Choellien-index


DAF-Notities Choelien 101b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De Jom Kippoer dat er niet was

De geleerden in Babylon hadden een duistere boodschap ontvangen van Rabbi Jitschak in Erets Jisrael. Hij citeerde een regeling van Rabbi Jochanan in een situatie waar Jom Kippoer op Sjabbat viel en iemand deed een of ander werk dat verboden is op deze dagen. Wanneer hij wist dat het Jom Kippoer was maar zich niet realiseerde dat het ook Sjabbat was, dat hoeft hij alleen het chataat (zondoffer) te brengen, waartoe Tora iemand verplicht als verzoening voor een onopzettelijke zonde. Maar wanneer hij wist dat het Sjabbat was, maar zich niet realiseerde dat het ook Jom Kippoer was, dan hoeft hij helemaal geen offer te brengen (men hoeft geen offer te brengen voor een opzettelijk zonde, daarvoor straft de Hemel).

Na een poging van Abbajjé om te verklaren hoe het mogelijk is dat iemand wel gestraft wordt voor een overttreding van de Sjabbat als die samenvalt met Jom Kippoer maar niet voor een overtreding van Jom Kippoer als die samenvalt met Sjabbat, geeft Rawa de volgende interessante verklaring van de boodschap van Rabbi JItschak:

Een decreet van een onderdrukkende regering had de Joden verboden om Jom Kippoer te vieren. Om het gevaar te vermijden dat de Joden het bestaan van Jom Kippoer zouden vergeten, verklaarden de Geleerden dat men de volgende Sjabbat ook Jom Kippoer zou houden. Hun onderdrukkers zouden dat niet opmerken, want Joden werken nooit op Sjabbat. De regeling van Rabbi Jochanan betrof werk dat op die dag gedaan werd en hij beperkte de offers tot die welke men moet brengen voor een onopzettelijke overtredering van Sjabbat, maar wie op die dag de wetten van Jom Kippoer overtrad, hoefde geen offer te brengen, want het was niet echt Jom Kippoer.

Maar hoe zou het bij ons kunnen opkomen dat er een noodzaak zou zijn om een chataat te brengen voor een zonde op Jom Kippoer wanneer het helemaal niet Jom Kippoer is?

De Tora delegeert aan de geleerden absolute macht om de datums van de feestdagen vast te stellen, met inbegrip van Jom Kippoer, gebaseerd op de datum waarop zij de nieuwe maan vaststellen en zelfs als zij een fout maken bij hun berekening, of wanneer zij de dupe waren van valse getuigen, dan is hun vaststelling van de feestdagen toch bindend. Er bestaat zelfs een geval van  een Jom Kippoer, genoemd in traktaat  Rosj Hasjana (21a), dat in Israël op een andere dag viel dan in Babylon, ten gevolge van deze subjectieve autoriteit. Rabbi Jochanan besliste echter dat dit voor ons geval niet relevant was, omdat Jom Kippoer reeds was vastgesteld op een andere dag, waarop hij, ten gevolge van het verbod van de overheid niet gehouden kon worden en de geleerden  hadden daarom verordend dat men op Sjabbat moest doen alsof het Jom Kippoer was, maar het feest kon niet echt verplaats worden.