Archief

JITRO

Deel II:  Jitro en het rechtsadvies

De volgende dag zat Mosjé zoals iedere andere dag, om recht te spreken over het volk. Gedurende vele uren zat hij op de zelfde plaats, terwijl vele mensen buiten stonden te wachten op hun beurt. Mosjé antwoordde op de vragen van iedereen en sprak recht over vele mensen die met elkaar ergens over getwist hadden. Pas wanneer de avond over de woestijn daalde, keerde Mosjé terug naar zijn tent om die de vol­gen­de ochtend vroeg weer te verlaten.

Jitro zag hoe vermoeid Mosjé was wanneer hij ’s avonds terug keerde naar zijn tent en vroeg hem: „Mosjé, waarom zit jij in je eentje van de ochtend tot de avond terwijl heel het volk naar jou toekomt?”

Mosjé antwoordde: „Er ontstaan heel veel pro­blemen bij de Israëlieten en ieder die een probleem of vraag heeft, komt naar mij toe en ik moet antwoord geven op die vragen of beslissen in hun menings­verschillen.”

Daarop zei Jitro: „Het is niet goed zoals jij dat doet, Mosjé, want jouw werk is veel te zwaar en als je zo doorgaat zul je spoedig geen kracht meer hebben om recht te spreken.” De midrasj1 vertelt dat Jitro er ook nog op wees, dat Mosjé een profeet was en dat hij die profetie alleen maar kon ontvangen wanneer hij alleen was, maar nu hij de hele tijd druk bezig was met recht te spreken en vragen van het volk te beantwoorden, was hij niet intstaat om de profetie van HaKadosj Baroech Hoe in ontvangst te nemen.

„En bovendien,” ging Jitro verder, „niet alleen jij lijdt nu onder het vele werk, maar heel het volk dat vele uren moet staan wachten totdat zij bij jou aan de beurt zijn, lijdt eronder.” 2En voorts zijn er brave en toegefelijke mensen die bereid zijn om afstand te doen van hun geld, als zij maar niet zolang in de rij hoeven te staan en zo­lang op hun beurt moeten wachten. Zo kan het gebeuren dat er vele mensen onrecht wordt aangedaan, want de oplichters onder het volk komen niet om hun straf aan te horen. 3En bovendien gebeurt het soms dat er ruzie ontstaat tussen twee rechts­par­tijen en als het zolang duurt totdat zij voor Mosjé kunnen verschijnen, wordt hun ruzie als maar heviger en dat maakt hun geval nog moeilijker om over recht te spre­ken en Mosjé had het nu toch al moeilijk genoeg. En of dat nog niet genoeg was, is er nog een pro­bleem: er zijn veel tenten die staan aan de bui­tenkant van het leger­kamp en voor degenen die daar wonen is het moeilijk om iedere keer dat zij een probleem hebben helemaal te komen, naar de plaats waar Mosjé rechtsprak.2

Jitro vervolgde en zei: „Luister naar mijn advies, Mosjé, dan kun je al deze problemen oplossen. Als je mijn raad een goed idee vindt, 4raadpleeg dan Hasjem, jou G-d en de G-d van Israël, of dit inderdaad een goed idee is. Indien Hasjem zegt dat mijn advies een goed advies is, dan is het goed en wanneer Hij zegt dat het geen goed advies is, dan moet je dat opvatten alsof ik niets gezegd heb. En daarom adviseer ik je als volgt: Je moet niet in je eentje recht spreken over het volk, 5maar je moet een aantal uren per dag besteden aan het lesgeven van Tora en haar basis­principes. In plaats van over het hele volk recht te spreken moet je rechtvaardige mannen uitzoeken die recht zullen spre­ken over Israël en alleen de moeilijkere pro­ble­men, die deze rechters niet kunnen oplossen, die komen naar jou toe en die los jij op.

Maar niet iedereen kan een zo moeilijke functie als die van rechter vervullen. De rechters moeten vrome, G-dvrezende mannen zijn, betrouwbaar en eerlijk, wars van eigenbelang. Dit moeten rijke mannen zijn, die geen behoefte hebben aan geld en zich daarom niet laten omkopen. En zij moeten ook weten om te gaan met mensen. Eerlijke mensen op wie men mag vertrouwen. 6Mensen die niet hun hele leven niets anders doen dan achter geld aan te hollen om zich nog meer te verrijken maar die hun schulden onmiddellijk betalen zonder daar problemen over te maken. Mensen die tevreden zijn met wat zij hebben, ook als dat maar weinig is, omdat zij maar weinig nodig hebben. En als zij desondanks toch veel geld hebben, dan streven zij niet naar nòg meer.

