Archief

Home

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Para (Jechezkel 36:16-38)

36:16-19 De oorzaak van de ballingschap van de Israëlieten is hun zonde van de vervuiling van het Land Israël en de verontreiniging van het Volk. De Joden waren schuldig aan afgoderij, bloedvergieten en ontucht. Elk van deze drie zonden leidde ertoe dat de Joden in ballingschap werden gestuurd. Nadat de Israëlieten in ballingschap gestuurd werden, gaf Hasjem aan Jechezkel  een profetie die de Joden hoop zou geven. 36:20-23 - De reden dat de Joden na 70 jaar mochten terugkeren uit ballingschap, was niet omdat zij tot inkeer gekomen waren en daarmee het recht op terugkeer naar Erets Jisraël verdiend hadden. Maar het was dat Hasjem niet wilde dat de vijanden van Israël zouden zeggen: „Wij zijn erin geslaagd G-ds volk te vernietigen.”  36:24-27 De toekomstige geestelijke wedergeboorte zal beginnen als Hasjem Israël gereinigd heeft.  Hasjem zal hun Jetser HaRa (hun slechte neigingen) uit hun hart verwijderen, en hen als het ware nieuwe harten geven met een zuivere geest. Hasjem zal ons veranderen van „harten van steen” in „harten van vlees”. Deze harten zullen ons in staat stellen ook de choekiem [de wetten die geen logische verklaring hebben] van Tora van harte na te komen. Jechezkel belooft ons, dat in de toekomst de profetie weer zal terugkeren tot Israël. 36:28-36 Jechezkel krijgt een profetie over toekomstige zegeningen. Hij voorspelt dat de Joden in de toekomst weer permanent en veilig zullen leven in het Land Israël.  Zij zullen in Hasjem geloven en zijn mitswot nakomen. Hasjem belooft het Joodse volk te helpen en te redden. Hasjem zal dan Israël zegenen met overvloed, een overvloed aan producten en een overvloed aan kinderen. Niet dat Israël dat dan verdiend heeft, maar dat zullen zij krijgen dankzij G-ds genade.