Archief

Home

Haftara Parasjat Tsav (Jeremiahoe 7:21-8:3,9:22-23)

Korte samenvatting

Hasjem is boos op Israël omdat zij de offers niet met de juiste instelling brengen, maar ze opeten alsof het gewoon vlees is. Hasjem heeft Zijn profeten gestuurd om Israël de onderwijzen en op het rechte pad te houden, maar zij hebben naar hun waarschuwingen niet geluisterd. Zij hebben hun afgodsbeelden in de Tempel geplaatst. De straf zal verschrikkelijk zijn, talrijken zullen omkomen. Het land zal verwoest worden. De begraven beenderen van de leiders van het volk zullen worden opgegraven en niet meer begraven wor­den. Wijsheid en rijkdom helpen niet, alleen inzicht dat G-d liefde, recht en rechtvaardigheid op aarde nastreeft.

Het verband met de parasja

Parasjat Tsav gaat over de wetten van de korbanot – de offers.

Deze Haftara, evenals de vorige, benadrukt dat Hasjem niet geïnteresseerd is om offers te ontvangen, in plaats van gehoorzaamheid aan Zijn wil. Toen Israël uit Egypte trok, kwamen zij bij Mara, waar zij verschillende mitswot kregen, maar daar sprak G-d niet over het brengen van offers, maar Hij gebood Israël om Hem te gehoorzamen. Ook toen zij de Tien Geboden kregen werd niet over offers gesproken. Ook in Parasjat Misjpatiem, waar de burgerlijke en handelswetten worden genoemd die G-d hen gegeven had, worden de offers niet genoemd. Pas na de zonde van het gouden kalf gebood Hasjem hen het Misjkan te bouwen waar de offers gebracht zouden worden. Men kan geen offers brengen als men niet leeft overeen­komstig Hasjems wil. Het was niet de bedoeling van Hasjem dat het Joodse volk een offers-brengend-volk zou worden, maar een volk dat de wil van Hasjem uit-voert. De offers dienen alleen om vergiffenis te verkrij­gen voor de zonden die begaan werden en waar men oprecht spijt van heeft. Het heeft geen zin offers te brengen, terwijl men doorgaat ongehoorzaam te zijn aan Hasjem.

Les voor vandaag

Nu we geen offers meer kunnen brengen, vervangen de gebeden die wij zeggen, de offerstieren. Hasjem is niet geïnteresseerd in gebeden van wie doorgaat Hem ongehoorzaam te zijn.