Choellien-index


DAF-Notities Choelien 132b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

Koninklijk vlees

Wat is een aristocratische manier om vlees te eten? Uit de verklaring van Rav Chisda in onze Gemara lijkt het dat gebraden vlees het antwoord is. Die gedeelten van een dier dat niet als offer geslacht werd, die aan een kohen gegeven moeten worden, zegt hij, worden alleen gebraden met mos-terd gegeten. De reden hiervoor is een uitdrukking, die Tora gebruikt als het deze giften beschrijft die G-d de mensen geboden heeft om aan de kohaniem te geven: „Ik heb ze jou gegeven als een uitdrukking van je grootheid,” vertelt G‑d aan Aharon (Bamidbar 18:8). Dit betekent dat hij en alle kohaniem na hem deze giften moeten eten op een koninklijke wijze, gebraden en met mosterd.

De aandrang om dit vlees van niet-offerdieren op een bepaalde manier te consumeren lijkt in strijd te zijn met wat er elders in de Gemara staat geschreven (Traktaat Zewachiem 90b), over de manier waarop kohaniem het vlees van de offerdieren moeten eten, dat hen door de Hemel is toegewezen. Daar wordt hetzelfde, bovengenoemde vers geciteerd betreffende de grootheid, als de bron voor het recht van de kohaniem om zelf te mogen kiezen hoe zij het vlees van de offerdieren willen eten: licht gekookt, volledig gekookt of gebraden, want de vrijheid van keuze is het privilege van koningen.

Tosafot lost het conflict op door erop te wijzen dat een kohen zeker zijn vlees mag bereiden op de manier die hij het lekkerst vindt, want dat is zeker een uitdrukking van aristocratie. Maar als hij gebra-den vlees even lekker vindt als gekookt vlees, dan moet hij beslist de keuze laten vallen op de gebraden variëteit want dat is in het algemeen de keuze van koningen en dient als een duidelijkere blijk van de verheven status van kohaniem.