Archief

WAJJERA

DE DRIE ENGELEN

Eens verscheen Ha-Kadosj-Baroech-Hoe aan Awraham en zei tegen hem: „Awraham! Ik draag je op jezelf en je zonen te besnijden.” Awraham luister­de naar de stem van Hasjem, en besneed zichzelf toen hij negen en negentig jaar oud was en omdat hij al zo oud was maakte die besnijdenis hem erg zwak.

Awraham vond het erg prettig om gasten uit te nodigen in zijn huis, *daarom maakte hij een grote tent met vier ingangen – aan iedere zijde van de tent was een ingang – zodat al zijn gasten zijn huis makkelijk konden binnengaan. Maar nu, dat Awraham zichzelf besneden had, wilde Hasjem hem niet met gasten storen. Daarom zorgde Hasjem ervoor dat de zon die dag extra warm scheen, zodat het te heet zou zijn voor de mensen om op weg gaan. Zo gebeurde het dat er niet één gast was in het huis van Awraham.

Toen Awraham merkte dat er helemaal geen gasten waren, ging hij buiten voor de ingang van zijn tent zitten om te kijken of er misschien toch iemand zou langskomen en dat ondanks dat hij zich ziek voelde en ondanks de grote hitte buiten. Maar er was niemand. *Maar kijk nou eens, daar kwam Ha-Kadosj- Baroech-Hoe Zelf  op ziekenbezoek bij Awraham. Hieruit kunnen wij leren hoe belangrijk de mitswa van ‘ziekenbezoek’ is. Toen Hasjem zag hoe vervelend Awraham het vond dat er helemaal geen gasten kwamen, gebood Hij drie engelen zich te vermommen als mensen en naar de tent van Awraham te gaan.

Al die tijd zat Awraham in de opening van zijn tent te wachten op gasten en daar zag hij plotseling in de verte drie mensen naderen. Awraham rende hen tegemoet, boog voor hen en zei: „Alstublieft, komt u toch mijn huis binnen, was het stof van de weg van uw voeten en rust wat in de schaduw onder de boom, dan zal ik u wat te eten en te drinken geven.” „Goed!” – antwoordden hem de engelen, die zich als mensen vermomd hadden.

Awraham haastte zich naar Sara, zijn vrouw en zei tegen haar: „Bak een koek voor de gasten die ons zijn komen bezoeken!” *Daarna haastte Awraham zich een mooi kalf uit te zoeken en gaf hij Jisjma’eel opdracht het te slachten want hij wilde hem die mitswa leren. Daarna nam Awraham boter en melk om nog andere lekkere etenswaren te bereiden. Dat alles bracht hij naar de engelen. *En Awraham deed dat allemaal zo vlug mogelijk, omdat tsaddiekiem er van houden een mitswa te doen en zich dus ook haasten als zij er een kunnen doen.

De maaltijd die Awraham zijn gasten voorzette was uitgebreid en zeer smakelijk. Awraham bleef terzijde van zijn gasten staan om toe te zien, dat zij van al dat lekkers dat hij hen gebracht had, zouden eten. *En hoewel engelen helemaal geen eten nodig hebben, deden zij net alsof zij aten, ter ere van Awraham.

Maar Hasjem had aan die drie engelen, die Hij naar Awraham gestuurd had, ook een opdracht gegeven, iedere engel kreeg een aparte opdracht, want engelen kunnen niet meer dan één opdracht tegelijk uitvoeren. Wat waren hun opdrachten? – Aan de eerste engel gaf Hasjem de opdracht om Awraham te genezen; de tweede engel moest aan Sara de bood­schap overbrengen dat zij over een jaar een zoon zou krijgen en de derde engel moest Sedom en Amora verwoesten.

Nadat de engelen klaar waren met eten, wendden zij zich tot Awraham en vroegen: „Waar is Sara, je vrouw?” Awraham antwoordde hen: „Zij is in haar tent!” „Dan deel ik je hier bij mee”, zei de engel, „dat zij volgend jaar een zoon zal krijgen.”

En inderdaad, na een jaar kreeg Sara, op haar oude dag, een zoon, *en op die dag dat Sara Jitschak baarde, gebeurde er nog een wonder, want alle vrouwen die tot dan toe geen kinderen konden krijgen, kregen nu een kind.

Samenvatting: Het is een grote mitswa om gasten uit te nodigen, zoals wij kunnen leren van Awraham awienoe, die zijn gasten te eten en te drinken gaf en een plaats om te rusten.

En ook ziekenbezoek is een grote en belangrijke mitswa, zoals wij kunnen leren van Ha-Kadosj-Baroech-Hoe, die Zelf de moeite nam om Awraham ter bezoeken en zoals Hasjem Zijn vriend Awraham bezocht toen hij ziek was, zo moeten ook wij onze vrienden bezoeken als zij ziek zijn.

Bronnen van de Midrasj

Toledot Jitschak; Rasji; Bereisjiet Rabbah; Midrasj Agada; Rasji in naam van Baba Metsia; Beraita;