Archief

WAJJAKHEEL

DE GESCHENKEN VOOR HET MISJKAN

Toen Mosjé veertig dagen en veertig nachten in de Hemel verbleef, werd hem geboden om het Misjkan te bouwen - een woning voor Hasjem op aarde - en alle voorwerpen die daarbij hoorden.

Laten wij nu eens kijken naar de voorbereidingen van de bouw van het Misjkan.

Drie1 maal steeg Mosjé Rabenoe op naar de Hemel en iedere keer gedroeg hij zich daar als een engel van Hasjem. Ten slotte, op Jom Kippoer (op de 10de Tisrei) daalde Mosjé voor de derde en laatste keer af uit de Hemel.

Onmiddellijk op de dag na Jom Kippoer, dat wil dus zeggen op de 11de Tisjrei, verzamelde Mosjé heel het volk. 2Maar omdat hij niet wilde dat het gemengde volk hem zou bespioneren, gebood hij hen om niet samen met de rest van het volk naar de vergadering te  komen, maar om in hun tent te blijven. Want hij herinnerde zich nog heel goed wat een moeilijkheden dit gemengde volk het joodse volk veroorzaakt had en de zonde die Israël begaan had door hun toedoen - de zonde van het gouden kalf!

Zo kwam dus heel het volk Israël bijeen, ook de vrouwen, om te luisteren naar wat Mosjé hen in naam van Hasjem te vertellen had.

Maar voordat Mosjé aan het volk Israël begon te vertellen over de bouw van het Misjkan en over de bijdragen die zij zouden moeten geven, herhaalde hij nogmaals voor hen de voorschrift voor Sjabbat en al de mitswot en wetten die daar mee te maken hebben.

3Nu vragen jullie je natuurlijk af waarom Mosjé dat juist nu deed. Welnu, omdat Mosjé niet wilde dat Israël zou denken dat het werk aan het Misjkan zo belangrijk was, dat het zou zijn toegestaan om daarvoor Sjabbat te overtreden. Daarom waarschuwde hij hen nog eens en nog eens, dat zelfs een zo belangrijke mitswah als de oprichting van het Misjkan de Sjabbat niet kan verdringen.

Pas daarna vertelde Mosjé hen over het Misjkan, en beschreef hij hen hoe mooi en heerlijk het Misjkan zou worden, en zijn voorwerpen - die zouden gemaakt worden van goud en zilver en koper en van kostbare huiden en bijzondere edelstenen.

Ten slotte zei hij: „Hasjem heeft mij geboden om tegen jullie te zeggen, dat het Zijn bedoeling is dat iedereen onder Israël een bijdrage levert aan de bouw van het Misjkan, zoveel al zijn hart begeert en zoveel als hij kan, 4zonder dan iemand hem dwingt. 5Maar jullie moeten weten, en onthoudt dat goed, dat de bij­drage die jullie geven voor de bouw van het Misj­kan moet komen van jullie eigen geld en, de Hemel beware ons, niet van wat gestolen is, want wanneer iemand een overtreding begaat om een mitswah te doen, dat is dat helemaal geen mitswah. Daarom moeten jullie, Israël, goud en zilver en koper brengen, en hemelsblauwe en purperrode wollen en linnen stoffen en huiden van rode rammen en edel­ste­nen en zuivere olijfolie en andere dergelijke fijne matrialen.”

„Echter,” zo vervolgde Mosjé, „het is niet vol­doende om al deze mooie dingen te brengen, maar wij moeten er het Misjkan ook mee bouwen. Daarom moet ieder die verstand heeft van de bouwkunst, iets van zijn kennis en tijd schenken aan de bouw van het Misjkan en aan de vervaardiging van de gebruiks­voor­werpen daarvoor.

Toen de Israëlieten de woorden van Mosjé hoor­den, waren zij heel verheugd dat zij mochten helpen bij de bouw van het misjkan en zij haastten zich te doen wat Mosjé van hen gevraagd had. Ieder haastte zich om zijn bijdragen te brengen, 6en de vrouwen haastten zich extra snel, om hun sieraden naar Mosjé te brengen nog voor de mannen iets brachten.

Zo kwamen de Israëlieten naar Mosjé, en ieder gaf hem goud, zilver en koper. Wanneer jullie nu vra­gen vanwaar Israël al die kostbaarheden vandaan haalden, zoals die hemelsblauwe en purperrode wol­len en linnen stoffen, en al die kostbare en bijzondere huiden en dat sittiem hout en die fijne olijfolie, daar midden in de woestijn, dan kunnen wij jullie vertellen, 7dat toen Israël nog in Egypte was en Ja’akov nog leefde, hij hen vertelde dat zij in de toekomst een Misjkan zouden bouwen in de woestijn.En dat het daarom verstandig van hen zou zijn om, wanneer zij Egypte zouden uittrekken, al wat zij daarvoor nodig zouden hebben met zich mee moesten nemen.

