Choellien-index


DAF-Notities Choelien 106a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Wat is erger?

Het belang om zijn handen te wassen voor het eten van brood is door onze Geleerden gedramatiseerd om te voorkomen dat het niet nakomen van de mitswot die de Geleerden hebben ingesteld, zou leiden tot het verontachtzamen van Tora-geboden.

Een Joodse herbergier had Joodse en niet-Joodse gasten. Wanneer er een Joodse gast kwam, bereidde hij een maaltijd voor hem met kosjer vlees en als er een niet-Joodse gast kwam, bereidde hij hem een maaltijd met niet-kosjer vlees. Op een dag kwam er een Joodse gast, die zijn handen niet waste voor het brood. Daardoor veronderstelde de herbergier dat hij een niet-Jood was en hij diende hem een niet-kosjere maaltijd op.

Er zijn twee meningen in de Talmoed voor wat betreft de aard van dit niet-kosjere vlees. De ene zegt dat het vlees was van een kosjer dier, dat niet volgens de voorschriften ritueel geslacht was en dat het daarom als nevela verboden was (Dewariem 14:21). De andere mening is dat de herbergier hem varkensvlees opdiende.

Rasji wijst erop dat de consequenties van de nalatigheid van de Jood om zijn handen te wassen ernstiger waren wanneer het varkensvlees was dan wanneer het nevela was, omdat in dat eerste geval hij schuldig is aan twee overtre-dingen in plaats van aan één.

De achtergrond voor dit commentaar is de Midrasj Torat Kohaniem, die Rasji citeert in Parasjat Sjemini (Wajjikra 11:3) op het vers dat ons gebiedt alleen die dieren te eten die duidelijk te herkennen zijn aan het feit dat zij hun voedsel herkauwen en gespleten hoeven hebben. Dit is de manier van Tora om ons te vertellen, dat wanneer iemand het vlees van een niet-kosjer dier eet, hij het positieve gebod,  om ons te beperken tot het kosjere dieren, overtreedt, en ook het negatie-ve verbod overtreedt om niet-kosjere dieren te vermijden, hetgeen in het volgende vers genoemd wordt.

Dit zou praktische gevolgen hebben voor het geval dat iemands leven in gevaar is en het enige voedsel dat hem ter beschikking staat om hem te redden, is nevela of varkensvlees. Volgens de wet zoals die staat in traktaat Joma (83a) dat wij het voedsel moeten gebruiken met de minst ernstige overtreding daaraan verbonden, wordt de keuze in dit geval de nevela, waarvoor men slechts één verbod overtreedt, terwijl, als men varkensvlees eet, men twee verboden overteedt.