Archief

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

Haftara Besjalach (Sjoftiem [Richteren] hoofdstuk 4 en 5)

Hoofdstuk 4: Israël zondigt en wordt onderworpen door de Kena’anieten. De Profetes Dewora wordt de leidster van de Joden. Zij zendt aan Barak een profetische boodschap om ten oorlog te trekken tegen de vijand. De vijand wordt verslagen. Jaël doodt generaal Sisera. Bnei Jisraël doden Koning Jawien.

Hoofdstuk 5: Het lied van Dewora: Eerst wordt Hasjem geprezen. Er wordt een beschrijving gegeven van matan Tora. Daarna wordt Hasjem bedankt voor de recente overwinning. Vervolgens worden de Joden ge­prezen die aan de strijd hebben meegedaan en een veroordeling van hen die dat hebben nagelaten. De won­de­ren van de strijd worden opgenoemd. Meroz wordt vervloekt en Jaël gezegend. Er is valse hoop in het kamp van Sisera. Conclusie: de gebeurtenissen hebben de macht die Koning Jawien over Israël had, verbroken.

Het verband tussen de Haftara en de parasja

In Parasjat Besjalach zingt Mosjé het ‘Lied van de Zee’, nadat Hasjem de Bnei Jisraël gered heeft van het Egyptische leger. In de Haftara zingt Dewora een lied, nadat Hasjem de Joden geholpen heeft om het Kena’anitische Juk af te werpen.

Een nadere beschouwing toont echter nog meer punten van overeenkomst:

? In de Tora staat dat Hasjem „het Egyptische legerkamp verwarde” (Sjemot 14:24). In de Haftara staat dat „Hasjem Sisera en al zijn strijdwagens en heel zijn legerkamp verwarde” (Sjoftiem 4:15).

? In de parasja staat dat de Egyptenaren gestraft werden met vuur en water. Een vuurzuil uit de hemel verhitte de zeebodem,  en zij verdronken in de Rietzee. In de Haftara wordt verteld dat de Kena’anitische wapenrusting verhit werd door de sterren en dat de vijand verdronk in de beek de Kisjon.

? In de parasja staat letterlijk: „Er bleef er niet over tot/dan één” (Sjemot 14:28). Dit dubbelzinnige vers kan betekenen dat er niet meer dan één overbleef van het Egyptische leger, namelijk Par’o zelf. In de Haftara staat een soortgelijke uitdrukking: „Er bleef er niet over tot/dan één” (Sjoftiem 4:16). En inderdaad, Generaal Sisera slaagde erin te ontsnappen van het strijdperk.

Verder verklaren onze geleerden dat de beek Kisjon de dode lichamen van de Sisera’s soldaten in de Rietzee liet stromen. Wat had dat voor nut? De Rietzee was zijn prooi ‘ontnomen’ in de tijd van Par’o, want Hasjem had de Rietzee bevolen dat de dode lichamen van de Egyptrische soldaten voor de ogen van Bnei Jisraël op het strand van de Rietzee zouden worden geworpen. Hasjem gaf de Rietzee nu de compensatie daarvoor in de vorm van de dode lichamen van de Kena’anitische soldaten.

Er lijkt nog een verband te zijn tussen Par’o en Sisera. Beiden vertelden hun onderdanen dat er geen Opperrechter bestaat om hen te berechten. Hasjem zet voor beide hemel en aarde in beweging om hun ongelijk te bewijzen. Beide legers worden op wonderlijk wijze vernietigd en zij blijven beiden alleen over om de waarheid te erkennen. Hebben zij werkelijk hun leven verbeterd? Volgens sommigen deed Par’o tesjoewa. En de nakomelingen van Sisera bekeerden zich tot het Jodendom [Volgens de Klie Jakar].

ô ô ô