Archief

KIE TISSA

Veertig dagen op Sinaï en het Gemengde volk

Reeds hebben wij verteld hoe Israël de Tora kreeg toen zij bij de berg Sinaï stonden en hoe zij daarna de mitswot en de wetten leerden van Mosjé.

En nu stond Mosjé opnieuw op het punt om de berg op te gaan, opdat HaKadosj Baroech Hoe hem de Stenen Tafels zou geven, de Tabletten van het Ver­bond, waarop de Tien Geboden stonden geschreven.

1Mosjé verzamelde het volk Israël en zei tegen hen: „Israël, heilig volk! Vandaag klim ik naar boven om voor jullie de twee Tabletten van het Verbond in ontvangst en mee naar beneden te nemen. Op die Ta­bletten staan de Tien Geboden geschreven, die jullie reeds gehoord hebben toen jullie bij Sinaï stonden. Over precies veertig dagen zal ik weer afdalen en weer bij jullie terug keren met die Tabletten in mijn hand.”

Mosjé klom de berg op en vandaar nam Hasjem hem mee naar de Hemel, waar Mosjé leefde als één van de engelen van het hemelse leger. Hij at niet, hij dronk niet, hij sliep niet, hij luisterde alleen maar heel, heel goed naar de woorden van de Levende G-d, zodat hij ze naderhand kon overbrengen aan het volk Israël.

Zo verbleef Mosjé veertig dagen en veertig nach­ten boven. Toen hij op het punt stond naar beneden te­rug te keren naar het volk Israël, gaf HaKadosj Ba­roech Hoe hem de Tabletten van het Verbond, waar­voor hij naar boven, naar de Hemel was gekomen.

2De Tabletten van het Verbond waren gemaakt van heel mooi edelgesteente – ‘safier’ heette dat gesteente – 3en zij dienden als getuigenis dat Hasjem aan Israël de Tora gegeven had.

Omdat een getuigenis (voor een Beit-Din – een rabbinale rachtbank – bijvoorbeeld) alleen maar gel­dig is als er twee getuigen zijn, gaf Hasjem aan Mosjé twee Tabletten in plaats van één.

4In elk van de beide Tabletten waren vijf uitspra­ken van Hasjem gegraveerd, samen dus Tien Uitspraken of tien ge- en verboden.

5Deze Tien Uitspraken waren er door Hasjem zelf, aan één kant in gegraveerd. Maar er was een wonder mee gebeurd. Men kon de uitspraken ook aan de andere kant van de Tabletten lezen, aan beide kanten kon men het lezen!

ó  ó  ó

Wij zullen nu terugkeren naar het legerkamp van Israël en zien wat daar gebeurde terwijl Mosjé in de Hemel verbleef.

Zoals jullie je zult kunnen herinneren had Mosjé gezegd dat hij na precies veertig dagen zou terug­komen. Omdat Mosjé overdag naar boven was gegaan, had Israël die dag meegerekend in de veertig dagen, in plaats van dat zij begonnen waren te tellen op die avond, zoals Mosjé telde. Zo gebeurde het dat de berekening van de veertig dagen volgens Israël en volgens Mosjé niet aan elkaar gelijk waren. Israël telde nauwkeurig de veertig dagen en nachten af, 35 dagen, 36, 37, 38, 39 dagen en nachten … en nu moest Mosjé terug komen! Heel het volk wachtte in spanning zijn terug­komst af. De volgende dag was de veertigste dag, volgens hun berekening, en dan, zo had Mosjé beloofd, zou hij terugkomen. Met de Tabletten van het Verbond en dan zou hij hun vertellen wat Hasjem hem geleerd had!

De ochtend van de veertigste dag, volgens de berekening van Israël brak aan (volgens de berekening van Mosjé was het pas de 39ste dag). Heel het volk stond op de uitkijk om er getuigen van te zijn hoe Mosjé uit de wolk boven de berg naar hen zou terugkeren.

Een uur ging voorbij, maar Mosjé kwam niet (nee natuurlijk niet, maar dat weten wij nu, toen begreep niemand dat). Nog een uur ging voorbij, nog steeds geen Mosjé. Drie uur, vier uur, maar Mosjé was nergens te zien.

6Het gemengde volk dat met Israël mee gereisd was, zei: „Israël, kijk, Mosjé heeft beloofd dat hij precies na veertig dagen naar ons zou terugkeren en wat gebeurt er? Wij hebben ijverig veertig dagen geteld maar Mosjé is nog steeds niet terug. Hij is natuurlijk overleden, boven in de Hemel.

Wie was dat „gemengde volk”, zullen jullie je misschien afvragen. 7Dat was een grote bonte menigte van allerlei mensen, afkomstig van allerlei volken, die met Israël mee waren gegaan toen zij Egypte waren uitgetrokken. Mosjé had zich toen tot Hasjem gewend en Hem verteld van hun verzoek om met het volk Israël mee te mogen trekken. Maar HaKadosj Baroech Hoe had geantwoord: „Nee, Mosjé, accepteer hen niet!”

Daarop had Mosjé gezegd: „Maar Heer der Wereld, deze mensen gedragen zich precies zoals heel Israël zich gedraagt. Waarom dan mogen zij zich niet bij ons voegen?”

HaKadosj Baroech Hoe had hem geantwoord: „Zo zal het zijn, Mosjé, laten zij zich maar bij het volk Israël voegen en neem hen ook mee uit Egypte.” Zo had Mosjé deze bonte menigte bij het volk gevoegd en zij werden het „gemengde volk” genoemd.

Volgende Verhaal

BRONNEN VAN DE MIDRASJ

1.   Rasji 32:1.

2.   Tanchoema 29.

3.   Rabbeinoe Bachia 31:18.

4.   Jalkoet Me’am Lo’eez.

5.   Maharsja Sjabbat 104a.

6.   Tanchoema 19 en Eetz Joseef.

7.   Zohar.