En daarom, Mosjé, nadat je al die mensen uit­ge­zocht hebt, die het volk zullen berechten, 7moet je het volk in groepen van tien man indelen. Over iedere groep stel je een rechter aan. Die noem je dan ‘hoofd van een tiental’. Hij is verantwoordelijk voor hen en zal op al hun vragen antwoorden.

Over vijf van deze ‘hoofden van een tiental’ stel je een ‘hoofd van vijftig’ aan. Deze lost de problemen op, die de vijf hoofden van tientallen niet konden oplossen.

Over iedere twee hoofden van vijftig stel je een ‘hoofd van honderd’ aan, en zij beantwoorden de vragen en problemen die de hoofden van vijtig niet konden oplossen.

De hoogste rechter zal worden aangesteld over tien hoofden van honderd, dus hij is rechter over duizdend mensen. Daarom zal hij ‘hoofd van duizend’ heten. Hij moet de problemen oplossen die zelfs de hoofden van tien niet kunnen oplossen.

En wanneer ook een hoofden van duizend een probleem niet aankan, dan komt hij naar jou toe. Zo krijg jij een veel lichtere taak en ook het volk hoeft minder te lijden.”

8„Maar onthoud, Mosjé,” zo vervolgde Jitro, „dat alle hoofden die jij hebt aangesteld, of het nu hoofden van duizend of van honderd, van vijftig of van tien zijn, zich heel de dag met Tora bezighouden en dat zij zullen zijn vrijgesteld van iedere vorm van arbeid.”

Mosjé had zorgvuldig geluisterd naar deze fantastische raad van Jitro en hij vond dat een ge­weldig goed idee. Dus ging hij onmiddellijk Hasjem hierover om raad vragen, of het goed was om het advies van Jitro op te volgen of niet. HaKadosj Baroech Hoe zei tegen hem: „Ja, Mosjé, doe wat Jitro je geadviseerd heeft, want zijn raad is heel goed!”

Mosjé koos onmiddellijk rechters uit het volk en stelde over de Israëlieten hoofden van tien, van vijftig, van honderd en hoofden van duizendtallen aan. Zij zouden voortaan het volk berechten en alleen de zwaardere en moeilijkere gevallen zouden voortaan nog naar Mosjé komen.

Jitro besloot dat nu de tijd voor hem gekomen was om terug te keren naar zijn land. Hij nam afscheid van Aharon en diens zonen en van de zeventig Oudsten en van heel het volk. En Mosjé? Hem speet het heel erg dat zijn schoonvader hem ging verlaten. De midrasj vertelt9 dat hij een heel eind met hem mee op weg ging om hem te begeleiden en hem intussen probeerde te overtuigen om bij Israël te blijven. Hij zei tegen Jitro: „Schoonpapa, blijf toch bij ons, keer niet terug naar Midjan. U heeft ons zulke goede adviezen gege­ven, waarom zou u niet bij ons blijven zodat u ons nog meer goede adviezen kunt geven?”

Maar Jitro antwoordde: „Ik zal je een verhaal als voorbeeld vertellen. Wanneer je ’s nachts, als het donker is, een een kaars aansteekt, dan geeft dat goed licht, niet waar? Maar wanneer je hem overdag aan­steekt, wanneer de zon schijnt, of wanneer de maan helder is, dan zie je de kaars niet eens. Zo is het ook met mij gesteld, Mosjé, zolang als ik in het kamp van de Israëlieten ben, wordt mijn licht niet opgemerkt, want jouw licht, Mosjé, schijnt als de zon en Aharon, je broer is als de heldere maan. Maar wanneer ik terug keer naar Midjan, waar de duisternis heerst, dan zal mijn licht gezien worden en dan zal ik de heidenen tot het Jodendom kunnen bekeren.”

En zo keerde Jitro terug naar Midjan en begon daar de mensen tot het Jodendom te bekeren.

Samenvatting: Van de gebeurtenissen met Jitro kunnen wij leren hoe goed het is om een Jood te zijn die in Hasjem gelooft. Want Jitro, ondanks dat hij het zo goed had in zijn wereld, liet alles achter en gaf alles op om Jood te worden.

Israël krijgt de Tora

BRONNEN VAN DE MIDRASJ

1. Jalkoet Me’am Lo’eez.

2. Ramban 18:23.

3. Jalkoet Me’am Lo’eez.

4. Mechilta.

5. Ramban 18:20.

6. Ramban 18:21.

7. Sforno 18:21.

8. Mechilta.

9. Mechilta.