Choellien-index


DAF-Notities Choelien 105a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Zes uur wachten

Ten einde Joden te beschermen tegen het overtreden van het Tora-verbod om vlees, dat in  melk gekookt is, te eten, hebben onze Geleerden ingesteld dat het verboden is om melkproducten te eten, direct nadat men vleesproducten gegeten heeft. De tijd die men moet wachten tussen het eten van melkproducten na het eten van vlees wordt door Mar Oekwa gedefiniëerd als de tijd die verloopt tussen de ene maaltijd en de andere, en de Sjoelchan Aroech J.D. 89:1 (d.i. de Mechaber] stelt die tijd vast op zes uur. [De Rama voegt daaraan toe: „En de algemene eenvoudige minhaĝ in deze landen [d.i. Asjkenaz] is om na het eten van vlees één uur te wachten en daarna eet men kaas" (Jore Dea 89:1). Zie ook ons artikel „Melk en Vlees."(Zwi)]

Er worden door de commentatoren twee verschillende redenen opgegeven voor de lengte van de tijd en de reden waarom dat alleen geldt voor melkproducten die met eet nadat men vlees gegeten heeft en niet anders om. De een is dat de smaak van het vlees nog lange tijd nadat men het gegeten heeft, te proeven is. Volgens deze reden geldt, dat als men het vlees niet werkelijk gegeten heeft, maar het alleen maar gekauwd heeft, bijvoorbeeld om het zacht te maken voor een baby, dan is er geen reden om te wachten. Er is geen reden om bezorgd te zijn dat er vleesresten zijn achter gebleven tussen de tanden, maar wanneer er wel vleesresten tussen de tanden zitten, moet men die eerst verwijderen, zelfs na zes uur.

Rambam [Wetten voor verboden voedsel 9:28] geeft echter een andere reden op, gebaseerd op een dialoog in onze Gemara. Rabbi Acha bar Joseef vroeg aan Rav Chisda over de betekenis van vlees dat tussen iemands tanden was blijven zitten. Als antwoord verwees hij naar een vers in Tora [Bamidbar 11:33] dat de Hemelse straf beschrijft die de Joden ten deel viel toen zij zich zondig beklaagden over het gebrek aan vlees „terwijl het vlees nog tussen hun tanden zat." Dit wordt geïnterpreteerd als een aanwijzing dat vlees zijn status behoudt, nadat het gekauwd is en de zes-uur wachttijd is nodig omdat wij bezorgd zijn dat er nog vlees achterblijft tussen de tanden, en die tijd is nodig om de status van vlees te verliezen, omdat het dan verteerd is.

Volgens deze tweede benadering moet men zes uur wachten, zelfs als men alleen maar vlees voor een baby gekauwd heeft. Maar wanneer men na zes uur nog vlees tussen zijn tanden vindt, dan hoeft men dat er niet uit te verwijderen, want het heeft zijn status van vlees verloren. Deze soepelheid geldt niet voor de eerste benadering, die uit de woorden van Rav Chisda begrijpt dat het vlees dat tussen de tanden gevonden wordt, zijn status van vlees altijd behoudt, ongeacht de tijd dat het daar gezeten heeft, want de zes uur wachttijd wordt bepaald door de smaak die achterblijft door dit vlees tussen de tanden.

De halacha is om de strengere verklaring te volgen, dat wil zeggen om zes uur te wachten [of de tijd die volgens de diverse minhagiem werd aangehouden, zie het artikel „Melk en Vlees." (Zwi)], zelfs als men het vlees alleen maar gekauwd heeft en om het vlees van tussen de tanden te verwijderen, ook na zes uur, voordat men melkproducten eet of drinkt.