Choellien-index


DAF-Notities Choelien 115a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Over twee vogels

Nergens in Tora wordt expliciet gezegd dat het verboden is om vlees met melk dat samen gekookt is, te eten en er worden door de geleerden verschillende suggesties gedaan waaruit wij niet alleen het verbod op het samen koken zouden leren, maar ook het verbod om het samen te eten en profijt van te hebben. Eén van hen is Rav Asji, die zijn verklaring baseert op het verbod van Tora: Je zult niets eten dat afschuwelijk is" (Dewariem 14:3). Dit verbod maakt alles dat Tora verbiedt, als iets afschuwelijks en dat alles mag niet gegeten worden en daar hoort dus ook vlees met melk bij, dat samen gekookt werd tegen het verbod van Tora in, want ook dat is iets afschuwelijks.

De regel wordt bestreden op basis van de mitswa van de moedervogel die moet worden weggezonden, voordat men haar eieren of haar kuikens wegneemt uit haar nest. Wanneer iemand dit verbod overtreedt en de moedervogel ook meenneemt, dan moet hij haar alsnog wegsturen. Maar wij zeggen nu niet dat de moedervogel verboden is om gegeten te worden omdat zij nu iets afschuwelijks is geworden, want er rustte een verbod op nadat er een overtreding met haar begaan is.

Het antwoord op deze tegenwerping is dat nu Tora ons geboden heeft de moedervogel weg te zenden, dat gelijk staat aan een expliciete toestemming om de vogel te eten, omdat het onacceptabel zou zijn dat Tora een struikelblok zou leggen door een vogel los te laten en die te verbieden om te eten, immers, wie kan die vogel naderhand herkennen?

Dezelfde logica wordt toegepast door de Talmoed in Kiddoesjien (57a) met betrekking tot twee vogels die gebruikt worden voor de reiniging van een metsora. De ene vogel wordt geslacht en de andere wordt weggezonden. Zelfs al zouden we de weggezonden vogel later kunnen identificeren, dan mag men die eten, want het is onacceptabel dat Tora een struikelblok zou hebben losgelaten. Het enige verschil dat de Talmoed dit noemt is dat het gaat over de kasjroet van de vrijgezonden vogel. Tosafot wijst erop dat dit nodig was omdat de Tora spreekt over de twee vogels samen en we zouden kunnen veronderstellen dat zoals de ene vogel, die geslacht wordt, niet gegeten mag worden, zo ook de tweede vogel, die werd weggezonden, niet gegeten mag worden, wanneer wij hem zouden kunnen herkennen.