderen zult baren. Dat wil zeggen dat het erg moeilijk voor je zal zijn om kinderen te doen geboren worden. En niet alleen dat, maar je man zal altijd over jou heersen.

Ten slotte richtte Hasjem zich tot Adam om hem te straffen omdat hij zich had laten verleiden door Chawa en van de Boom van Kennis had gegeten en Hij zei tegen hem: „De grond waarop je werkt zal vervloekt zijn.” Dat wil zeggen dat de aarde doornen en distels zou voortbrengen in plaats van tarwe, vruchten en groenten; en dat de mens hard zou moeten zwoegen om de aarde te bewerken. De mens zou de aarde moeten bezaaien, bevloeien en bemesten en  er waterputten en dergelijke in moeten graven, enzovoorts. En nadat de oogst opkomt moet de mens die binnenhalen. 4De aarde zou ook schadelijke dieren voortbrengen zoals klein ongedierte, vlooien en dergelijke. Daardoor werd de mens ook nog eens extra gestraft want als eenmaal de dag zou aankomen dat hij zou sterven, zou hij weer uiteenvallen tot aarde en stof, precies zoals hij was voor zijn schepping, en als hij nooit gezondigd had, zou hij eeuwig zijn blijven leven.

Daarna leidde Hasjem Adam en Chawa uit het Paradijs van Eden, opdat zij niet ook zouden eten van de Boom van het Leven en daardoor eeuwig zouden blijven leven. En opdat Adam en Chawa niet meer zouden kunnen terugkeren naar het Paradijs van Eden, plaatste Hasjem voor de ingang van de tuin een ronddraaiend vlammend zwaard.

BRONNEN VAN DE MIDRASJ

De zondeval:

1. Midrasj Hagadol; 2. Avot de Rabbi Natan; 3. B.R.; B.R. Rasji 3:14; 4. Rasji 3:17.