|
De
Wekelijkse Haftara
door Reuben Ebrahimoff
Haftara
voor Parasjat Bamidbar
(Hosea
2:1-22)
Korte inhoud van het verhaal
van deze week
De Haftara begint met een
belofte dat er in de toekomst zoveel Israëlieten zullen zijn, dat
het onmogelijk zal zijn hen te tellen. In plaats van Lo-ami [‘niet
mijn volk’] – te worden genoemd, zullen zij Bnei-E-l-Chai [de
‘Kinderen van de levende G-d’] genoemd worden. Een inzameling van de
ballingen zal plaatsvinden en dan zal het volk van Jehoeda en Israël
weer verenigd worden en één leider aanstellen. Hosea vergelijkt
Israël met een ontrouwe vrouw die berouwvol wil terugkeren naar haar
eerste echtgenoot. Maar misschien is het te laat. De Haftara eindigt
met de belofte dat Hasjem Israël voor eeuwig aan Hem zal binden, in
gerechtigheid en recht, in liefde en barmhartigheid, in oprechte
trouw.
Het verband met Parasjat
Bamidbar
In de parasja wordt ons verteld
dat de Israëlieten door Mosjé in de woestijn geteld werden. De
Haftara begint met de belofte dat Israël in de toekomst te talrijk
zal zijn om te tellen.
De gebeurtenissen in de parasja
spelen zich af, zoals de naam van de afdeling al zegt, in de
woestijn. De Haftara voorspelt dat Hij in de toekomst Israël,
allegorisch voorgesteld als een ontrouwe, overspelige vrouw, naakt
in de woestijn zal zetten, dat wil zeggen dat Hij de Joden opnieuw
door de woestijn zal laten trekken, om hun vertrouwen in Hasjem te
testen.
Rasji zegt in zijn commentaar
op vs. 1:18 dat bij de telling ieder gezin bewijzen van afstamming
moest overleggen. In de toekomst zal Hasjem Israël als Zijn zonen
erkennen.
De allegorie van de ontrouwe
vrouw
Door de gehele Bijbel heen
wordt de verhouding tussen Hasjem en het Volk Israël vergeleken met
een man en zijn echtgenote, want dat weerspiegelt de meest blijvende
en intieme liefdesband.
De Haftara beschrijft hoe Israël, afgebeeld als een ontrouwe vrouw,
achter vreemde afgoden aangaat, zoals een hoerende vrouw achter
vreemde mannen aangaat en immorele verhoudingen met hen heeft.
Hasjem wordt een Keel kana – een jaloerse G-d – genoemd,
vergelijkbaar met een jaloerse echtgenoot, die zijn ontrouwe vrouw
veroordeelt. Maar Hasjem is niet ‘persoonlijk’ gekwetst door het
ontrouwe gedrag van Zijn volk, maar is bezorgd om hun lot, want Hij
weet, dat als zij Hem inruilen voor hun afgoden, dat rampen over hen
brengt.
|