Archief

Noach

DE TOREN VAN BAWEL
Een verdeeld geslacht

Na de zondvloed waren er nog maar weinig mensen over op de wereld, alleen Noach en zijn familie. De zonen van Noach kregen op hun beurt weer kinderen en ook die kinderen kregen weer kinderen, zodat langzamerhand de wereld zich weer vulde met mensen. Al die mensen spraken allemaal een en dezelfde taal, namelijk *Lasjon Hakodesj – de Heilige Taal, en zij waren niet verspreid over de wereld maar zij woonden allemaal bij elkaar in een vallei waar het heel goed was om te wonen.

*Maar die mensen geloofden niet meer in Hasjem en wilden tegen Hem ten oorlog trekken. Om dich­ter­bij Hasjem te komen en Hem zo beter te kunnen be­strij­den zeiden zij tegen elkaar: „Laten wij een hele hoge toren bouwen die tot in de hemel rijkt. Dan kunnen wij tegen Hasjem vechten en dan kan Hij ons geen kwaad meer doen.”

En zo deden zij – ze verzamelden een heleboel stenen en metselspecie en werktuigen en sloegen toen aan de arbeid. Ieder werkte met enthousiasme – zelfs de bejaarden en ook de kinderen hielpen mee, zelfs de vrouwen en de kleine meisjes. Langzaam maar zeker vorderde de bouw van de toren, iedere dag en ieder uur een stukje hoger.

Hasjem zag wat zij maakten en begreep hun boze plannen en dat vond natuurlijk helemaal geen gunst in de ogen van Hasjem. Daarom besloot Hij hen heel zwaar te straffen.

Nog eens een zondvloed wilde Hasjem niet over hen brengen, want Hasjem had aan Noach beloofd dat er nooit meer een zondvloed op de wereld zou komen. Daarom riep Hasjem de engelen bijelkaar en zei tegen hen: „Ga naar de mensen toe en verwar hun taal want zij smeden een boos plan om tegen Mij ten oorlog te trekken.” *En waarom gebood Hasjem aan de engelen om speciaal de taal van de mensen te verwarren in plaats van hen te doden? Omdat zij allemaal één en de zelfde gedachte hadden en zij niet met elkaar twistten. En omdat zij onderling vrede hadden wilde Hasjem hen niet rechtstreeks treffen. Het geslacht van de vloed echter, waar iedereen van elkaar roofde en stal, hen doodde Hasjem onmiddellijk. Hieruit leren wij hoe belangrijk vrede is in de ogen van Hasjem.

En omdat zij zo'n eenheid vormden, vorderde hun werk snel en goed maar nu de engelen hun taal verwarden, konden zij elkaar niet meer verstaan, *en als de één aan de ander vroeg om hem stenen aan te geven, gaf die ander hem een hamer en dat maakte de eerste zo boos dat hij hem vermoordde. En als iemand om een spijker vroeg bracht zijn collega hem cement en dan was ook die man kwaad en vermoordde zijn collega. En wanneer iemand aan een ander cement vroeg, gaf die hem een hamer en dan sloeg hij hem ook dood. Zo gebeurde het, dat vanwege dat de één de ander niet meer verstond en daardoor de onderlinge eenheid verbroken werd, een heleboel mensen die met Hasjem hadden willen oorlogvoeren, vermoord werden door hun vrienden.

De mensen die overbleven, verspreidden zich over de hele aarde. Die plaats waar men een toren probeerde te bouwen om tegen Hasjem te vechten, werd Babel – verwarring – genoemd, vanwege de onderlinge verwarring die daar heerste.

Samenvatting: Met Ha-Kadosj-Baroech-Hoe valt niet te strijden, want Hij heeft de wereld geschapen en is sterker dan iedereen.

BRONNEN VAN DE MIDRASJ

Chazal, gebracht door Rambam

Jeroesjalmi Pesachiem 81

Tanchoema