Archief

Home

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Parasjat Wajjetsee: Portugezen: Hosea, 11:7-12:12

                                                 Asjkenaziem: id. 11:7-13:5

Korte samenvatting 11:7-12:12

Israël zal nimmer totaal vernietigd worden, zelfs niet als zij dat verdienen. Hosea profeteert over de toekomstige terugkeer naar het land Israël. Het noordelijke koninkrijk is zondig, ook de koning zondigt. Ja’akov wordt ten voorbeeld gesteld toen hij voor de strijd met Esav stond. Meer over de zonde en fraude en afgoderij van Israël.

Korte samenvatting 12:13-13:5

Hosea herinnert er ons aan dat ons succes in Hasjems handen ligt en niet in die van onszelf. Het koninkrijk van de tien stammen wordt beschuldigd van afgoderij. Hasjem herinnert Israël eraan hoe Hij hen liefdevol door de woestijn geleid heeft.

Het verband tussen de Haftara en de parasja

In de Haftara verwijt de profeet de bewoners van het koninkrijk van de Tien Stammen hun zonden. Hun gedrag steekt schril af tegen dat van Ja’akov Awinoe, zoals dat in onze parasja beschreven wordt:

š In de parasja zet Ja’akov een steen op als monument voor Hasjem in Beit El, waar hij zweert dat hij een tiende zal afscheiden voor Hasjem van alles wat hij verdienen zal.

In de dagen van het koninkrijk van de Tien Stammen wordt een kalf aanbeden op diezelfde plaats, Beit El, dat daar geplaatst was door de eerste koning over de Tien Stammen, Jeravam.

š  Ja’akov werd nimmer verleid door afgoderij, zelfs niet in de onzuivere atmosfeer van het huis van Lawan, waar afgoderij bedreven werd.

      De bewoners van het noordelijke koninkrijk faalden jammerlijk in dit opzicht in hun eigen land.

š  Ja’akov diende Lawan trouw, ondanks diens bedriegerijen. Hij getuigde hoe hij werkte in „de hitte van de dag en de koude van de nacht.” Hij nam nimmer iets van Lawan.

      Daarentegen verwijt Hosea het frauduleuze gedrag van de Joden in het noordelijke koninkrijk.

š  Hosea wijst op het voorbeeldige gedrag van Ja’akov die al zijn vetrouwen in Hasjem stelde.

      De bewoners van het noordelijke koninkrijk stelden hun vertrouwen in hun menselijke collega’s.

š  Hosea stelt Ja’akov als voorbeeld als iemand die constant Tora studeerde (Rasji op 12:10).

      De Tien Stammen, zowel als alle latere generaties van Joden worden aangemoedigd dat voorbeeld te volgen.

In het tweede deel dat alleen door Asjkenaziem gelezen wordt, wordt verteld hoe Ja’akov vluchtte voor zijn moordzuchtige broer Esav en naar het huis van Lawan gaat waar hij Lea en Rachel trouwt. De rest van de haftara vermaant de Tien Stammen voor afgoderij, een gedrag dat zo scherp afsteekt tegen dat van Ja’akov. De Haftara is eigenlijk een directe tegenstelling met de parasja van de week. Ja’akov die in een omgeving van afgoderij sterk blijft in zijn vertrouwen in Hasjem, tegenover de bewoners van het noordelijke koninkrijk die in hun eigen Heilige Land afgoden dienen.

õ    õ  õ