Index

Home

Overzicht Parasjat Wajjetsee (Genesis 28:10-32:3)

Ja’akov vlucht voor Esav en verlaat Beëer Sjewa, en gaat op reis naar Charan, naar het huis van de familie van zijn moeder. Na een oponthoud van 14 jaar in het leerhuis van Sjem en Ever hervat hij zijn reis en komt aan bij de Berg Moria, de plaats waar zijn vader Jitschak geofferd werd, en de toekomstige plaats van het Beit Hamikdasj. Hij slaap daar en droomt van engelen die een ladder, welke op de aarde staat en tot in de hemel reikt, op en af gaan. Hasjem belooft hem het Land Israël, dat er een groot volk uit hem zal voort­komen en dat hij G-ddelijke bescherming zal genieten. Ja’akov ontwaakt en zweert dat hij daar een altaar zal bouwen en een tiende zal geven van al dat hij krijgt. Daarna reist hij verder naar Charan, waar hij Racheel ontmoet bij een waterbron. Hij regelt met haar vader, Lawan, om zeven jaar bij hem te werken om met Racheel te mogen trouwen, maar Lawan houdt Ja’akov voor de gek en geeft hem Racheels oudere zuster, Lea, in plaats van Racheel. Ja’akov verplicht zichzelf nog eens zeven jaar te werken voor Lawan om ook met Racheel te mogen trouwen. Lea baart vier zonen – Reoeween, Sjim’on, Levi en Jehoeda – de eerste stammen van Israël. Racheel is onvruchtbaar en in een poging om Ja’akov toch kinderen te schenken, geeft zij hem haar dienstmeid Bilha tot vrouw. Bilha baart Dan en Naftali. Daarna geeft Lea ook haar dienstmeid, Zilpa, aan Ja’akov tot vrouw, en die baart hem  Gad en Asjer. Daarna krijgt Lea nog Jissachar en Zewoelon en een dochter, Dina. Ten slotte zegent Hasjem Racheel met een zoon: Joseef. Ja’akov besluit Lawan te verlaten, maar Lawan die gezien heeft welk een rijkdom Ja’akov voor hem vergaard heeft, ziet Ja’akov niet gaarne gaan en sluit een nieuw arbeidscontract met hem af. Lawan probeert zonder succes Ja’akov te beduvelen, maar Ja’akov wordt buitengewoon rijk. Zes jaar later, wanneer Ja’akov in de gaten krijgt hoe jaloers Lawan is op zijn rijkdom, besluit hij met zijn familie te vluchten. Lawan gaat hem achterna, maar Hasjem waarschuwt hem Ja’akov geen kwaad te doen. Ja’akov en Lawan sluiten een overeenkomst en Lawan keert terug naar huis. Ja’akov vervolgt zijn weg om zijn broer Esav te ontmoeten.

Met toestemming vertaald uit Torah Weekly van Ohr Somayach in Jerusalem, Israel

©1998 Ohr Somayach International - All rights reserved.