Archief

MIKKEETS

de droom van par’o

Nadat de opperschenker bevrijd was en de chef- bakker was opgehangen, bleef Joseef achter in de gevangenis, want de opperschenker was vergeten dat hij Joseef beloofd had om voor hem een goed woordje te doen bij Par’o.

Op een nacht droomde Par’o een hele vreemde droom. In zijn droom zag hij hoe zeven vette, gezon­de, mooie koeien uit het water van de rivier omhoog kwamen en in het gras begonnen te grazen, dat langs de oever van de rivier groeide. Onmiddellijk achter hen kwamen nog zeven andere koeien uit het water van de rivier omhoog, maar deze zagen er niet gezond uit en waren niet zo mooi als de vorige koeien. Deze koeien waren mager en klein en zagen er slecht uit. En gelijk nadat die zeven lelijke, magere koeien uit de rivier omhoog gekomen waren wierpen zij zich op de zeven vette koeien en aten hen op maar het was hele­maal niet aan hen te zien dat zij die zeven vette koeien hadden opgegeten.

Par’o ontwaakte uit zijn slaap, maar hij stond niet gelijk op, zoals tsaddikiem doen, die onmiddellijk als zij wakker worden opstaan. Hij draaide zich eens op zijn andere zij en viel weer in slaap. En opnieuw had Par’o een droom. Nu zag hij in zijn droom zeven grote, mooie volle korenaren en onmiddellijk daar achteraan zag Par’o nog eens zeven korenaren, maar deze waren klein en dun en verdord. En toen gebeurde er iets heel raars: de zeven kleine, dunne aren, die natuurlijk helemaal niet kunnen eten, verslonden plot­seling de zeven grote, mooie aren.

Par’o ontwaakte uit zijn slaap en nu was hij erg verontrust vanwege die vreemde dromen. Onmiddel­lijk stuurde hij zijn dienaren er opuit om alle tover­naars van Egypte bij zich te laten komen, opdat die zouden proberen om de dromen van Par’o uit te leg­gen en te verklaren. [1]De tovenaars probeerden in­der­daad de dromen van Par’o te verklaren. De één zei tegen Par’o: „Meneer de Koning, de verklaring is dat u zeven dochters krijgt, maar u zult ze allemaal spoe­dig begraven.” De tweede toveraar kwam met een andere verklaring en de volgende bedacht weer iets anders. Alle tovernaars van Egypte probeerden de dromen van Par’o te verklaren maar Par’o wilde geen van de verklaringen accepteren als de juiste verklaring omdat het allemaal nare verklaringen waren en daar­om joeg hij al die tovernaars weer weg.

Nadat alle tovernaars weg waren kwam de op­per­schenker naar Par’o toe en zei tegen hem: „Meneer de Koning, toen wij, eh … de chef-kok en ik eh … in de gevangenis zaten omdat wij tegen u gezondigd hadden, toen hadden wij allebei hele vreemde dromen. Wij vertelden die dromen aan een jonge hebreeuwse knaap die daar ook zat, Joseef was zijn naam, en hij kon de dromen ver­kla­ren en niet alleen dat, maar zijn verklaringen kwamen precies uit zoals hij voorspeld had.”

Toen Par’o dat hoorde zei hij tegen zijn dienaren: „Snel, breng mij die Joseef die in de gevangenis zit, hierheen.” De bedienden van Par’o haastten zich naar de gevangenis en na enig zoeken vonden zij daar Joseef, in gescheurde en vuile kleren, lange, verwil­der­de haren en met kapotte schoenen. De bedienden zeiden tegen elkaar: „Wij kunnen hem toch niet zo naar Par’o brengen?” Dus wasten de bedienden Joseef eerst, deden hem mooie kleren aan, knipten zijn haren en schoren hem en nadat Joseef weer schoon en toon­baar was, brachten zij hem voor Par’o, de koning van Egypte.

Toen Joseef voor Par’o stond zei Par’o tegen hem: „Ik heb toch twee zulke vreemde dromen gehad, niemand kan ze verklaren. Nu heb ik gehoord dat jij dromen kunt uitleggen, daarom vraag ik jou of je ook mijn dromen kunt verklaren.” Joseef antwoordde: „Het is Hasjem die Zijn wijsheid in mijn mond legt en alleen daardoor kan ik dromen verklaren.”

Daarop vertelde Par’o aan Joseef zijn twee vreem­de dromen en nadat hij uit gepraat was, zei hij: „Wel, kun je dat verklaren?” Joseef knikte instem­mend en begon: „Meneer de Koning, die twee dromen die u gedroomd heeft hebben één en de zelfde bete­kenis: Die zeven vette en gezonde koeien en die zeven mooie volle korenaren wijzen op zeven jaren van over­vloed met heel veel voedsel dat overal in grote hoeveelheden zal groeien. Maar die zeven magere  en lelijke koeien en die zeven verdorde korenaren symboliseren zeven jaren van zware hongersnood en in die zeven jaren zal er niets groeien. In die jaren zal het zo moeilijk en zwaar zijn voor de mensen, dat zij de zeven jaren van voorspoed, die daaraan vooraf gingen, zullen vergeten.”

Maar Joseef ging nog verder en zei: „Meneer de Koning, u heeft deze droom twee maal gedroomd om u te vertellen dat dit alles spoedig zal gebeuren. Ik denk dat u er verstandig aan doet om een wijs man aan te stellen, die ervoor verantwoordelijk zal zijn dat heel het volk voedsel spaart voor de zeven slechte jaren.” „Je uitleg bevalt me, heel erg bedankt,” antwoordde hierop Par’o.

Samenvatting: Par’o zei tegen Joseef: Omdat jij zo wijs bent, mag jij mijn dromen uitleggen. Maar wat antwoordde Joseef? Die wijsheid is niet mijn wijsheid, maar het komt alle­maal van Hasjem.

Zo moet iedereen begrijpen dat als hij wijs is of rijk of wat dan ook, dat het allemaal afkomstig is van Hasjem en dat het niet is vanwege zijn eigen verdienste.


[1]. Bereisjiet Rabbah volgens Rasji.

õ õ õ