Choellien-index


DAF-Notities Choelien 131a

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Een maaltijd overslaan

Wanneer iemand troema gegeten heeft voordat hij het aan een kohen gegeven heeft, zegt Rav Chisda, dan is hij niet verplicht de kohen voor de schade te compenseren. Maar wanneer de koning het veld van een Jood confisceert als betaling voor een schuld, dan moet de Jood de kohen de troema geven die hem van het geconfisceerde veld toekomt en hij moet dat nemen van zijn andere velden. Dit wordt geen compensatie voor geconsumeerde troema genoemd, legt de Talmoed uit, maar een verplichting om de kohen het geld te geven dat de Jood uitspaarde door zijn schuld te betalen met de troema van de kohen. Dat gespaarde bedrag wordt beschouwd alsof de troema nog steeds bestaat en moet daarom aan een kohen gegeven worden.

Waarom, vragen Tosafot, passen wij niet dezelfde logica toe op het geval waarin men de troema die een kohen toekomt, heeft opgegeten? Ook in dat geval heeft hij het geld, dat hij anders aan een maaltijd had moeten besteden, uitgespaard. Ook dat uitgespaarde geld zou beschouwd moeten worden als troema die nog intact is en het eigendom is van een kohen.

Het antwoord van Tosafot is dat wanneer de koning troema confisceert voor een schuld, er beslist een besparing is van geld dat anders  geïnt zou zijn als betaling voor de schuld. Maar wanneer iemand troema eet, dan is er geen zekere besparing van geld, want het is mogelijk dat hij anders die maaltijd niet gegeten zou hebben.

Er bestaat een interessante discussie tussen de commentatoren of dit idee kan worden toegepast op de halachische vraag of iemand die een ander uitnodigt voor een maaltijd, die ander vervolgens de kosten van de maaltijd in rekening kan brengen. Eén mening is dat degene die de maaltijd gegeten heeft, beweren kan dat hij geen geld uitgespaard heeft door het aanbod van de maaltijd aan te nemen, want hij zou anders niet gegeten hebben. Een andere mening zegt dat dit argument alleen geldt in het geval van troema, want er bestaat geen verplichting  om een kohen voor de schade aan of voor het gebruik maken van de gift te betalen en de mogelijkheid om een maaltijd over te slaan sluit de claim uit dat de troema nog intact is. Maar voor wat betreft het eten van een maaltijd kan men de rekening gepresenteerd krijgen voor het genot dat men gehad heeft, ook al heeft men niets uitgespaard.