Archief Haftara

Home

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Parasjat Pinchas (I Koningen 18:46-19:21)

Eliahoe’s leven wordt bedreigd door Koningin Iezèwel [Jeesjzèwel in het Hebreeuws, ‘dat is afval’ in het Nederlands, waar zij Izebel genoemd wordt]. Hij vlucht naar de woestijn, waar een engel hem eten en drinken brengt. Hij vlucht verder, naar de berg Chorev, waar hij klaagt dat hij zich vol vuur voor Hasjem heeft ingezet, maar dat de Joden G-d verlaten hebben. Hij krijgt een visioen van de Sjechina die aan hem voorbijtrekt, niet in een storm, niet in de aardbeving na de storm, niet in het vuur na de aardbeving,  maar in een nauwelijks hoorbaar geruis ging Hasjem aan hem voorbij. Hem wordt daarbij gezegd om Chazael als koning over Aram aan te stellen, om Jehoe als koning over Israël aan te stellen en om Elisja aan te stellen als opvolger van Eliahoe zelf. Elisja volgt hem en dient hem.

Het verband met de parasja

Pinchas wordt geïdentificeerd met Eliahoe. Zoals Pinchas met vuur en vlam de eer van Hasjem verdedigde tegen de zonde van Israël met de Midjanietische vrouwen, zo verdedigde Eliahoe Hasjem tegen de zonden van het afvallige Israël in zijn tijd. Eliahoe wordt niet geprezen voor zijn ijver en vuur zoals Pinchas. In tegendeel, hem wordt gezegd om zijn opvolger aan te wijzen. Pinchas paste gestreng het recht toe op de schaamteloze nasi, die zich te buiten ging met het Midjanitische meisje, waarmee hij de plaag, waarbij 24.000 doden vielen, stopte. Hij pleitte tegelijk om genade voor de rest van het volk. Eliahoe paste alleen het strenge recht toe. Hij loofde wel de Vader, maar niet Diens kinderen. Daar was Hasjem niet van gediend.