Archief

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

De Haftara voor Parasjat Haäzinoe

Haftara parasjat Haäzinoe (Sjmoeël II, 22:1-51)

De Haftara van deze week wordt gelezen uit het tweede boek van Sjmoeël en bevat wat algemeen bekend staat als de Sjirat David Het Lied van David. Deze Haftara onderscheidt zich dat het één van de weinige hoofdstukken in Tanach is, dat twee keer is opgeschreven. Namelijk hier, in Sjmoeël II en in het Boek Tehilliem, hoofdstuk 18, hoewel er een groot aantal verschillen tussen de twee is. Abarbanel beschrijft er in zijn commentaar op het Boek Sjmoeël vierenzeventig. Hij meent dat David dit lied oorspronkelijk schreef in zijn jeugd, toen hij nog diep verstrikt zat in allerlei problemen en tegenspoed. Hij dichtte het als een alles omvattende Psalm, dat betrekking zou hebben op iedere narigheid die er mogelijk in zijn leven zou kunnen optreden. Gedurende zijn lange leven hield David deze Psalm bij de hand en las het bij iedere gelegenheid van persoonlijke redding.

De originele versie staat in Sjmoeël, de versie in Psalmen werd door David tegen het eind van zijn leven hezien. Die tweede versie is niet een triomferend lied van persoonlijke overwinning, maar het is meer een neerslag van Davids persoonlijke gevoelens, die hij aan Israël gaf als een geschenk, opdat zij dit konden gebruiken als een gebed en als een troost in droeve tijden. Wie troost zoekt in meditatie in eenzaamheid, wie contact zoekt met zijn Schepper, wie zijn gepijnigde ziel wil uitstorten in vurig gebed zij allen kunnen hierin de juiste woorden vinden, waarmee zij hun gevoelens kunnen uitdrukken.

Hoewel het lied soms in harde woorden is uitgedrukt, om Davids vijanden te waarschuwen, dat zij niet tegen hem in opstand moesten komen, omdat Hasjem met hem was, weerpsiegelt het lied zowel Davids persoonlijke leven als de geschiedenis van het Joodse volk in het algemeen. Het is een lied dat geschreven werd met G-ddelijke inspiratie. Dat geldt zowel voor deze eerste versie van het lied, als voor die welke we vinden in de Psalmen. Het bevat lof voor G-d voor Diens redding van David, maar ook voor de straffen die werden uitgedeeld aan Davids vervolgers. In dat verband wordt Sjaoel apart genoemd. Hoewel Sjaoel een rechtvaardig mens was, die alles meende te doen met oprecht bedoelingen, vergiste hij zich in datgene wat hij rechtvaardig achtte. In de Psalmen drukt David zich zorgvuldiger uit en met meer respect voor Sjaoel. Niettemin werden ook Davids woorden in dit boek bewaard voor het nageslacht, om ons te waarschuwen dat hoewel wij niet ons respect moeten verliezen voor mensen met goede bedoelingen, niettemin die goede bedoelingen verkeerd gedrag niet kunnen rechtvaardigen.