Archief

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Parasjat Sjekaliem (II Koningen 11:17-12:17)

De Haftara van deze week is de eerste van een serie van vier speciale Haftarot

Koning Jehoasj herstelt het Beit Hamikdasj (de Tempel) met de Halve Sjekel-munten die door de Israëlieten gegeven zijn.

Het leven van Jehoasj wordt gered van kwaadaardige Joodse regeerders en hij wordt aangesteld als Koning over Israël. Hij spoort het volk aan dat zij het volk van Hasjem zullen zijn en geen afgoden meer moeten die­nen. Hoewel Jehoasj nog erg jong is, vraagt hij of het volk zijn verzoek zal eerbiedigen. Kort daarop komen er vele Joden naar de tempel van de afgod Ba’al en vernietigen die. Zij vernielen de altaren en de beelden die gebruikt werden voor de afgodendienst en zij doden ook Matan, de hoge priester van de Ba’al. Koning Jehoasj herstelde de ceremonies in de Heilige Tempel door de Kohaniem en Levieten. Het volk Israël viert vervolgens de kroning van Koning Jehoasj. Hij was zeven jaar oud toen hij begon te regeren. Hij heeft 40 jaar geregeerd. Zijn moeder heette Zivia van Beër Sjewa. Koning Jehoasj was zeer rechtvaardig. Hij zei tegen de Kohaniem: neem de sjekels die aan het Beit Hamikdasj geschonken zijn om daarmee de Tempel te repareren. Drie en twintig jaar gingen voorbij zonder dat de Kohaniem de renovatie uitvoerden. Daarop liet Koning Jehoasj de Hoge Priester Jehojada bij zich komen en ondervroeg hem waarom het herstel van de Tempel nog niet gereed was. Daar had Jehojada geen antwoord op maar hij stemde erin toe het werk af te maken. Hij plaatste een kist met een gat erin naast het altaar en iedereen die een offer kwam brengen, stortte daarin zijn donatie. Zodra de kist vol was met sjekels werd het geld verdeeld onder de mannen die het werk aan de bouw van de Tempel moesten doen.

Het verband tussen de haftara en de parasja

Deze week lezen wij de eerste van de vier speciale haftarot die in de maanden Adar en Nissan gelezen worden. Dat zijn de haftarot Sjekaliem, Zachor, Para en Parasjat HaChodesj. Als Maftier wordt de afdeling uit Ki Tisa, Sjemot 30:11-16 gelezen, die gaat over de inzameling van de Halve Sjekel voor het Misjkan. Deze mitswa werd jaarlijks gedaan zolang als het Beit Hamikdasj bestond. Bij het begin van de nieuwe maand Adar moest iedereen boven de leeftijd van twintig jaar zijn bijdrage gereedmaken.

Jehoasj leefde van 835–775 vGJ in Jeruzalem.