index

Home

Overzicht Balak

Balak, de koning van Moav, is dodelijk bevreesd voor de Israë­lieten. Hij geeft Bil'am, een bekende tovernaar, opdracht hen te vervloeken.

Aanvankelijk verschijnt Hasjem aan Bil'am en verbiedt hem te gaan. Maar omdat Bil'am zo blijft aandringen, verschijnt Hasjem hem nog een tweede keer en verleent hem toestemming om te gaan. On­der­weg blokkeert een malach (een engel, een boodschapper van Hasjem) de weg van het ezeltje van Bil'am. Bil'am kan zijn frustratie niet bedwingen, en iedere keer dat het ezeltje stopt of wil omkeren, slaat hij het.  Dan, wonderbaarlijk, begint het ezeltje plotseling te praten en vraagt Bil'am waarom hij haar slaat. De malach instrueert Bil'am aangaande wat hij wel en wat hij niet mag zeggen over het Joodse Volk. Wanneer Bil'am arriveert, maakt Koning Balak uitgebreide voor­bereidingen in de hoop dat Bil'am succes zal hebben met zijn vloek.  Drie keer probeert Bil'am het Joodse Volk te vervloeken, en drie keer komt er een zegen voor in de plaats uit zijn mond. Balak zendt Bil'am naar huis, nu hij ziet hoe deze jammerlijk gefaald heeft.  De Israëlieten beginnen te zondigen met de Moabietische vrouwen, en beginnen ook de Moabie­tische afgoden te aanbidden. Hiervoor worden zij gestraft met een plaag.

Een van de Joodse leiders brengt zelfs uitdagend een Midjanietische prinses in zijn tent, in vol aanschouwen van Mosjé en het volk. Pinchas, een kleinzoon van Aharon, grijpt een speer en doodt de boosdoeners. De plaag stopt, maar niet voordat 24.000 mensen zijn gedood.

.Door Ohr Somayach in Jeruzalem, Israël

©1998 Ohr Somayach International - Alle rechten voorbehouden