Archief

WAJJERA

DE RUZIE TUSSEN SARA EN HAGAR

Vele jaren kon Sara geen kinderen krijgen en dat vond zij heel erg. Op een dag kreeg zij een idee en bedacht hoe zij toch misschien een kind kon krijgen. Zij ging naar Awraham en zei tegen hem: „Awraham, trouw met met mijn dienst­meid, dan zal ik als belo­ning dat ik mijn ellende in mijn eigen huis heb ge­haald, misschien een zoon krijgen.”

Zo trouwde Awraham met Hagar, de dienstmeid van Sara en zij baarde hem een zoon die Jisjma’eel genoemd werd. Na nog een aantal jaren kreeg ook Sara een zoon: Jitschak.

*Eens zag Sara hoe Jisjma’eel allemaal slechte dingen deed, zoals: hij diende afgoden, bedreef ontucht en vergoot bloed en bovendien zag Sara dat Jisjma’eel ook probeerde om pijlen  te schieten op Jitschak om hem zo te doden en dat hij tegen Jitschak zei: „Weet je, Jitschak, ik erf al de bezittingen van Awraham, mijn vader, jij krijgt niets!”

Toen Sara hem dat hoorde zeggen werd zij vreselijk boos. Zij haastte zich naar Awraham om hem te vertellen wat zij gezien en gehoord had en vroeg aan Awraham: „Stuur Hagar en haar zoon Jisjma’eel hier vandaan want ik wil niet dat Jisjma’eel jouw geld erft in plaats van Jitschak, mijn zoon.” Die woorden van Sara maakten Awraham boos en het speet hem enorm te horen dat Jisjma’eel het slechte pad was opgegaan. *Awraham antwoordde Sara: „Nee, ik zal Hagar niet wegsturen.” Daarop antwoordde Sara: „Ik zie dat jij weigert om Hagar weg te sturen, laten wij Hasjem vragen wat wij moeten doen. Laat Hem beslissen wie van ons gelijk heeft.”

Awraham vroeg aan Ha-Kadosj-Baroech-Hoe: „Wat moet ik doen, Heer der wereld, moet ik naar Sara luisteren of niet?” Hasjem antwoordde: „Luis­ter naar wat Sara zegt en stuur Hagar weg. Echter ook Jisjma’eel zal uitgroeien tot een groot volk, maar uit Jitschak zal het volk Israël voort­komen.”

De volgende ochtend nam Awraham brood en water, gaf dat aan Hagar en Jisjma’eel en stuurde hen weg. *Maar waarom gaf hij hun geen goud en zilver mee? Omdat hij boos was op Jisjma’eel dat hij het slechte pad was opgegaan.

*Onderweg werd Jisjma’eel ziek omdat Sara een boos oog op hem had laten vallen. Omdat Jisjma’eel niet meer verder kon lopen, tilde Hagar hem op en droeg hem verder op haar schouder. Toen Jisjma’eel ziek werd gebeurde er een wonder dankzij de ver­diensten van Awraham. Als gevolg daarvan raakte het water in de kruik van Hagar niet op, ondanks dat Jisma’eel erg veel water dronk.

*Terwijl Hagar haar weg vervolgde, kwam zij in de woestijn en zij verlangde naar haar afgodsbeelden die zij had aanbeden voordat zij bij Awraham in huis kwam. En omdat zij daar nog steeds naar verlangde had de verdienste van Awraham niet langer uitwer­king op haar en raakte het water in haar kruik op. *Toen zij dat zag werd zij vreselijk bang, want nu zou Jisjma’eel zeker sterven  van de dorst. Zijn koorts was al erg hoog en hij moest heel veel water drinken. Daarom liet zij Jisjma’eel in de schaduw onder een boom liggen en ging zelf op een grote afstand zitten, want zij wilde niet zien hoe haar zoon zou sterven.

Jisjma’eel brak in huilen uit en smeekte Hasjem: „Alstublieft, Hasjem, geef mij wat water om te drin­ken!” Ha-Kadosj-Baroech-Hoe gaf onmiddellijk ge­hoor aan het verzoek van Jisjma’eel, *maar de engelen probeerden te voorkomen dat Hasjem Jisjma’eel in leven zou laten en zeiden tegen Hem: „Heer der wereld, wilt u iemand in leven laten die in de toe­komst velen van Uw zonen zal vermoorden?” Hasjem antwoordde hen: „Nu is Jisjma’eel een tsaddiek en daarom laat ik hem in leven.” Daarop ver­scheen er een engel van Hasjem aan Hagar van wege de ver­diensten van Awraham en die zei tegen haar: „Wat is er met jou aan de hand, Hagar? Wees niet bevreesd want Hasjem heeft de stem van je zoon gehoord. Weet dat Jisjma’eel zal uitgroeien tot een groot en zeer machtig volk.” Toen Hagar haar ogen opende zag zij een waterput. Onmiddellijk stond zij op en gaf Jisjma’eel te drinken. Deze herstelde daarop snel.

Spoedig daarna werd Jisjma’eel een rover, hij overviel de mensen en stal alles wat zij hadden.

Samenvatting: Sara wilde Hagar en Jisjma’eel wegsturen omdat Jisjma’eel slechte dingen deed en Sara wilde niet dat haar zoon Jitschak in zulk slecht gezelschap zou blijven. Ook wij moeten weten dat het verboden is om te spelen met slechte vriendjes. Wij moeten altijd proberen alleen met goede vriendjes te spelen.

Bronnen van de Midrasj

Tossefta Sotah 86; Sotah 85; Pirkei de Rabbi Eli’ezer 30; Bereisjiet Rabbah 53; Zohar Roeth 82; Pirkei de Rabbi Eli’ezer; Bereisjiet Rabbah.