Noach

DE VLOED

In de vorige parasja hebben we geleerd over Adam en Chawa, en dat zij twee kinderen kregen. Maar zij kregen nog meer kinderen, en hun kinderen kregen weer kinderen en die kinderen kregen weer kinderen, totdat de wereld vol was van mensen.

Echter, die mensen waren slechte mensen en zon­dig­den erg veel, ze stalen en roofden. *En wanneer iemand naar de markt ging, met zijn mandje met bood­schappen aan zijn arm, dan drongen een heleboel mensen tegen hem aan en ieder pakte dan wat van de boodschappen uit het mandje, iets dat minder waarde had dan een proetah, zodat zij het niet zouden hoeven teruggeven vanwege de diefstal. En zij zeiden dan ook dat als je maar zo iets kleins wegpakt, dan is dat geen stelen. Maar tenslotte had de eigenaar van het bood­schappenmandje niets meer over. En zelfs als een klein kind over straat ging met een klein snoepje in zijn hand, dan kwam zijn vriendje naar hem toe om het snoepje af te pakken en zo dus te stelen van het kind.

Hasjem zag dat de mensen erg slecht waren en dat zij veel zonden begingen. *En omdat er met name veel werd gestolen en geroofd besloot Hasjem de mensen heel zwaar te straffen.

Er was slechts één enkel mens in de wereld die niet stal of roofde en ook helemaal geen andere slechte dingen deed.  Zijn naam was Noach. Hij had drie zonen, Sjeem, Cham en Jèfèt. Deze man deed uitsluitend was Hasjem van hem vroeg, en daarom vond Noach gunst in de ogen van Ha-Kadosj- Baroech-Hoe. En omdat Hasjem niet ook Noach en zijn zonen wilde straffen, onthulde Hasjem aan Noach wat Hij van plan was en zei tegen hem: „Er zal een einde komen aan al het leven op aarde” – dat wil zeggen, dat Hasjem niet meer langer al die slechte daden van de mensen kon verdragen, daarom wilde Hij hen allemaal en de hele wereld daarbij vernie­tigen.

Hasjem richtte zich tot Noach en zei: „Je moet een ark van hout bouwen – dat is een woonboot – en die moet je van binnen en van buiten met pek bestrijken, zodat er geen water in kan binnendringen. *De ark moet je heel langzaam bouwen, zodat het lang zal duren voordat hij klaar is. Dan zullen de mensen je vragen: Wat doe je daar? En dan zul je hen ant­woorden en zeggen dat Hasjem de hele wereld wil vernietigen. Als ze dan tesjoewa doen, oprecht berouw tonen en hun leven helemaal verbeteren, dan zal Hasjem de wereld niet vernietigen.”

Noach, die een tsaddiek was, begon met de bouw van de ark, zoals Hasjem hem geboden had. Lang­zaam, gedurende vele jaren bouwde hij aan de ark. Maar hoewel de mensen zagen dat Noach een ark bouwde gedurende *honderdtwintig jaar, deden zij geen tesjoewa.

In de ark maakte Noach drie verdiepingen: de eerste was speciaal bestemd voor het afval, op de tweede woonden de dieren en op de derde verdieping woonde Noach met heel zijn familie.

Nadat Noach klaar was met de bouw van de ark, verzamelde hij en zijn familie allelei soorten voedsel en bracht dat naar de ark, opdat er genoeg zou zijn voor al de dieren gedurende een lange tijd. Ieder dier kreeg in zijn hok het eten dat hij gewend was.

*Noach hoefde de dieren niet te zoeken en naar de ark te lokken, maar de wilde beesten en de tamme dieren, de vogels, zij allemaal kwamen uit zichzelf naar de ark, precies in de aantallen die Hasjem Noach opgedragen had: van de reine dieren en wilde beesten moest Noach zeven paartjes, mannetjes en vrouwtjes, in de ark brengen en van de onreine dieren twee, één mannetje en één vrouwtje.

*Slechts één soort van alle dieren ging niet mee in de ark: de vissen, want op hen rustte niet het vonnis van de doodstraf door de vloed. Daarom konden zij buiten de ark blijven.

*Reeds begon het te regenen en dat was om de slechte mensen nog een laatste kans te geven om tesjoewa te doen, om hun leven te verbeteren. Echter niemand deed tesjoewa.

