Choellien-index


DAF-Notities Choelien 113a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Meer soorten jongen

Is het woord „gedi" – jong – dat Tora gebruikt voor het verbod op het koken van vlees met melk (Sjemot 34:19) beperkt tot geiten of betekent het gewoon ieder jong dier?

De Misjna vetelt ons dat het verbod van Tora voor alle dieren geldt. Ergens anders in de Talmoed staat, dat het feit dat Tora dit verbod driemaal noemt, bedoeld is om niet alleen het koken van vlees en melk samen te verbieden , maar ook het eten en het hebben van voordeel ervan is verboden.

Maar hoe weten wij dat met het woord „gedi" in al deze gevallen niet alleen maar specifiek een geitejong bedoeld wordt, dat doorgaans met die naam wordt aangeduid?

Het antwoord hierop geeft Rabbi Elazar, die onze aandacht vraagt voor twee Tora-verzen, die zelf geen enkele wet behandelen, maar die slechts een deel vormen van een verhaal. Eén geval betreft Bereisjiet 38:20, waar verteld wordt over Jehoeda, die aan Tamar een „gedi ha'iziem" stuurt. Het andere geval betreft Bereisjiet 27:16, dat de pogingen van Rivka beschrijft om de zacht-huidige Ja'akov bij de blinde Jischak voor te doen als haar harige zoon Esav, door zijn armen en nek te bedekken met „de huiden van gedi h'iziem"

In beide gevallen is het woord gedi expliciet verbonden met de geit, een aanwijzing dat overal elders in Tora waar het woord gedi voorkomt, dit ook op een geitejong slaat?

In zijn commentaar op de Choemasj merkt Rasji op dat het woord gedi, gebaseerd op onze Gemara, een „zacht, jong dier" betekent en niet noodzakelijk een geit. Hoewel men in het algemeen een jong schaap een lam noemt en een jonge koe een kalf, kan het woord jong daar ook daarvoor gebruikt worden.

Opgemekrt dient te worden dat ondanks het gebruik van het woord gedi – jong – het verbod ook geldt ophet vlees van oudere dieren, net zoals met melk niet uitsluitend de melk van het moederdier bedoeld wordt, maar de combinatie van vlees met alle melk verboden is.