Archief

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Wajechi (I Koningen 2: 1-12)

Samenvatting van de Haftara:

Op zijn doodsbed geeft Koning David, die toen 70 jaar was, zijn zoon Sjlomo [Salomo], die toen 12 jaar oud was, opdracht om zich aan Tora te houden. Vervolgens geeft Koning David Sjlomo opdracht om Joav, de opperbevelhebber van Davids leger en diens vertrouweling, te doden omdat Joav Koning David verraden heeft door Davids oudste nog levende zoon Adoniahoe te steunen om de volgende koning te worden. Daarna geeft David zijn zoon opdracht om de zonen van Barzilai te steunen, die een aanhanger van Koning David was. Daarna geeft David Sjlomo opdracht om Sjimi ben Gaira te doden, die David gevloekt heeft, nadat Avsjalom, Davids zoon, hem gedwongen had Jeruzalem te verlaten. Koning David overlijdt  en Sjlomo volgt hem op als koning over Israël. Sjlomo vervult de laatste wensen van zijn vader.

Het verband met de Parasja

In het begin van parasjat Wajechi roept Ja’akov Awinoe zijn zonen bijeen op zijn doodsbed, om hen zijn laatste instructies te geven. Zo heeft ook de Haftara het over de adviezen die Koning David zijn zoon Sjlomo geeft voor zijn dood.

Achtergrond

Koning Sjlomo regeerde over Israël in een tijd, waarvan sommigen zeggen dat het de bloeitijd van Israël was. Het Volk Israël leefde in het Land Israël. Jeruzalem was de hoofdstad. Op de Zionberg stond het Beit Hamikdasj – de Tempel. Ons volk bestond uit 600.000 volwassen mannen met hun gezinnen. Zij hadden de kracht van de profetie verworven en konden met zekerheid de toekomst voorspellen. Men hield zich aan alle 613 mitswot, de Kohen Gadol was het hoofd van de dienst in het Heiligdom op de heiligste dag van het jaar, Jom Kippoer. Joden van heel het Land Israël kwamen met de Sjalosj Regaliem – de drie pelgrims­feesten, Pesach, Sjawoe’ot en Soekot – naar Jeruzalem, driemaal per jaar. Er was eenheid onder het volk in de tijd van Koning Sjlomo.

De les van de Haftara

Alleen eenheid van het Joodse Volk kan het doen overleven. Verdeeldheid maakt ons zwak en kwetsbaar tegenover de buitenwereld. We moeten trachten in harmonie te leven met onze gezinsleden, met onze collega’s op het werk, met buren en kennissen. Wanneer wij streven naar achdoet, zal Hasjem ons helpen.