Choellien-index


DAF-Notities Choelien 117a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Een regel die ontstaan is uit de uitzonderingen

Zowel bloed als bepaalde vetten (chelev) van dieren zijn verboden voor consumptie. Maar, zegt de Misjna, er zijn verschillen tussen de twee.

Terwijl het verbod op bloed zowel geldt voor kosjere huisdieren als voor wilde dieren en gevogelte, geldt het verbod op chelev alleen voor de huisdieren. Wanneer het gaat om het bloed en de chelev van offerdieren, dan is het net andersom. Zou men van de chelev daarvan voor privé gebruik maken, dan is men schuldig aan me'ila verduistering van eigendom-men van het Heiligdom. Maar als men gebruik maakt van het bloed van de offerdieren, is men niet schuldig aan me'ila.

Het was destijds gebruikelijk om bloed te gebuiken als mest. Waarom was men niet schuldig aan me'ila wanneer men daarvoor het offerbloed gebruikte? De gemara antwoordt dat er een regel is die zegt dat me'ila niet kan gelden voor iets dat al gebruikt werd voor de mitswa waarvoor het bestemd was.

Dit is een interessante regel, gebaseerd op de uitzondering daarop. De pan vol met as die dagelijks van het altaar werd afgenomen door een kohen moest naast het altaar gelegd worden, om daar om wonderbaarlijke wijze te worden geabsorbeerd en het kon niet gebruikt worden voor privédoeleinden, ondanks dat met deze as beslist de mitswa waarvoor zij bestemd was, volbracht was. De andere uitzondering  gaat over de vier kledingstukken die de Kohen Gadol droeg tijdens de Jom Kippoer dienst in het Allerheigste van het Beit HaMikdasj. De Tora gebiedt dat die kleren voor altijd weggedaan moeten worden en dat het verboden is ze ooit ergens voor te gebruiken.

Als Tora gewild had dat wij van één van deze twee gevallen een regel zouden afleiden dat me'ila zelfs geldt wanneer de mitswa volbracht is, dan was het voldoende geweest om slechts één van deze twee gevallen te noemen. Het feit dat beide gevallen genoemd worden, is een aanwijzing dat het uitzonderingen zijn en dat de egel voor alle andere gevallen is dat er geen me'ila is voor iets dat reeds gebruikt werd voor de mitswa warvoor het bestemd was.