Choellien-index


DAF-Notities Choelien 137b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach

De Lange en de Grote

Uit een gedachtenwisseling in onze soegia kunnen wij een glimp opvangen van de grootheid van de Talmoedgeleerden en het patroon van de neergang daarvan van generatie op generatie.

Toen de geleerde Issi bar Hini uit Babylon naar Erets Jisraël kwam, ontmoette hij de meest vooraanstaande geleerde daar, Rabbi Jochanan, die hem vroeg: Wie is de Rosj Jesjiva in Babylon. Abba Aricha was het antwoord.

Je noemt hem Abba Aricha en niet onze meester! vermaande Rabbi Jochanan hem. Ik herinner mij hem van voordat hij Eretz Jisraël verliet om naar Babylon te gaan. Ik zat zeventien rijen achter hem in de beit hamidrasj en keek toe hoe hij Tora bediscusiëerde met Rabbi (Rabbi Jehoeda HaNasi, het hoofd van het Sanhedrin). Het leek alsof er vlammen uit hun mond schoten en ik begreep geen woord van wat zij zeiden en jij noemt hem gewoon Abba Aricha!

Abba Aricha was de Geleerde Rav, die zo genoemd werd omdat hij de leraar was van zijn generatie. Hij was ook de langste  man van zijn generatie. Dat was de reden waarom hij de bijnaam Aricha Aramees voor lang kreeg toegevoegd aan zijn naam Abba. Abba Sjaoel, zo vertelt de Talmoed (Nidda 24b) was de langste man van zijn generatie en R. Tarfon kwam niet verder dan tot zijn schouder. Rabbi Tarfon was de langste van zijn generatie en Rabbi. Meïr reikte slechts tot aan zijn schouder. Rabbi Meïr was de langste van zijn generatie en Rabbi kwam tot aan zijn schouder. Rabbi was de langste van zijn generatie en Rav Chia kwam tot zijn schouder. Rav Chia was de langste van zijn generatie en Rav reikte niet verder dan tot aan zijn schouder. De Maharsja verklaart dat dit een allegorie is voor hun geestelijke grootheid.

De beschrijving van de discussie tussen Rabbi en Rav als uitschietende vlammen, zo verklaart Maharsja, is gebaseerd op de Bijbelse vergelijking van Tora met vuur en slaat op de aard van Tora om een vuur te doen ontstaan in degenen die haar bestuderen. Andere commentatoren zijn dieper op deze vergelijking ingegaan. Eén van hen (Eets Joseef in de Ein Ja'akov) vraagt aandacht voor de aard van een kooltje, waarvan het vuur binnenin sluimert, totdat iemand het oprakelt en tot leven brengt en er schitterende, veelkleurige vlammen uit voortkomen. Zo is het met Tora. De schittering van haar licht is er binnenin opgesloten totdat er iemand komt om de veelkleurige vlammen van de kennis te verlossen.