index

Overzicht Parasjat Emor (Leviticus 21:1-24:23)

De Kohaniem worden geboden om contact met lijken te vermijden, ten einde een hoge standaard van rituele zuiverheid te handhaven. Zij mogen slechts de begrafenis van zeven naaste familieleden bijwonen: vader, moeder, echtgenote, zoon, dochter, broer en ongetrouwde zuster. De Kohen Gadol - Hogepriester - mag zelfs niet de begrafenis van zijn naaste familieleden bijwonen. Er worden bepaalde huwelijksbeperkingen opgelegd aan de Kohaniem - priesters. Het volk moet eerbied hebben voor de Kohaniem. De fysieke defec­ten die een Kohen ongeschikt maken voor de Tempeldienst worden opgesomd. Troema - een heffing op de landbouwproducten die aan de Kohaniem gegeven moet worden, mag uitsluitend door de Kohaniem en hun huishouding gegeten worden. Een dier mag pas in de Tempel geofferd worden als het acht dagen oud is en geen fysieke gebreken heeft. Het volk wordt opgedragen de Naam van Hasjem te heiligen, door er voor te zorgen dat hun gedrag altijd voorbeeldig is, en door bereid te zijn eerder hun leven te geven dan te moor­den, incest te plegen of afgoden te dienen. De speciale kenmerken van de feestdagen worden beschre­ven, en het volk wordt eraan herinnerd bepaalde soorten creatieve werkzaamheden niet te doen op deze feest­dagen. Nieuw graan mag niet gegeten worden, totdat een omer gerst geofferd is in de Tempel. De Parasja verklaart de wetten voor de bereiding van de olie voor de menora en het bakken van het lechem hapaniem - de toonbroden - in de Tempel. Een man vervloekt Hasjem en wordt geëxecuteerd, zoals in Tora wordt voorgeschreven.

Door Ohr Somayach in Jeruzalem, Israël

©1998 Ohr Somayach International - Alle rechten voorbehouden