Toen het begon te regenen ging ook Noach de ark binnen en nu ging het nog harder regenen, steeds harder en harder. *Maar er kwam niet alleen regen uit de hemel, ook vuur. *Toen de mensen zagen dat zij begonnen te verdrinken in het water van de vloed, wilden zij de ark van Noach omver gooien, opdat ook Noach en zijn familie en allen die erin waren zouden verdrinken. Maar toen de mensen de ark naderden om die omver te gooien, zagen ze dat zij niet dichterbij konden komen omdat een heleboel leeuwen rondom de ark stonden om die te bewaken.

De regen en het vuur kwamen niet alleen uit de hemel, *maar ook al de bronnen van de aarde openden zich en kokend water barstte eruit naarboven. Het regende zo vreselijk  hard en veel, totdat heel de wereld vol kokend water was en ieder die zich buiten de ark bevond, stierf. Alleen de ark van Noach dreef op het water.

En in de ark – daar zorgden Noach en zijn zonen dat alle dieren en vogels voldoende te eten kregen en ieder dier kreeg het zelfde eten als dat wat hij buiten de ark gewend was.

*Hoe wist Noach nu wanneer het dag of nacht was, wanneer ochtend en wanneer middag? Hij had hele bijzondere stenen die 's avonds licht gaven en die 's ochtends weer doofden en zo wist Noach wanneer het dag en wanneer het nacht was.

*Eens gebeurde het dat Noach vergeten was de leeuw eten te geven. Nou, die leeuw was natuurlijk erg boos dat hij zijn maaltijd niet kreeg en uit  kwaad-

heid beet hij toen Noach in zijn been. Sedert dien hinkte Noach.

Zo leefden de dieren gedurende honderdvijftig dagen, pas toen stopte de regen. Het water van de vloed zakte en langzaam werden de toppen van de bergen weer zichtbaar, als eerste de top van de berg Ararat en daarop kwam de ark van Noach tot rust.

Veertig dagen nadat de regen was gestopt stuurde Noach een raaf naar buiten om te onderzoeken of het al mogelijk was de ark uit te gaan. Maar de raaf vond nergens een rustpunt voor zijn pootjes om op te zitten, draaide wat rondjes om de ark en keerde gelijk weer terug.

Na een week stuurde Noach een duif naar buiten om te zien of ze al uit de ark konden komen. Maar ook de duif keerde al spoedig naar de ark terug, want ook zij vond geen plekje waar zij kon rusten.

Na weer een week stuurde Noach de duif er nog eens op uit en toen de duif terug kwam had zij een olijftakje in haar snavel. Noach begreep dat het water was begonnen te zakken en dat zij allen na nog enige tijd de ark zouden kunnen verlaten.

Na nog een week stuurde Noach de duif opnieuw naar buiten maar zij kwam niet meer terug naar de ark. Daaruit begreep Noach dat het nu mogelijk was om uit de ark te gaan. Zo maakte Hasjem aan Noach duidelijk dat de tijd gekomen was om de ark te verlaten.

Nadat Noach en alle dieren uit de ark waren gegaan, nam hij enkele reine dieren en offerde die aan Hasjem uit dank voor hun redding. Hasjem beloofde aan Noach dat Hij nooit meer een zonvloed zou laten komen op de wereld en dat Hij de wereld niet meer zou vernietigen vanwege de mens. En niet alleen dat, maar ook dat Hasjem nooit meer alle dieren die Hij geschapen had zou doden. En wanneer de mensen weer zouden zon­digen dan zou een regenboog aan de hemel zichtbaar worden die, in plaats van de zondvloed, de mensen zou waarschuwen om niet te zondigen.

Samenvatting: Wij leren een belangrijke les van deze afde­ling over de zondvloed, namelijk dat je nooit iets van een ander mag af­pak­ken zonder dat je daarvoor toestemming heb gekregen. En wie steelt – wel, die kan een hele zware straf verwachten.

Naar het volgende verhaal van Parasjat Noach: De Toren van Bawel

BRONNEN VAN DE MIDRASJ

Jeroesjalmi Bawa Metsia

Sanhedrin 108

Tanchoema

Rasji 6:14

Midrasj Hagadol

Sanhedrin t.p.

Rasji 7:12

Zohar

Tanchoema