index

Oververzicht Parasjat Jitro (Sjemot 18:1-20:23)

Wanneer Jitro, de schoonvader van Mosjé, hoort van al de wonderen die voor Bnei Jisraël verricht zijn, komt hij met de vrouw van Mosjé en zijn beide zonen, waarna de familie in de woestijn weer verenigd is. Jitro is zo onder de indruk van alle bijzonderheden die Mosjé hem vertelt over de uittocht uit Egypte, dat hij besluit tot het Jodendom toe te treden. Wanneer hij ziet dat Mosjé de enige rechterlijke autoriteit voor heel het volk is, suggereert Jitro dat er onderrechters worden aangesteld, die de kleine zaken zullen behandelen, zodat Mosjé alleen aan de grote zaken aandacht hoeft te geven. Mosjé accepteert het advies. De Bnei Jisraël komen aan bij de Berg Sinai, waar Hasjem hen de Tora aanbiedt. Nadat zij die bereid zijn te accepteren, geeft Hasjem Mosjé de opdracht dat het volk zich drie dagen moet voorbereiden. Op de derde dag, te midden van donder en bliksem, klinkt de stem van Hasjem op uit de met rook omhulde berg en Hij spreekt tot het Joodse volk en geeft hen de Tien Geboden:

1.       Ik ben Hasjem.
2.       Dien geen afgoden.
3.       Spreek de Naam van Hasjem niet nodeloos uit.
4.       Neem de Sjabbat in acht.
5.       Eer je vader en je moeder.
6.       Moord niet.
7.       Pleeg geen echtbreuk.
8.       Steel niet.
9.       Wees geen valse getuige.
10.   Begeer niet wat van een ander is.

Na de eerste twee geboden te hebben ontvangen, is het Joodse Volk overweldigd door de G-ddelijke erva­ring, en het vraagt Mosjé dat hij de woorden van Hasjem aan hen overbrengt. Hasjem geeft Mosjé opdracht het Joodse Volk te waarschuwen voor hun verantwoordelijkheid om getrouw te zijn aan die Ene G‑d die tegen hen gesproken heeft.

Met toestemming vertaald uit Torah Weekly van Ohr Somayach in Jerusalem, Israel
©1998 Ohr Somayach International - All rights reserved.