Archief

WAJJÉTSÉ

Ja’akov vlucht voor lawan

Nadat Joseef geboren was, waren de zeven jaren die Ja’akov voor Lawan moest werken om met Racheel te mogen trouwen, voorbij. Ja’akov ging naar Lawan en zei tegen hem: „Ik zou graag met mijn vrouwen en kinderen naar mijn huis in het land Kena’an terugkeren. Ik wil graag mijn loon ontvangen voor al het werk dat ik voor u gedaan heb, al de jaren dat ik uw vee gehoed heb.” Lawan antwoordde hem: „Dat is goed, Ja’akov, je krijgt je loon.” Maar Lawan bedroog Ja’akov opnieuw en hij gaf Ja’akov niets. Echter dankzij de hulp van Ha-Kadosj-Baroech-Hoe breidde de kudde kleinvee van Ja’akov zich enorm uit en zo werd hij heel erg rijk.

Op een dag openbaarde Hasjem zich aan Ja’akov en zei tegen hem: „Ga naar je huis in het land Kena’an want Lawan gedraagd zich niet tegen jou zoals het hoort.” Ja’akov, die de opdracht van Hasjem direkt wilde gehoorzamen, riep onmiddellijk zijn vrouwen bijelkaar en zei tegen hen: „Ha-Kadosj-Baroech-Hoe heeft mij opgedragen om naar mijn huis in het land Kena’an te gaan.” Lea en Racheel antwoordden hem: „Wij gaan met je mee, ook wij willen de opdracht van Hasjem uitvoeren.” Ja’akov nam zijn vrouwen en kinderen en vluchtte van Lawan weg. Voordat ze er van­door ging, nam Racheel nog gauw even de afgods­beeldjes van haar vader mee, zonder dat Ja’akov daar iets vanaf wist.

Toen Lawan hoorde dat Ja’akov en zijn familie gevlucht waren zette hij de achtervolging in en wilde ze kwaad doen. Maar Hasjem verscheen aan Lawan en waarschuwde hem: „Denk er om dat je Ja’akov en zijn familie geen kwaad doet!” Daardoor was Lawan bang om Ja’akov iets aan te doen en toen Lawan Ja’akov had ingehaald zei hij tegen hem: „Waarom ben je voor mij gevlucht en liet je mij geen afscheid nemen van mijn dochters en kleinkinderen? En waarom heb je mijn afgodsbeeldjes gestolen? Bedenk wel dat ik je had kunnen doden voor wat je met mij gedaan hebt maar omdat Ha-Kadosj-Baroech-Hoe mij verschenen is en mij gewaarschuwd heeft je geen kwaad te doen, daarom zal ik je niets doen.”

Ja’akov antwoordde Lawan: „Ik ben voor u ge­vlucht en ik heb u geen gelegenheid gegeven om af­scheid te nemen van uw dochters en kleinkinderen omdat ik bang was dat u uw dochters van mij zou afnemen. Uw afgodsbeeldjes heb ik echter niet gesto­len en de man die ze gestolen heeft die zal daarvoor boeten met de doodstraf.” Ja’akov wist niet dat Racheel de beeldjes van haar vader had gestolen.

Lawan doorzocht het hele legerkamp van Ja’akov maar hij vond ze niet. Daarom was hij nog kwader op Ja’akov maar tenslotte gingen de twee toch in vrede uit elkaar, nadat zij een verbond gesloten hadden. Als teken van het verbond dat zij met elkaar gesloten hadden, richtten Lawan en Ja’akov een hoop – een gal – stenen op en Ja’akov noemde die plaats Gal’eed, dat betekent: er lag een gal – een hoop – stenen op het tijdstip – ’eed – dat Ja’akov en Lawan daar een verbond sloten.

Nadat het verbond tussen hun beiden gesloten was keerde Lawan terug naar zijn huis en Ja’akov vervolg­de zijn weg.

Samenvatting: Het is verboden iemand te bedriegen, zoals Lawan Ja’akov bedrogen heeft maar men moet zich eerlijk en rechtvaardig gedragen, zoals Ja’akov zich gedroeg tegenover Lawan.