Archief

HOOGTEPUNTEN VAN DE HAFTARA

De Haftara voor Parasjat Kie Tissa (I Koningen 18:1-39)

Samenvatting

Ovadja en Koning Achav ontmoeten de profeet Eliahoe. Koning Achav, die getrouwd is met de slechte Koningin Iezèvel (Jezebel) verwijt Eliahoe de rampen die het land treffen. Eliahoe antwoordt hem dat het Achav is en diens afgoden aanbiddend huis dat Hasjem vertoornd heeft, waardoor de droogte in het land is ontstaan. Eliahoe zegt tegen Achav dat hij heel Israël en 450 priesters van de Ba’al en 400 priesters van Astarte moet verzamelen, samen met Eliahoe, op de berg Carmel.

Eliahoe suggereert een experiment om de ware G-d vast te stellen. De 450 Ba’al profeten moeten een stier van eigen keuze in stukken op het altaar leggen, zonder vuur, en Eliahoe zal hetzelfde doen en ieder zal zijn god aanroepen.

De Ba’al profeten riepen de hele dag hun afgod aan, maar kregen geen antwoord.

Daarna bereidde Eliahoe zijn offerstier. Hij liet er drie emmers water overheen gooien. Maar toen hij Hasjem aanriep kwam er een vuur uit de hemel dat het offer verteerde. Hierop riep heel het volk uit: „Hasjem, Hij is G-d, Hasjem, Hij is G-d!”

Het verband met de parasja

Na de zonde van het gouden kalf vermaande Mosjé het volk onbevreesd, hij alleen tegen over zoveel zondaars. Hij vernietigde het gouden kalf, liet de overtreders executeren en moedigde de Joden aan om tesjoewa te doen.

De profeet Eliahoe stond ook alleen tegenover een heel volk op de berg Carmel. Ook hij slaagde erin zowel alle aanwezigen tesjoeva te laten doen, als de priesters van de Ba’al ter dood te laten brengen.

De daden van beide fanatiekelingen, Mosjé en Eliahoe, werden gemotiveerd door hun diep geloof en gevoelens van verantwoordelijkheid voor het Joodse volk. Zij riskeerden hun leven om Bnei Jisraël terug te brengen op een geestelijk niveau, dat past bij G-ds heilige volk.

ô ô ô