En zodoende, toen Israël uit Egypte trok, namen zij alles mee wat Ja’akov hen gezegd had en dat alles brachten zij nu naar Mosjé.

Toen nu al het materiaal dat nodig was voor de bouw van het Misjkan bijeengebracht was, kwamen de vrouwen van Israël om met grote vaardigheid de bekleding van het Misjkan te weven. 8En vanuit de Hemel werden die vrouwen geholpen: wanneer zij  met één draad begonnen te weven, werd de rest vanzelf geweven.

9Ook al de vorsten van Israël wilden, net als alle andere mensen, geschenken en bijdragen geven voor het Misjkan. Maar zij zeiden bij zichzelf: „Het is beter dat wij wachten totdat heel Israël alles gebracht heeft, en daarna zullen wij aanvullen wat er ontbreekt aan de bouw van het Misjkan.”

Zo wachtten de vorsten van Israël twee dagen, en toen zij zagen, dat de Israëlieten alles wat er nodig was reeds naar Mosjé gebracht hadden, hadden zij daar spijt over en dachten bij zichzelf:  „Wanneer aan het gebouw niets ontbreekt, laten wij dan tenminste een bijdrage leveren aan de kleren van de cohaniem - de priesters.”

10En omdat de vorsten van Israël zich niet gehaast hadden om hun bijdragen te geven voor het Misjkan, verwijderde de Tora voor straf een  letter - de letter joed - uit hun naam. Daaruit kunnen wij leren, dat ieder die nonchalant omgaat met een mitswah, en zich niet haast om die uit te voeren, die wordt gestraft.

En nu, dat alle benodigde voorwerpen voor de bouw van het Misjkan er waren en al de kleren voor de cohaniem geweven waren, verzamelde Mosjé het volk en zei tegen hen: „Kijk, Israël en weet dat Hasjem Betsalel, de zoon van Oeri, heeft uitgekozen om het Misjkan te bouwen. Ook heeft de Heilige, gezegend is Hij, hem veel wijsheid gegeven, en nu weet hij heel precies hoe hij het goud en het zilver  en het koper in de juiste en verschillende vormen moet brengen, en hij weet ook hoe men moet weven en borduren en hij heeft kennis van alle bijzonderheden van de bouw.

11Maar niet alleen dat hij dat zelf allemaal weet, maar Betsalel kan het ook anderen leren. En Betsalel is niet zo als alle andere ambachtslieden, want alle andere ambachtslieden maken van elk voorwerp eerst een model van ijzer, en pas daarna maken zij het van zilver of goud. Maar zo is Betsalel niet. Hij kan de vormen direct en heel mooi, van goud of zilver maken.

Wanneer jullie nu lezen hoe bedreven Betsalel was, zullen jullie wel denken dat hij iemand was van al gevorderde leeftijd. Maar dat was niet het geval: 12Betsalel was pas 13 jaar oud toen Mosjé hem uitkoos om het Misjkan te bouwen.

13Mosjé verzamelde alle ambachtslieden, wier taak het was om Betsalel te helpen bij het werk aan de bouw van het Misjkan. En hij deelde hen in naar hun deskundiheid en naar het werk dat ze moesten doen. Zo kon ieder beter zijn beste kwaliteiten gebruiken voor de bouw van deWoning van Hasjem.

Samenvatting: Van de Israëlieten kunnen wij leren hoe wij met enthousiasme iets moeten doen voor Hasjem. Hasjem zei tegen Mosjé dat hij alleen maar om een bijdrage hoefde te vragen, en het volk bracht hem de kostbaarste voorwerpen, en met zulke grote spoed, dat Mosjé tegen hen moest zeggen om te stoppen, omdat er al genoeg was gebracht!

Parasjat Pekoedei

BRONNEN VAN DE MIDRASJ

1. Zie de Tora

2. Zohar

3. Rasji 35:2

4. Rasji 25:2

5. Zohar

6. Ramban 35:22

7. Sjemot Rabbah 33:10 en Jaféh Toar

8. Sjach

9. Bamidbar Rabbah 12:19

10. R. Bachia 35:27

11. Sjach

12. Sanhedrin 69

13. Sjach