Archief

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Sjabbat Hachodesj (Jechezkel 45:16-46:18)

(De Maftier wordt gelezen uit Sjemot 12:1-20)

De Haftara: De Haftara begint met de opdracht dat de Nasi verantwoordelijk zal zijn voor de inwijdings­of­fers van het Derde Beit Hamikdasj  [de Derde Tempel] (Rasji zegt dat met de Nasi hier de Kohen Gadol [Hoge Priester] bedoeld wordt). De Nasi zal de inwijdingsdienst officiëel leiden. Jechezkel schrijft over de toekomstige zoenoffers en de offers voor de inwijding van het Derde Beit Hamikdasj en wat de Kohen moet doen met het bloed van het zondoffer. Een gelijk offer zal plaatsvinden op de 7de van de maand voor diege­nen die uit dwaling gezondigd hebben. In de toekomst zullen er ook weer offers gebracht worden op Pesach en Soekot. De poort naar het Binnenhof zal alleen op Sjabbatot en Rosj Chodesj geopend worden. Het mincha offer wordt besproken en de offers voor Sjabbat en het Nieuwe Maanfeest. De Nasi (of Kohen Gadol) zal via die poort de hal binnentreden, hij zal bij de deurpost blijven straan en de Kohaniem zullen hem de offers brengen. Het volk zal Hasjem op Sjabbat en Rosj Chodesj dienen. De offers van de Nasi worden besproken en verdere bijzonderheden van de offers worden behandeld.

Het verband tussen de Maftier en de Haftara: De Maftier van deze week is Parasjat Hachodesj, waar Hasjem aan Mosjé vertelt dat Nissan de maand zal zijn van de verlossing van het Joodse volk uit Egypte. Alle voorschriften voor het Pesachoffer worden aan Mosjé geleerd. De Haftara heeft het over een tijd in de toekomst. Er is sprake van de inwijdingsceremonie van de Derde Tempel, hetgeen zal plaatsvinden op Rosj Chodesj Nissan. Toen de Joden op het punt stonden om Egypte te verlaten, was de maand Nissan voor hen het symbool van het begin van een nieuw tijdperk. Wanneer de Masjiach komt, zal Nissan opnieuw het begin zijn van een nieuw tijdperk.

ô ô ô

De Chidoesjei ha'Rim verklaart dat er twee manieren zijn om de G-ddelijke voorzienigheid te erkennen, hetgeen op zijn beurt iemand tot tesjoewa brengt. De een is door plagen en leiden, hetgeen iemand ertoe brengt te erkennen dat Hasjem de wereld regegeert en ons ter verantwoording zal roepen voor al onze misdaden. De ander gebeurt, door hem op te wekken met een G-ddelijke geest van boven, door G-ds grootheid te accepteren door erkenning van Zijn goedheid. De laatste manifesteert zichzelf hoofdzakelijk op Sjabbat en Jom Tov, die de Tora Mikraëi Kodesj noemt, precies omdat zij dienen als een appèl om dichter tot Hasjem te komen.

In dezelfde zin mogen wij misschien verklaren, dat waar de eerste iemand dichter tot Hasjem brengt door Jir'a (het ont­zag voor G-ds rechtspraak), de laatste hetzelfde doel bereikt door Ahava (zich met Hem verheugen).