Choellien-index


DAF-Notities Choelien 100b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Wanneer is het allemaal begonnen?

Naar aanleiding van de heupblessure die Ja'akov Avinoe opliep bij zijn gevecht met de beschermengel van Esav, vertelt Tora ons:

De kinderen van Israël zullen daarom de gid hanasjee de zenuw van de dij niet eten tot op deze dag want hij kwetste de heup van Ja'akov (Ber. 32:33).

Wanneer begonnen de Kinderen van Israël deze mitswa in acht te nemen?

Rabbi Jehoeda beweert dat het reeds begon in de tijd van Ja'akov, want het wordt in de Tora genoemd op dat moment in de geschiedenis. De meeste Geleerden echter menen dat de mitswa pas op Sinaï geboden werd, samen met alle andere mitswot en aan Mosjé werd alleen opdracht gegeven om het in dat deel van Tora op te schrijven, om de hostorische betekenis ervan te verklaren.

Rambam (Hilchot Melachiem 9:1) schrijft dat Ja'akov de mitswa van gid hanasjee in acht nam. Daar dat in strijd lijkt te zijn met de geaccepteerde meerderheids-mening, verklaren de commentatoren dat Rambam er zorgvuldig in is om op te merken dat Ja'akov deze mitswa vrijwillig in acht nam maar dat het pas verplicht werd vanaf Sinaï.

De praktische gevolgen van de beide hiervoor gemelde meningen over wanneer de mistwa geboden werd, is of het verbod op de gid hanasjee geldt zowel voor kosjere als voor niet-kosjere dieren. Volgens Rabbi Jehoeda geldt het ook voor niet-kosjere dieren, want in de dagen van Ja'kov waren alle dieren  toegestaan om te eten, dus het verbod op de gid hanasjee gold voor alle dieren. Maar wanneer de mitswa pas op Sinaï van kracht werd, dan was het slechts van toepassing op die dieren die de Joden mochten eten en die dus kosjer waren.

Een interessante zijdelingse vraag betreft de gid hanasjee van een mens. Of dat verboden is door Tora hangt af van de vraag of het verbod om mensenvlees te eten mid'Oraita (Bijbels) is (zoals Rambam beweert) of mideRabbanan (zoals Rasjba beweert).